Chris Patten over Bush
Wat ook de persoonlijke vaardigheden mogen zijn waarmee President Clinton niet-Amerikanen het hof maakt en bij hen bewonderende kreetjes ontlokt, het is overduidelijk dat zijn opvolger veel meer moeite heeft om Europeanen, en anderen, te charmeren. Op een aantal manieren is [vergelijken] niet fair. In levende lijve komt President Bush over als een sympathieke man, vriendelijk, hoffelijk, direct. Met het hoofd lichtjes naar één kant gedraaid trekt hij je met een glimlach en een vriendelijk woord voor een paar ogenblikken binnen in zijn kring, hij maakt daarvoor gebruik van de magnetische kracht die uitgaat van 's werelds Nummer Eén te zijn. De laatste keer dat ik hem ontmoette, in Ierland tijdens de zomer van 2004, begroette hij mij met een opgewekt 'Papa vraagt de groeten te doen'. O ja? Maar de moeite die hij doet komt eerder natuurlijk over dan berekenend. [...]
Het zou wel eens kunnen dat wat de Europeanen tegen de haren in strijkt niet de man zelf is, maar de reputatie die hem voorafging toen hij zijn ambt opnam en het beleid dat hij sindsdien heeft gevolgd. Toen President Bush zijn ambt opnam had hij de reputatie een domme comboy te zijn, op zijn best een intellectuele luiaard, met de neiging over zelfs de meest eenvoudige woorden te struikelen in zijn onbehouwen taaltje met lang uitgerekte en aangehouden klinkers. Veel daarvan was neerbuigend en ongegrond. Het was niet bepaald zo dat, toen hij naar Zweden kwam voor zijn eerste top met de Europese leiders in 2001, hij aan tafel neerzat met een schare meesterfilosofen, al was dat wat een paar onder hen van zichzelf vonden in zijn gezelschap. Toen we onze eerste sessie met hem hadden met een beperkt aantal deelnemers - zes aan elke kant - gaf hij de indruk iemand te zijn die goede briefings had genoten, zijn gedachten prima onder woorden kon brengen, amusant was en die er geen moeite mee had om kwesties te delegeren naar collega's toe. Hij had niet de behoefte te laten zien dat hij de baas was - hij wás overduidelijk de baas. Tijdens de daarop volgende vergaderingen merkte ik van mijzelf dat ik nooit een hekel aan de man had, hoezeer ik het [soms] oneens was met wat hij zei. In de politiek is het gewoonlijk makkelijker als je een hekel hebt aan de man én aan zijn woorden, dus denk ik dat ik meer op mijn gemak ben met vicepresident Cheney.
Chris Patten, Not Quite the Diplomat, Home Truths about World Affairs, Penguin Books, 2006



Reacties
EricJans
maandag, 7 januari, 2008 - 08:26Haha!
mrtos
maandag, 7 januari, 2008 - 09:38Ik heb Bush ook altijd een toffe pee gevonden. Spijtig van de grote Irak-blunder.