Laat Vlaanderen los, om de haat te vermijden
Er vallen veel lessen te trekken uit de resultaten van de verkiezingen van 10 juni. Veruit de belangrijkste is mijns inziens de overwinning van het kartel CD&V-N-VA van Yves Leterme en Bart De Wever (en dan zwijg ik nog over de nieuwe stemmenwinst van Vlaams Belang, ondanks het feit dat de partij een zetel verliest in de Kamer, en over het verschijnen van een tweede extreem-rechtse partij, een uniek feit in Europa, in naam van de heer Dedecker die bij zijn eerste deelname aan een verkiezing al meteen vijf kamerleden en een senator binnenrijft). Daaruit blijkt de keuze die Vlaanderen definitief lijkt gemaakt te hebben om zich in de richting van het confederalisme te begeven. Dat kan grosso modo beschouwd worden als een noodzakelijke voorwaarde voor de Vlaamse onafhankelijkheid. Het lijkt me ongezond om deze evidentie te blijven ontkennen, wat de Franstalige partijen lijken te doen.
Wat de toekomst van België betreft lijken er mij slechts twee coherente standpunten mogelijk: ofwel het unionistisch federalisme, ofwel de splitsing van het land vanuit een perspectief van de aanhechting van het Franstalig landsgedeelte bij Frankrijk (of Duitsland).
De eerste oplossing veronderstelt het opnieuw gemeenschappelijk maken van een aantal zaken. Het gaat over het opnieuw creëren van de voorwaarden voor het samenleven, wat iets anders is dan een cohabitatie die vaak uitdraait - althans in het politieke domein - op een confrontatie. In het bijzonder ben ik ervan overtuigd dat er een inspanning nodig is om een publieke ruimte te creëren die gemeenschappelijk is aan beide grote gemeenschappen van het land. Dat kan onder de vorm van een federale kieskring, die de politici uit het zuiden van het land verplicht om rekenschap af te leggen aan de inwoners van het noorden, en vice versa. Op dezelfde wijze is een intensief plan voor het aanleren van de landstalen noodzakelijk, opdat elke inwoner van dit land in staat zou zijn om de taal van de andere grote taalgemeenschap te begrijpen, zodat een dialoog mogelijk is op andere plaatsen dan in de federale instellingen. Dit unionistisch federalisme veronderstelt ook het behoud van de solidariteit tussen personen op het vlak van de federale staat, en niet op het niveau van de gefedereerde entiteiten, en ook een fiscaliteit die federaal blijft (in afwachting dat deze bevoegdheid wordt overgedragen aan de Europese Unie) om concurrentie en fiscale dumping tussen de deelstaten te vermijden. Deze eerste oplossing draagt veruit mijn voorkeur weg, en ik denk ook die van een grote meerderheid van de Franstaligen in dit land. De toegevoegde waarde van België is aanzienlijk, hoewel men zich daar niet altijd rekenschap van geeft. Ik denk in het bijzonder dat het leven in een land dat cultureel zo gediversifieerd is als België, een zeer waardevolle verrijking betekent waarbij wij er enorm veel belang bij hebben om die te behouden.
De tweede optie bestaat erin om akte te nemen van een min of meer latent Vlaams separatisme, dat eventueel een meerderheid achter zich kan krijgen, en een uitweg te zoeken voor Brussel en Wallonië. De aanhechting aan een groot buurland lijkt dan wenselijk, omdat de Belgische rompstaat die dan zou overblijven, wellicht niet over de nodige kritische massa zou beschikken. Dit is het coherente en, het moet gezegd, realistische standpunt van het Rassemblement Wallonie-France (RWF) dat voorstelt om Wallonië en Brussel aan Frankrijk te hechten. Ik zou daar nog aan toevoegen dat het wat mij betreft nuttig zou zijn om ook de mogelijke aanhechting bij Duitsland te onderzoeken, waarvan de publieke cultuur veel dichter staat bij de onze dan de centaliserende cultuur van Frankrijk.
Wat er ook van zij, het confederalisme dat nu op de agenda wordt gezet door de Vlaamse leiders, en het confrontatiefederalisme dat we vandaag meemaken, zijn slechte oplossingen die kost wat kost moeten vermeden worden. Ik stip nog aan dat ik ons in een staat van confederalisme zal beschouwen, zodra de voornaamste middelen tot solidariteit, zoals de sociale zekerheid (werkloosheidsverzekering, financiering van de gezondheidszorg, pensioenen...), gescheiden zullen zijn. Dat is helaas wat de Vlaamse burgers in grote meerderheid lijken te willen. Het is in elk geval de oplossing die de kiezers geplebisciteerd hebben door in grote meerderheid voor separatistische en confederalistische partijen te stemmen.
Uiteraard beschikken de Franstaligen in principe over voldoende grondwettelijke waarborgen om elke staatshervorming te blokkeren. Nochtans lijkt de tijd rijp om ons af te vragen of deze benadering wel redelijk is. Vlaanderen blijft rechts, extreem-rechts en rechts-extremistisch stemmen, met scores die we de laatste decennia in slechts weinig democratische landen gezien hebben. Deze situatie is afschuwelijk, en doet onrecht aan het open, creatieve en solidaire Vlaanderen dat nochtans op heel wat plaatsen blijft bestaan. Zij doet eveneens oneer aan dat gebied dat één van de meest welvarende ter wereld is - uit alles blijkt dat rijkdom egoïstisch maakt. Deze opkomst van rechts, van het individualisme en zelfs van de haat lijkt rechtstreeks verbonden met de Vlaamse nationalistische eisen. We moeten vaststellen dat we daar weinig tegen kunnen doen als Franstaligen. Vlaanderen heeft een zondebok gevonden - de Franstaligen - en de wanhopige protesten van die Franstaligen zullen daar niets aan veranderen.
Voor alle duidelijkheid: ik ben ervan overtuigd dat Vlaanderen veel te verliezen heeft in deze bedenkelijke zaak. Meer nog: het is allerminst zeker dat het separatisme of het confederalisme werkelijk de belangrijkste zorgen zijn van de Vlaamse burgers, noch dat er een meerderheid kan worden gevonden in Vlaanderen om de splitsing van het land te steunen. Maar het volstaat niet van dat te bevestigen of te constateren, om deze machine te stoppen. Er is kennelijk een proces van ophitsing aanwezig, dat de communautaire eisen steeds verder in een stroomversnelling brengt, en tevens een opbod op de standpunten van extreem-rechts. Het politieke spel leidt zelden tot gematigdheid of tot bezinning, maar bevoordeelt de roepers en de oneliners. Het concentreert zich op de korte termijn, wat niet bevorderlijk is voor het achterom kijken en nog minder voor het nadenken. Het kiezerskorps stemt zich af op de kleinzieligheid van de kandidaten en de mandatarissen. Het stemgedrag is vaak zeer dwaas, en volgt oppervlakkige motieven (waarom zou men anders verkiezingsaffiches aanplakken?). Dat is zo in Vlaanderen, net als overal elders. Tenslotte beweegt Vlaanderen zich met gestage pas in de richting van de vernietiging van België, hoewel dit zonder twijfel niet in zijn eigen belang is, en hoewel dit stanpunt slechts door een minderheid van zijn bevolking wordt verdedigd.
Is het mogelijk om deze machine stop te zetten? Dat lijkt mij moeilijk. Ik betwijfel sterk of het mogelijk is om opnieuw van nul te vertrekken, door aan de Vlamingen een soort "pact" voor te stellen om de machine opnieuw op gang te trekken, om opnieuw vooruit te gaan. Niet dat dit idee op zich helemaal absurd lijkt; maar het poltieke taalgebruik is al te veel afgezakt, neergehaald en mishandeld om een oplossing die puur op taalgebruik gebaseerd is een kans te geven. In het bijzonder zijn we de thematiek van het contract vandaag helemaal kwijtegespeeld. Woorden zijn belangrijk, dat is de voornaamste les die de studie van België en zijn geschiedenis ons vandaag kan leren, en dat is hoofdzakelijk een kwestie van taalgebruik. Misschien moeten we een taalkundige benoemen op de post van eerste minister, zolang die functie nog bestaat. Hij zou ons misschien helpen.
In feite zou de enige doeltreffende manier om een einde te stellen aan het destructieve proces dat we meemaken, erin bestaan om het Vlaams Belang naar de regering te sturen. Zet Filip Dewinter in de Wetstraat 16, laat hem twee jaar regeren, en doe er alles aan opdat die ervaring een totale mislukking wordt voor hem, laat hem op zijn bek gaan, toon aan dat hij totaal onbekwaam is om de situatie van zijn kiezers ook maar enigerwijze te verbeteren. Dit zeer riskante scenario valt echter om evidente symbolische en praktische redenen niet ernstig te overwegen.
Ik denk bijgevolg - en de weerzinwekkende nederlaag van het SP.a-Spirit-kartel is in dit verband zeer tekenend - dat het zeer waarschijnlijk is dat het gedaan is met België, als ik dat mag zeggen. Ik betreur dat, maar ik verkies de realiteit bewust te confronteren in plaats van ze te ontkennen.
Het enige doel van de Franstaligen moet zijn om de voorwaarden van een scheiding te onderhandelen, in termen die hun toekomst niet al te zeer hypothekeren. Met andere woorden, het komt er nu op aan om de Vlamingen zo duur mogelijk te laten betalen voor de keuze die ze gemaakt hebben - eventueel ondanks henzelf - voor deze haat die nationalisme heet. Dat betekent in de eerste plaats het weigeren van elke vorm van staatshervorming. Het komt erop aan de Vlamingen voor de keuze te stellen om ofwel een nieuw federalisme op te bouwen via de herfederalisering van een aantal bevoegdheden, ofwel om het land te splitsen op hun kosten. Elke tussenoplossing moet categoriek geweigerd worden. Geen enkel akkoord mag getekend orden zolang niet alles vast staat, volgens de geijkte formule "zolang er geen akkoord bestaat over alles, is er over niets een akkoord".
Ik denk in het bijzonder dat de volgende punten onvoorwaardelijk en in bronzen letters in het splitsingsakkoord moeten staan:
Ik herhaal dat dit alles dwaas en zeer spijtig is. Het is jammer genoeg tijd om te stoppen met zuchten en om de toekomst te organiseren, door aan de Vlamingen een gemeenschappelijke toekomst voor te stellen indien zij daartoe bereid zijn, of door ze te organiseren zonder hen als dat de keuze is die blijkt uit het stemgedrag van zij die nu nog onze medeburgers zijn.
François Schreuer (vertaling: Luc Van Braekel)
version originale en français [hat tip: Michel Vuijlsteke]
Wat de toekomst van België betreft lijken er mij slechts twee coherente standpunten mogelijk: ofwel het unionistisch federalisme, ofwel de splitsing van het land vanuit een perspectief van de aanhechting van het Franstalig landsgedeelte bij Frankrijk (of Duitsland).
De eerste oplossing veronderstelt het opnieuw gemeenschappelijk maken van een aantal zaken. Het gaat over het opnieuw creëren van de voorwaarden voor het samenleven, wat iets anders is dan een cohabitatie die vaak uitdraait - althans in het politieke domein - op een confrontatie. In het bijzonder ben ik ervan overtuigd dat er een inspanning nodig is om een publieke ruimte te creëren die gemeenschappelijk is aan beide grote gemeenschappen van het land. Dat kan onder de vorm van een federale kieskring, die de politici uit het zuiden van het land verplicht om rekenschap af te leggen aan de inwoners van het noorden, en vice versa. Op dezelfde wijze is een intensief plan voor het aanleren van de landstalen noodzakelijk, opdat elke inwoner van dit land in staat zou zijn om de taal van de andere grote taalgemeenschap te begrijpen, zodat een dialoog mogelijk is op andere plaatsen dan in de federale instellingen. Dit unionistisch federalisme veronderstelt ook het behoud van de solidariteit tussen personen op het vlak van de federale staat, en niet op het niveau van de gefedereerde entiteiten, en ook een fiscaliteit die federaal blijft (in afwachting dat deze bevoegdheid wordt overgedragen aan de Europese Unie) om concurrentie en fiscale dumping tussen de deelstaten te vermijden. Deze eerste oplossing draagt veruit mijn voorkeur weg, en ik denk ook die van een grote meerderheid van de Franstaligen in dit land. De toegevoegde waarde van België is aanzienlijk, hoewel men zich daar niet altijd rekenschap van geeft. Ik denk in het bijzonder dat het leven in een land dat cultureel zo gediversifieerd is als België, een zeer waardevolle verrijking betekent waarbij wij er enorm veel belang bij hebben om die te behouden.
De tweede optie bestaat erin om akte te nemen van een min of meer latent Vlaams separatisme, dat eventueel een meerderheid achter zich kan krijgen, en een uitweg te zoeken voor Brussel en Wallonië. De aanhechting aan een groot buurland lijkt dan wenselijk, omdat de Belgische rompstaat die dan zou overblijven, wellicht niet over de nodige kritische massa zou beschikken. Dit is het coherente en, het moet gezegd, realistische standpunt van het Rassemblement Wallonie-France (RWF) dat voorstelt om Wallonië en Brussel aan Frankrijk te hechten. Ik zou daar nog aan toevoegen dat het wat mij betreft nuttig zou zijn om ook de mogelijke aanhechting bij Duitsland te onderzoeken, waarvan de publieke cultuur veel dichter staat bij de onze dan de centaliserende cultuur van Frankrijk.
Wat er ook van zij, het confederalisme dat nu op de agenda wordt gezet door de Vlaamse leiders, en het confrontatiefederalisme dat we vandaag meemaken, zijn slechte oplossingen die kost wat kost moeten vermeden worden. Ik stip nog aan dat ik ons in een staat van confederalisme zal beschouwen, zodra de voornaamste middelen tot solidariteit, zoals de sociale zekerheid (werkloosheidsverzekering, financiering van de gezondheidszorg, pensioenen...), gescheiden zullen zijn. Dat is helaas wat de Vlaamse burgers in grote meerderheid lijken te willen. Het is in elk geval de oplossing die de kiezers geplebisciteerd hebben door in grote meerderheid voor separatistische en confederalistische partijen te stemmen.
Uiteraard beschikken de Franstaligen in principe over voldoende grondwettelijke waarborgen om elke staatshervorming te blokkeren. Nochtans lijkt de tijd rijp om ons af te vragen of deze benadering wel redelijk is. Vlaanderen blijft rechts, extreem-rechts en rechts-extremistisch stemmen, met scores die we de laatste decennia in slechts weinig democratische landen gezien hebben. Deze situatie is afschuwelijk, en doet onrecht aan het open, creatieve en solidaire Vlaanderen dat nochtans op heel wat plaatsen blijft bestaan. Zij doet eveneens oneer aan dat gebied dat één van de meest welvarende ter wereld is - uit alles blijkt dat rijkdom egoïstisch maakt. Deze opkomst van rechts, van het individualisme en zelfs van de haat lijkt rechtstreeks verbonden met de Vlaamse nationalistische eisen. We moeten vaststellen dat we daar weinig tegen kunnen doen als Franstaligen. Vlaanderen heeft een zondebok gevonden - de Franstaligen - en de wanhopige protesten van die Franstaligen zullen daar niets aan veranderen.
Voor alle duidelijkheid: ik ben ervan overtuigd dat Vlaanderen veel te verliezen heeft in deze bedenkelijke zaak. Meer nog: het is allerminst zeker dat het separatisme of het confederalisme werkelijk de belangrijkste zorgen zijn van de Vlaamse burgers, noch dat er een meerderheid kan worden gevonden in Vlaanderen om de splitsing van het land te steunen. Maar het volstaat niet van dat te bevestigen of te constateren, om deze machine te stoppen. Er is kennelijk een proces van ophitsing aanwezig, dat de communautaire eisen steeds verder in een stroomversnelling brengt, en tevens een opbod op de standpunten van extreem-rechts. Het politieke spel leidt zelden tot gematigdheid of tot bezinning, maar bevoordeelt de roepers en de oneliners. Het concentreert zich op de korte termijn, wat niet bevorderlijk is voor het achterom kijken en nog minder voor het nadenken. Het kiezerskorps stemt zich af op de kleinzieligheid van de kandidaten en de mandatarissen. Het stemgedrag is vaak zeer dwaas, en volgt oppervlakkige motieven (waarom zou men anders verkiezingsaffiches aanplakken?). Dat is zo in Vlaanderen, net als overal elders. Tenslotte beweegt Vlaanderen zich met gestage pas in de richting van de vernietiging van België, hoewel dit zonder twijfel niet in zijn eigen belang is, en hoewel dit stanpunt slechts door een minderheid van zijn bevolking wordt verdedigd.
Is het mogelijk om deze machine stop te zetten? Dat lijkt mij moeilijk. Ik betwijfel sterk of het mogelijk is om opnieuw van nul te vertrekken, door aan de Vlamingen een soort "pact" voor te stellen om de machine opnieuw op gang te trekken, om opnieuw vooruit te gaan. Niet dat dit idee op zich helemaal absurd lijkt; maar het poltieke taalgebruik is al te veel afgezakt, neergehaald en mishandeld om een oplossing die puur op taalgebruik gebaseerd is een kans te geven. In het bijzonder zijn we de thematiek van het contract vandaag helemaal kwijtegespeeld. Woorden zijn belangrijk, dat is de voornaamste les die de studie van België en zijn geschiedenis ons vandaag kan leren, en dat is hoofdzakelijk een kwestie van taalgebruik. Misschien moeten we een taalkundige benoemen op de post van eerste minister, zolang die functie nog bestaat. Hij zou ons misschien helpen.
In feite zou de enige doeltreffende manier om een einde te stellen aan het destructieve proces dat we meemaken, erin bestaan om het Vlaams Belang naar de regering te sturen. Zet Filip Dewinter in de Wetstraat 16, laat hem twee jaar regeren, en doe er alles aan opdat die ervaring een totale mislukking wordt voor hem, laat hem op zijn bek gaan, toon aan dat hij totaal onbekwaam is om de situatie van zijn kiezers ook maar enigerwijze te verbeteren. Dit zeer riskante scenario valt echter om evidente symbolische en praktische redenen niet ernstig te overwegen.
Ik denk bijgevolg - en de weerzinwekkende nederlaag van het SP.a-Spirit-kartel is in dit verband zeer tekenend - dat het zeer waarschijnlijk is dat het gedaan is met België, als ik dat mag zeggen. Ik betreur dat, maar ik verkies de realiteit bewust te confronteren in plaats van ze te ontkennen.
Het enige doel van de Franstaligen moet zijn om de voorwaarden van een scheiding te onderhandelen, in termen die hun toekomst niet al te zeer hypothekeren. Met andere woorden, het komt er nu op aan om de Vlamingen zo duur mogelijk te laten betalen voor de keuze die ze gemaakt hebben - eventueel ondanks henzelf - voor deze haat die nationalisme heet. Dat betekent in de eerste plaats het weigeren van elke vorm van staatshervorming. Het komt erop aan de Vlamingen voor de keuze te stellen om ofwel een nieuw federalisme op te bouwen via de herfederalisering van een aantal bevoegdheden, ofwel om het land te splitsen op hun kosten. Elke tussenoplossing moet categoriek geweigerd worden. Geen enkel akkoord mag getekend orden zolang niet alles vast staat, volgens de geijkte formule "zolang er geen akkoord bestaat over alles, is er over niets een akkoord".
Ik denk in het bijzonder dat de volgende punten onvoorwaardelijk en in bronzen letters in het splitsingsakkoord moeten staan:
- De uitbreiding van Brussel met alle faciliteitengemeenten, en de terugkeer van Voeren naar Wallonië, in ruil voor een open taalregime over heel het grondgebied van de nieuwe Brussels-Waalse staat die officieel viertalig zal zijn (Frans-Nederlands-Duits-Engels);
- Het onder gemeenschappelijk beheer plaatsen van alle verbindingen van Brussel met Wallonië die zich op Vlaams grondgebied bevinden (autowegen en spoorlijnen) evenals de luchthaven van Zaventem;
- Het verdelen van de staatsschuld op basis van de draagkracht van de twee nieuw gecreëerde entiteiten;
- Waarborgen over de toegang tot de zee, hetgeen onder meer de uitschakeling van de knelpunten op het Albertkanaal impliceert.
Ik herhaal dat dit alles dwaas en zeer spijtig is. Het is jammer genoeg tijd om te stoppen met zuchten en om de toekomst te organiseren, door aan de Vlamingen een gemeenschappelijke toekomst voor te stellen indien zij daartoe bereid zijn, of door ze te organiseren zonder hen als dat de keuze is die blijkt uit het stemgedrag van zij die nu nog onze medeburgers zijn.
François Schreuer (vertaling: Luc Van Braekel)
version originale en français [hat tip: Michel Vuijlsteke]

dendof
Tja, het is ook ferm gemakkelijk om de altruist uit te hangen met een ander zijn geld.