Het Palestijnse probleem in een notendop
Palestina werd na de Eerste Wereldoorlog door de Volkenbond aan het Verenigd Koninkrijk toevertrouwd met de uitdrukkelijke opdracht daar een Joods nationaal tehuis te laten ontstaan. Toen de Verenigde Naties de taak van de Volkenbond overnam, heeft de VN door een commissie laten uitzoeken wat de beste oplossing zou zijn voor het Britse mandaatgebied Palestina.
De commissie stelde voor het gebied te verdelen in twee delen: een Joods en een Arabisch deel. Jeruzalem zou een bijzondere status krijgen. Dit plan werd door de VN met grote meerderheid goedgekeurd. Ook de Joden in Palestina gingen akkoord met dit plan, maar de Arabische staten niet. Het Verenigd Koninkrijk deelde mede dat men in mei 1948 de Britse troepen zou terugtrekken uit Palestina. De Joodse leiders hebben hierop gereageerd door in mei 1948 de staat Israël uit te roepen. De Arabische staten vielen meteen Israël aan. Deze oorlog noemt men de onafhankelijkheidsoorlog.
Tijdens die oorlog is een deel van de Arabische bevolking op de vlucht geslagen in de stellige verwachting dat men spoedig zou terugkeren, wanneer de Arabische staten met hun overweldigende overwicht Israël zouden hebben vernietigd. Op sommige plaatsen hebben de Israëlische troepen geweld gebruikt om de Arabische bevolking te verdrijven. Er is discussie welke invloed dit geweld heeft gehad op het totale gebeuren, omdat ook Arabische leiders tot de vlucht hebben opgeroepen.
De Arabieren die niet gevlucht zijn, werden later staatsburgers van de Staat Israël. Zij hebben eigen partijen en zijn in het Israëlische parlement vertegenwoordigd. De gevluchte Arabieren werden in vluchtelingenkampen opgevangen. Hun bezittingen zijn later via een speciale wet door de staat Israël onteigend. Het deel van Palestina waar Joden zich hadden gevestigd in de periode voor de vijandelijkheden, was door grondaankoop verkregen.
Om op uw vraag terug te komen: de vlucht van een deel van de Arabische bevolking (op eigen initiatief of onder dwang) is te zien als een onderdeel van het geheel van vijandelijkheden die zijn ontstaan, toen de Arabische staten niet akkoord gingen met het besluit van de VN in 1947 om Palestina te verdelen. De VN heeft niet beoogd dat deze vijandelijkheden toen zouden uitbreken, want men had juist gehoopt door de verdeling de strijd die sinds 1920 was opgelaaid, toen Arabieren voor het eerst Joodse immigranten aanvielen, te beslechten.
De verantwoordelijkheid voor het Palestijnse vluchtelingenprobleem uitsluitend bij Israël leggen, is historisch gezien niet juist. Ook de VN verantwoordelijk stellen is niet terecht: hun oplossing was de meest logische. De zwaarste verantwoordelijkheid dragen de Arabische staten, die de oorlog zijn begonnen en de Palestijnen sindsdien hebben gediscrimineerd en in vluchtelingenkampen hebben laten wonen. Dit neemt niet weg dat de Arabische vluchtelingen van 1948 een zware tol hebben moeten betalen voor een conflict dat veelal boven hun hoofden is uitgevochten.
Prof. dr. Klaas Smelik (UGent) op ikhebeenvraag.be, mei 2008
De commissie stelde voor het gebied te verdelen in twee delen: een Joods en een Arabisch deel. Jeruzalem zou een bijzondere status krijgen. Dit plan werd door de VN met grote meerderheid goedgekeurd. Ook de Joden in Palestina gingen akkoord met dit plan, maar de Arabische staten niet. Het Verenigd Koninkrijk deelde mede dat men in mei 1948 de Britse troepen zou terugtrekken uit Palestina. De Joodse leiders hebben hierop gereageerd door in mei 1948 de staat Israël uit te roepen. De Arabische staten vielen meteen Israël aan. Deze oorlog noemt men de onafhankelijkheidsoorlog.
Tijdens die oorlog is een deel van de Arabische bevolking op de vlucht geslagen in de stellige verwachting dat men spoedig zou terugkeren, wanneer de Arabische staten met hun overweldigende overwicht Israël zouden hebben vernietigd. Op sommige plaatsen hebben de Israëlische troepen geweld gebruikt om de Arabische bevolking te verdrijven. Er is discussie welke invloed dit geweld heeft gehad op het totale gebeuren, omdat ook Arabische leiders tot de vlucht hebben opgeroepen.
De Arabieren die niet gevlucht zijn, werden later staatsburgers van de Staat Israël. Zij hebben eigen partijen en zijn in het Israëlische parlement vertegenwoordigd. De gevluchte Arabieren werden in vluchtelingenkampen opgevangen. Hun bezittingen zijn later via een speciale wet door de staat Israël onteigend. Het deel van Palestina waar Joden zich hadden gevestigd in de periode voor de vijandelijkheden, was door grondaankoop verkregen.
Om op uw vraag terug te komen: de vlucht van een deel van de Arabische bevolking (op eigen initiatief of onder dwang) is te zien als een onderdeel van het geheel van vijandelijkheden die zijn ontstaan, toen de Arabische staten niet akkoord gingen met het besluit van de VN in 1947 om Palestina te verdelen. De VN heeft niet beoogd dat deze vijandelijkheden toen zouden uitbreken, want men had juist gehoopt door de verdeling de strijd die sinds 1920 was opgelaaid, toen Arabieren voor het eerst Joodse immigranten aanvielen, te beslechten.
De verantwoordelijkheid voor het Palestijnse vluchtelingenprobleem uitsluitend bij Israël leggen, is historisch gezien niet juist. Ook de VN verantwoordelijk stellen is niet terecht: hun oplossing was de meest logische. De zwaarste verantwoordelijkheid dragen de Arabische staten, die de oorlog zijn begonnen en de Palestijnen sindsdien hebben gediscrimineerd en in vluchtelingenkampen hebben laten wonen. Dit neemt niet weg dat de Arabische vluchtelingen van 1948 een zware tol hebben moeten betalen voor een conflict dat veelal boven hun hoofden is uitgevochten.
Prof. dr. Klaas Smelik (UGent) op ikhebeenvraag.be, mei 2008

Cogito
"Waar zijn de joden na christus en voor 1948 naartoe gegaan?" bijvoorbeeld.
De vraag waarvan het antwoord door Luc hierboven wordt geciteerd is interessant geformuleerd:
"In 1948 werd de staat Israël gesticht, na goedkeuring door de VN. Bevatten de teksten van de VN ook toelatingen om de oorspronkelijke bevolking te onteigenen?22/05/2008 - Guy (58 jaar)
Context van de vraag:
In discussies over het conflict en de rechten van de staat Israël wordt steeds opgeworpen: "Israël is in 1948 mede door de UN opgericht." Ik vraag me af wie verantwoordelijk is voor de ontsporing naar het uitzichtloze geweldconflict. Liggen de VN hier mee aan de basis of is dit het het gevolg van beslissingen van de Israëlische regering na 1948?
"
Noteer de cynische toon in "Bevatten de teksten van de VN ook toelatingen om de oorspronkelijke bevolking te onteigenen" en de bevooroordeeldheid in de mogelijkheden die geacht worden het antwoord te zijn op wie verantwoordelijk is voor de ontsporing enz. ==> de VN of Israel. Dat ook de Arabische landen mogelijk verantwoordelijk zouden kunnen zijn was in de ogen van de vraagsteller geen optie. Maar het was wèl het antwoord.
Dat zal van deeg gepikt hebben bij Guy(58jaar).