Wetenschap, pseudo-wetenschap, falsifieerbaarheid en cognitieve dissonantie
De Oostenrijks-Britse wetenschapsfilosoof [Karl Popper] ontwikkelde een criterium dat de grens afbakent tussen wetenschap en pseudowetenschap: de "falsifieerbaarheid", volgens Popper een absolute voorwaarde om tot zinvolle wetenschap te komen. Een hypothese, propositie of theorie is pas wetenschappelijk als ze falsifieerbaar is - als ze dus door observatie of sysieke experimenten kan worden weerlegd. Hoe vaak een theorie ook de experimentele controle heeft doorstaan, het kan altijd dat ze bij de volgende controle door de knieën gaat of dat er een theorie komt die de zaken nog scherper verklaart, meende Popper.
Een theorie is dus falsifieerbaar niet omdat ze niet waar is, maar omdat ze openstaat voor kritiek en voor pogingen om ze te weerleggen. Dat betekent dat elke wetenschappelijke theorie een hypothese blijft tot de dag dat ze wordt weerlegd. Een ander logisch gevolg van Poppers falsifieerbaarheid is dat geen enkele theorie kan claimen de absolute, ultieme en onweerlegbare waarheid in pacht te hebben, en dat theorieën die dat wel doen, geen wetenschap zijn.
[Chris Buskes, Nederlands wetenschapsfilosoof:] Popper ging daarbij echter te kort door de bocht. Met zijn maatstaf zou de astrologie tot de wetenschap behoren, want die is falsifieerbaar zoals men al zo vaak heeft aangetoond in allerhande experimenten. En dat is onzinnig. Ik weet niet of men er ooit in zal slagen wetenschap en niet-wetenschap duidelijk en met autoriteit te scheiden. Na Popper hebben een aantal wetenschapsfilosofen gesteld dat je de zaak op lange termijn moet bekijken. De astrologie bijvoorbeeld heeft eeuwenlang de tijd gehad om aan te tonen dat ze een wetenschap is. Dat is niet gelukt. Dus kunnen we nu wel zeggen dat het een nepwetenschap is.
[Johan Braeckman, wetenschapsfilosoof UGent:] Astrologie, grafologie en telepathie boden ooit een wetenschappelijke mogelijkheid. Ze werden niet a priori uitgesloten. Net zoals de evolutietheorie van Darwin was telepathie 150 jaar geleden ook grenswetenschap, iets wat dus waar kan zijn, maar er nogal excentriek uitziet als je het in het licht van de gevestigde wetenschap houdt. Toen had je allerlei labs die bezig waren met paranormale verschijnselen. (...) Maar nu is er na zoveel experimentele controle nog altijd geen bewijs gevonden dat er ook maar iets van waar is... En dan kun je met een gerust gemoed zeggen dat telepathie, net zoals astrologie en grafologie, een pseudowetenschap is, in tegenstelling tot de evolutietheorie van Darwin die een belangrijk onderdeel van de gevestigde wetenschap is geworden. (...) Ik ben op zoek naar de psychologische mechanismen die mensen zo kwetsbaar maken voor het irrationele. Dat heeft niets te maken met dom of slim. (...) Wat zeker een rol speelt is de cognitieve dissonantie. Mensen hebben de neiging overal een mening over te hebben, ook over dingen waar ze in wezen niets van af weten. En eens die mening is gevormd, geraken ze er niet meer vanaf. Want wat gebeurt er als ze daarna bewijsmateriaal zien dat hun mening ontkracht? In plaats van hun mening te herzien, ervaren ze cognitieve dissonantie bij het registreren van bewijsmateriaal dat hun overtuigingen aantast. Wat betekent dat ze het niet willen weten. En hoe sterker de opinie, hoe sterker de dissonantie. Je ziet dan ook dat mensen op krampachtige wijze proberen om de strijdige informatie te neutraliseren - ze lezen gefilterd of stellen de boodschapper in vraag.
Eos, juni 2008
Een theorie is dus falsifieerbaar niet omdat ze niet waar is, maar omdat ze openstaat voor kritiek en voor pogingen om ze te weerleggen. Dat betekent dat elke wetenschappelijke theorie een hypothese blijft tot de dag dat ze wordt weerlegd. Een ander logisch gevolg van Poppers falsifieerbaarheid is dat geen enkele theorie kan claimen de absolute, ultieme en onweerlegbare waarheid in pacht te hebben, en dat theorieën die dat wel doen, geen wetenschap zijn.
[Chris Buskes, Nederlands wetenschapsfilosoof:] Popper ging daarbij echter te kort door de bocht. Met zijn maatstaf zou de astrologie tot de wetenschap behoren, want die is falsifieerbaar zoals men al zo vaak heeft aangetoond in allerhande experimenten. En dat is onzinnig. Ik weet niet of men er ooit in zal slagen wetenschap en niet-wetenschap duidelijk en met autoriteit te scheiden. Na Popper hebben een aantal wetenschapsfilosofen gesteld dat je de zaak op lange termijn moet bekijken. De astrologie bijvoorbeeld heeft eeuwenlang de tijd gehad om aan te tonen dat ze een wetenschap is. Dat is niet gelukt. Dus kunnen we nu wel zeggen dat het een nepwetenschap is.
[Johan Braeckman, wetenschapsfilosoof UGent:] Astrologie, grafologie en telepathie boden ooit een wetenschappelijke mogelijkheid. Ze werden niet a priori uitgesloten. Net zoals de evolutietheorie van Darwin was telepathie 150 jaar geleden ook grenswetenschap, iets wat dus waar kan zijn, maar er nogal excentriek uitziet als je het in het licht van de gevestigde wetenschap houdt. Toen had je allerlei labs die bezig waren met paranormale verschijnselen. (...) Maar nu is er na zoveel experimentele controle nog altijd geen bewijs gevonden dat er ook maar iets van waar is... En dan kun je met een gerust gemoed zeggen dat telepathie, net zoals astrologie en grafologie, een pseudowetenschap is, in tegenstelling tot de evolutietheorie van Darwin die een belangrijk onderdeel van de gevestigde wetenschap is geworden. (...) Ik ben op zoek naar de psychologische mechanismen die mensen zo kwetsbaar maken voor het irrationele. Dat heeft niets te maken met dom of slim. (...) Wat zeker een rol speelt is de cognitieve dissonantie. Mensen hebben de neiging overal een mening over te hebben, ook over dingen waar ze in wezen niets van af weten. En eens die mening is gevormd, geraken ze er niet meer vanaf. Want wat gebeurt er als ze daarna bewijsmateriaal zien dat hun mening ontkracht? In plaats van hun mening te herzien, ervaren ze cognitieve dissonantie bij het registreren van bewijsmateriaal dat hun overtuigingen aantast. Wat betekent dat ze het niet willen weten. En hoe sterker de opinie, hoe sterker de dissonantie. Je ziet dan ook dat mensen op krampachtige wijze proberen om de strijdige informatie te neutraliseren - ze lezen gefilterd of stellen de boodschapper in vraag.
Eos, juni 2008

Karl
Hoe kan wetenschap zichzelf als wetenschap onderscheiden als het het gemonopoliseerde werkterrein van wetenschappers is, die zelf moeten toegeven, dat ze eigenlijk heel weinig kennis hebben van hoe het nu echt in mekaar zit?
Voorbeelden: kanker-onderzoek: therapieën zijn nog steeds niet doelgericht, maar statistische overwegingen (als we x doen, sterft slechts y %, maar als je pech hebt, behoor jij tot die 100-y %) / begrip van het heelal en de kosmos: immens grote lacunes en toch wordt er niet buiten het boekje gedacht (de aarde lijkt wel plat) / relativiteitstheorie zit nog in de kleuterfase en toch worden risicovolle experimenten uitgevoerd (nee, ik ben niet gerust in wat ze de komende maanden in Geneve van plan zijn, laat ons hopen dat ze juist zijn, en als ze fout zitten, het bij een brandje of twee blijft).