Knack en de thesis van Freya
Nadat Freya Van den Bossche in juni 2006 een strafklacht tegen ondergetekende had ingediend wegens laster, eerroof en inbreuk op de auteurswetgeving, begon de Leuvense onderzoeksrechter Kristof Van Impe een vooronderzoek. Dat ging bijzonder snel van start. In een paar maanden tijd werden een twaalftal 'getuigen van Freya-kant' en vier verantwoordelijken van Knack verhoord door de Leuvense politie.
In december 2006 werd uw dienaar officieel in verdenking gesteld wegens laster. Hijzelf en zijn raadsman, meester Luc Deleu, kregen toen inzage in het dossier, en mochten bijkomende onderzoeksdaden vragen. De kwalificatie van laster wordt door meester Deleu betwist, maar voor het geval de raadkamer ze zou behouden, vroeg hij de onderzoeksrechter om in ondergeschikte orde enkele andere getuigen te horen, om de hiaten in het academische curriculum van Freya Van den Bossche uit te klaren, en om nader onderzoek in te stellen naar waar ze tijdens haar studies heeft verbleven.
De onderzoeksrechter weigerde op die vragen in te gaan. Dat was merkwaardig. Door de kwalificatie 'laster' verplicht hij de verdediging aan te tonen dat Freya Van den Bossche haar licentiaatsverhandeling niet zelf heeft gemaakt, maar als de verdediging dan kroongetuigen aanbrengt die daarover uitsluitsel kunnen brengen, weigert hij ze te verhoren.
Het verplichtte meester Deleu om tegen deze afwijzing een tijdrovend beroep aan te tekenen bij de kamer van inbeschuldigingstelling van het hof van beroep in Brussel. Die gaf hem in april 2007 over de hele lijn gelijk, en gelastte de onderzoeksrechter om wel degelijk alle gevraagde bijkomende onderzoeksdaden te stellen. Bij het ter perse gaan, verkiezingsdag 10 juni, is ons niet bekend hoe ver het daarmee staat.
Koen Meulenaere in Knack van 13 juni 2007
In december 2006 werd uw dienaar officieel in verdenking gesteld wegens laster. Hijzelf en zijn raadsman, meester Luc Deleu, kregen toen inzage in het dossier, en mochten bijkomende onderzoeksdaden vragen. De kwalificatie van laster wordt door meester Deleu betwist, maar voor het geval de raadkamer ze zou behouden, vroeg hij de onderzoeksrechter om in ondergeschikte orde enkele andere getuigen te horen, om de hiaten in het academische curriculum van Freya Van den Bossche uit te klaren, en om nader onderzoek in te stellen naar waar ze tijdens haar studies heeft verbleven.
De onderzoeksrechter weigerde op die vragen in te gaan. Dat was merkwaardig. Door de kwalificatie 'laster' verplicht hij de verdediging aan te tonen dat Freya Van den Bossche haar licentiaatsverhandeling niet zelf heeft gemaakt, maar als de verdediging dan kroongetuigen aanbrengt die daarover uitsluitsel kunnen brengen, weigert hij ze te verhoren.
Het verplichtte meester Deleu om tegen deze afwijzing een tijdrovend beroep aan te tekenen bij de kamer van inbeschuldigingstelling van het hof van beroep in Brussel. Die gaf hem in april 2007 over de hele lijn gelijk, en gelastte de onderzoeksrechter om wel degelijk alle gevraagde bijkomende onderzoeksdaden te stellen. Bij het ter perse gaan, verkiezingsdag 10 juni, is ons niet bekend hoe ver het daarmee staat.
Koen Meulenaere in Knack van 13 juni 2007



Koen Godderis
Meer nog, op dat moment zat ze af te kicken in Duitsland (van de cocaïne beweren sommigen) en leerde er haar eerste man kennen.
Zie video:
http://www.koengodderis.be/...