Een stukje science-fiction
"Dit wil je echt niet weten", zei Beth, terwijl ze opkeek van haar rommelige bureau zonder mij aan te kijken. "Maar ik wil het weten", drong ik aan. Na drie jaar van correlatie-onderzoek op het gereconstrueerde Neanderthal-genoom met moderne menselijke populaties, moest ze wel iets interessants gevonden hebben. (...)
"Ik vond sterke genetische correlaties tussen Neanderthalers en moderne subpopulaties", zei ze. "Veel meer dan verwacht". (...)
"Over welke genen gaat het?"
"Dat is de verrassing", zei Beth, en ze glimlachte zo breed dat ze er bijna aantrekkelijk uitzag ondanks haar warrige rood-grijze haar en haar onbestemde kleren. "De genen voor rood haar en een bleke huid gaven geen sterke correlatie te zien, maar ik vond wel een correlatie voor genen die met andere kenmerken te maken hebben. Er is een gencluster die met geavanceerde wiskundige vaardigheden te maken heeft, informatieverwerking, logica, analytische intelligentie, concentratievermogen, obsessieve compulsie en het Asperger-syndroom. Die cluster correleert erg sterk. (...) [Deze genen] bevonden zich niet in het genoom van de moderne mens, tot de Neanderthalers gingen paren met de Cro Magnons, zo'n 25.000 tot 30.000 jaar geleden".
"Geavanceerde wiskundige vaardigheden? Is dat niet precies datgene wat zou moeten ontbreken in de Neanderthaler-genoom?"
"Nee, ik vond dat bij Neanderthalers de genen ontbraken die verband houden met succesvolle socialisering en managementvaardigheden. Ze konden perfect tellen, maar ze konden niet omgaan met groepen. De socialiseringsgenen kwamen van Sapiens".
"Je probeert me te vertellen dat..."
"Dat de wiskundige intelligentie van de mens afkomstig is van de Neanderthaler? Dat is wat de data zeggen. De Cro-Magnon had de sociale vaardigheden. Maar dat is niet alles. (...) De kruising werkte goed in het Steentijdperk, maar de omgeving is veranderd. Ik ontdekte dat de moderne cultuur selecteert op socialisatie, maar tegen de Neanderthal-trekken voor wiskunde en intelligentie. Ik weet echt niet hoe jullie gaan overleven eens onze genen verdwenen zijn".
Jeff Hecht "The Neanderthal Correlation", in Nature, 22 mei 2008, pagina 562.
"Ik vond sterke genetische correlaties tussen Neanderthalers en moderne subpopulaties", zei ze. "Veel meer dan verwacht". (...)
"Over welke genen gaat het?"
"Dat is de verrassing", zei Beth, en ze glimlachte zo breed dat ze er bijna aantrekkelijk uitzag ondanks haar warrige rood-grijze haar en haar onbestemde kleren. "De genen voor rood haar en een bleke huid gaven geen sterke correlatie te zien, maar ik vond wel een correlatie voor genen die met andere kenmerken te maken hebben. Er is een gencluster die met geavanceerde wiskundige vaardigheden te maken heeft, informatieverwerking, logica, analytische intelligentie, concentratievermogen, obsessieve compulsie en het Asperger-syndroom. Die cluster correleert erg sterk. (...) [Deze genen] bevonden zich niet in het genoom van de moderne mens, tot de Neanderthalers gingen paren met de Cro Magnons, zo'n 25.000 tot 30.000 jaar geleden".
"Geavanceerde wiskundige vaardigheden? Is dat niet precies datgene wat zou moeten ontbreken in de Neanderthaler-genoom?"
"Nee, ik vond dat bij Neanderthalers de genen ontbraken die verband houden met succesvolle socialisering en managementvaardigheden. Ze konden perfect tellen, maar ze konden niet omgaan met groepen. De socialiseringsgenen kwamen van Sapiens".
"Je probeert me te vertellen dat..."
"Dat de wiskundige intelligentie van de mens afkomstig is van de Neanderthaler? Dat is wat de data zeggen. De Cro-Magnon had de sociale vaardigheden. Maar dat is niet alles. (...) De kruising werkte goed in het Steentijdperk, maar de omgeving is veranderd. Ik ontdekte dat de moderne cultuur selecteert op socialisatie, maar tegen de Neanderthal-trekken voor wiskunde en intelligentie. Ik weet echt niet hoe jullie gaan overleven eens onze genen verdwenen zijn".
Jeff Hecht "The Neanderthal Correlation", in Nature, 22 mei 2008, pagina 562.


Avondlander