Visie op ruimtelijke ordening

In mijn toekomstvisie is de "randstad" Vlaanderen één groot stedelijk gebied. Dat hoeft niet te betekenen dat landbouwgebied zomaar mag worden volgebouwd. Integendeel, in deze randstad passen zeer grote stadsparken, natuurreservaten, bossen, wandel- en recreatiegebieden, en een goed ontwikkeld net van openbaar vervoer tussen de steden. Maar er moet voldoende ruimte blijven om te wonen, en met de "groene" visie dat alle mensen maar in de stadskernen moeten gaan wonen, kan ik zeker niet akkoord gaan. Wat de landbouw betreft: in een geglobaliseerde wereld wordt die activiteit uitgeoefend in die gebieden waar dat markttechnisch gesproken het meest optimaal kan gebeuren. In eenvoudige termen gesteld, betekent dat in gebieden waar veel ruimte is. Ontwikkelingslanden bijvoorbeeld, die nu omwille van de EU-subsidiepolitiek hun landbouwproducten hier niet kunnen verkopen.



Reacties
bernard
woensdag, 14 mei, 2003 - 13:56Voor 80% akkoord.Overigens dat wordt hoe dan ook-weze het trager dan we denken- de werkelijkheid.Veel recreatieve zones (en qua kwaliteit verantwoorde landbouw ) tussen stedelijke gehelen.
De EU landbouwpolitiek ( een draak, die commissaris Fischler nu moedig probeert te verhelpen) is indertijd door FR afgedwongen ( om rurale exodus tegen te gaan), met als bijkomende motivatie een hoge graad van autarchie qua landbouwproducten , voedsel dus ( na de oorlogservaringen).
Exportsubsidies: voor VL is dat hoofdzakellijk voor suiker.
Hugo Maes
maandag, 19 mei, 2003 - 23:37De observatie van het vliegtuigraampje is wel heel treffend. Na een verblijf in het ZW van de VS valt het donkergroene en natte karakter van Vlaanderen vanuit de lucht meteen op. Wat ook opvalt is de vrolijke chaos, dit itt tot Schiphol, Frankfurt of Wenen bvb.
De halflange-termijn economische toekomst van Vlaanderen ligt ongetwijfeld in de verdere ontwikkeling van de diensten (distributie, R&D, opleiding, toerisme). Primaire sectoren als landbouw kunnen, op voorwaarde dat ze marktconform kunnen produceren - quod non. Subsidiëring is troef. Behalve dan voor nicheproducten zoals sierbloemen. De Vlaamse teelt van maïs en graan is een groen hellend vlak van Ronquières.
Dit hoeft geen verdwijnen van de "natuur" te betekenen, wel een doorgedreven ruimtelijke ordening, want fragmentering van habitats is de grote vijand van elke ecologisch doel.
Concreet stel ik het volgende voor:
- Het volslibben van het huidig wegennet legt een enorme hyptoheek op Vlaanderen als distributie- en dienstenland. Om nog maar van de persoonlijke stress te zwijgen.
Het autowegennet moet worden versterkt en uitgebreid. De Brusselse Ring moet tot 4 en op sommige plaatsen tot 5 rijstroken worden uitgebreid. De E-40 Leuven-Brussel en Gent-Brussel, de E17 idem dito. De Antwerpse Ring moet worden rondgemaakt.
Nieuwe missing links moeten worden aangelegd, ondanks de obstructie van NIMBY's. Voorbeeld, de verbinding E314-E19 over Rotselaar, uitsluitend over waardeloos landbouwgebied en verlaten industriezone's.
- Openbaar vervoer kan een alternatief zijn voor pendelaars, maar de kostprijs is te hoog voor de overheid. Vinck vraagt 420 miljard BEF voor de NMBS - hiermee kunnen 500 km nieuwe autosnelweg worden aangelegd. Liberaliseer het openbaar vervoer, zodat het zich concentreert op die trajecten en tijdstippen waar het marktconform een meerwaarde biedt. Desnoods gecombineerd met het drastisch (maar marktconform) verhogen van de parkeerplaatsen in de steden. Maar dan wel marktconform, de parkeergarages in Brussel zijn private ondernemingen.
- Ontmoedigen van de fermette- en landelijke wooncultuur voor actieve mensen. Inbreiding naar dorps- en stadscentra. In stadstaat Vlaanderen moet men streven naar meer appartementen en hoogbouw-bewoning.
- Homogenisatie van natuurgebieden. De E40 dwarsdoor Meerdaalwoud en de E19 dwarsdoor het Zoniënwoud zijn waanzin. Zonevreemde woningen moeten verdwijnen (mits passende vergoeding), niet halfslachtig worden geregulariseerd.
- Het laten verdampen van de zwaar gesubsidieerde landbouw. Mits een menselijke uitkoopregeling, en met voorrang voor landbouwgebieden die grenzen aan natuurgebieden en bedrijfsterreinen.
- Uitbreiding van bedrijfsterreinen, op een plaats makkelijk liefst bereikbaar voor het openbaar vervoer en niet te ver van bewoningscentra, noch autowegen.