Hoe Franstaligen zich al dan niet aanpassen
Sarah, een inwoonster van Halle, heeft echt niet het profiel van een harde nationaliste. Zij heeft altijd voor Agalev en Groen! gestemd en drukt haar gehechtheid aan België uit. Onlangs ging ze naar een concert van Manu Chao in Floreffe. En toch wijkt ze niet: het arrondissement Brussel-Halle-Vilvoorde moet gesplitst worden. "De verfransing van de Rand moet afgeremd worden. Het aantal winkels waar ze je niet meer begrijpen omdat je Nederlands spreekt worden met de dag talrijker. De Franstaligen vinden dat wij ons moeten aanpassen aan hen, en niet omgekeerd." Aanpassen, in het Nederlands. Het woord keert steeds weer terug bij iedereen. (...)
Die slechte wil van de Franstaligen, waar de meeste Vlamingen zich zo druk over maken, kent nochtans enkele spectaculaire uitzonderingen. Kijk naar het geval van Boudewijn Baudru. Deze Europese ambtenaar verliet op 21-jarige leeftijd zijn Doornikse geboortestreek. Hij woont al tien jaar in Sterrebeek en heeft zich perfect "aangepast": hij liet zijn voornaam vernederlandsen en bracht het tot voorzitter van de plaatselijke CD&V-afdeling. Al even kordaat als Yves Leterme, neemt hij geen blad voor de mond: "De Brusselaars beschouwen de Rand als hun speeltuin. Ze komen er kalmte en groen opzoeken. Maar vaak nestelen ze zich behaaglijk in hun onwetendheid over Vlaanderen. Bij de laatste verkiezingen heeft de MR de brievenbussen hier overstelpt met Franstalig verkiezingsdrukwerk, terwijl Zaventem niet eens een faciliteitengemeente is. Dat is niet de goede manier om de belgitude uit te dragen".
François Brabant, "Ce que les Flamands de BHV pensent", in Le Vif L'Express, 24 augustus 2007


