What part of Belgium are you from?
Reykjavik, IJsland. -- Als mensen mij in het buitenland vragen waar ik vandaan kom, is mijn antwoord steevast "I'm from Belgium". Dat antwoord is niet ingegeven door enige vaderlandsliefde of belgicisme. Met dat antwoord neem ik geen standpunt in aangaande de bevoegdheidsverdeling tussen federale, regionale en communautaire beleidsniveau's in ons land, maak ik geen keuze tussen unitarisme, federalisme, confederalisme of separatisme, noch geef ik daarmee te kennen dat ik in mijn gelaagde geografische en culturele identiteit de "Belgische" laag de belangrijkste zou vinden. Nee, ik antwoord "Belgium" omdat dit nu eenmaal het referentie-antwoord is. Als iemand je in het buitenland vraagt waar je vandaan komt, dan verwacht hij/zij de naam van een land. Ik antwoord "Belgium" vanuit louter utilitaire overwegingen. En als iemand zou reageren met "Belgium, where's that?" - wat mij tot nu toe nog nooit overkomen is - dan zou ik antwoorden "Ever heard of Brussels?". Ook al woon ik dan in vogelvlucht 65 kilometer van Brussel, naar Amerikaanse normen is dat nog altijd "close to". Forty miles from Brussels, that's less than from Los Angeles to Orange County, less than fom Manhattan to the Hamptons. Naar Amerikaanse normen ligt Brussel aan de zee.
Nu valt er mij de laatste tijd wel iets op. Steevast, systematisch, zonder uitzondering, nadat ik "Belgium" had geantwoord, volgde de vraag: "What part of Belgium are you from?". Het overkam mij dit jaar al in San Francisco, in Wenen en nu in Reykjavik. En, onnozelaar die ik ben - waarmee ik bedoel dat mijn frank soms maar laat valt - vertelde ik dan tot nu toe altijd iets over "the province of West-Flanders", "60 kilometers from the coast", of "between Ghent and Kortrijk". Maar blijkbaar was dat niet het antwoord op de vraag, want meestal volgt dan de opmerking "so you're from the Flemish part?". Waarop ik dan reageer met "yes, my native language is Dutch". Merk op dat ze nooit vragen "what's your language?", maar wel "what part of Belgium are you from?". Mijn antwoord was tot nu toe ingegeven door de overweging dat ik die buitenlanders niet moet lastig vallen met onze communautaire problemen. Maar blijkbaar zal ik mijn standpunt moeten herzien.
Vijftien jaar geleden, toen ik mijn eerste stappen als zelfstandige zette, gaf ik nogal wat opleidingen in Brussel en in Ukkel, waar veel expats aan deelnamen: werknemers van de NAVO, van andere internationale instellingen, of van multinationals. Tijdens de lunch, bij een carpaccio en een glaasje wijn, ging het dan wel eens over de taaltoestanden in België. Als ik dan langs mijn neus weg aan zo'n Amerikaan, Engelsman of Canadees die al een paar jaar in Brussel woonde, vertelde dat de Nederlandstaligen zo'n 60% van de Belgische bevolking uitmaken, gebeurde het vaak dat zijn mond (en die van zijn tafelgenoten) openviel van verbazing. "Daar heb ik hier in de omgeving toch nog maar weinig van gemerkt", was dan vaak de verbaasde reactie. Die toenmalige vaststelling dat expats in België vaak de ballen snappen van onze communautaire problemen, vormde de basis voor mijn houding "laat ik die buitenlanders maar niet te veel overstelpen met onnodige details over onze ingewikkelde communautaire problemen". Je bent tenslotte een gast in een vreemd land, en dan ga je je gastheren niet vervelen met je binnenlandse politieke problemen.
Maar de tijden veranderen, en het zal ongetwijfeld wel met de buitenlandse mediaverslaggeving over de politieke crisis in België te maken hebben. Nu zijn het de buitenlanders die de slimmeriken zijn, en ik die als een onnozelaar overkom door van kromme haas te gebaren en de olifant in de kamer te negeren of te verzwijgen. Vanaf nu zal ik dus antwoorden "from Belgium - the Dutch-speaking part".
Nu zijn die buitenlanders wel verduiveld goed op de hoogte van het feit dat er communautaire problemen zijn in België, ze kunnen de situatie toch moeilijk plaatsen of duiden. Toen ik gisteren in een museum een iPod met commentaar kreeg aangeboden en de gids vroeg welke taal ik verkoos - hij wist dat ik een Nederlandstalige Belg was, Nederlands was geen keuzemogelijkheid, en ik koos het Engels - was hij toch verbaasd: "even when we have it in French, you still choose English?" Oui monsieur, ma langue véhiculaire internationale, c'est l'anglais. In Parijs, Genève of Québec spreek ik Frans, maar in niet-Franstalige landen leef ik in het Engels. Naar een Franse commentaarstem moeten luisteren in Reykjavik, ik zou het toch maar raar vinden. Een IJslandse buschauffeur vertelde mij dat hij een paar maanden in Brussel had gewoond toen zijn vader daar werkte. "Toen ik daar op straat mensen aansprak, begonnen ze spontaan Nederlands tegen mij te spreken. Ik denk dat het door mijn blond haar kwam". Zelfs bij de Brugse Metten in 1302 speelde de haarkleur geen rol, dacht ik bij mezelf. Hij vertelde er niet bij of hij die mensen had aangesproken in het Engels of in het Frans - ik neem aan dat hij geen IJslands had gesproken - maar ik zei dat ik vermoedde dat het door zijn accent kwam. IJslands en Nederlands zijn tenslotte verwante germaanse talen. Dat ik zelf enigszins verwonderd was dat iemand in Brussel spontaan in het Nederlands wordt aangesproken, heb ik hem maar niet verteld - alweer die schroom om buitenlanders maar niet lastig te vallen met communautaire details. Hij zal vermoedelijk wel met Vlaamse forenzen te maken hebben gehad.
Nu valt er mij de laatste tijd wel iets op. Steevast, systematisch, zonder uitzondering, nadat ik "Belgium" had geantwoord, volgde de vraag: "What part of Belgium are you from?". Het overkam mij dit jaar al in San Francisco, in Wenen en nu in Reykjavik. En, onnozelaar die ik ben - waarmee ik bedoel dat mijn frank soms maar laat valt - vertelde ik dan tot nu toe altijd iets over "the province of West-Flanders", "60 kilometers from the coast", of "between Ghent and Kortrijk". Maar blijkbaar was dat niet het antwoord op de vraag, want meestal volgt dan de opmerking "so you're from the Flemish part?". Waarop ik dan reageer met "yes, my native language is Dutch". Merk op dat ze nooit vragen "what's your language?", maar wel "what part of Belgium are you from?". Mijn antwoord was tot nu toe ingegeven door de overweging dat ik die buitenlanders niet moet lastig vallen met onze communautaire problemen. Maar blijkbaar zal ik mijn standpunt moeten herzien.
Vijftien jaar geleden, toen ik mijn eerste stappen als zelfstandige zette, gaf ik nogal wat opleidingen in Brussel en in Ukkel, waar veel expats aan deelnamen: werknemers van de NAVO, van andere internationale instellingen, of van multinationals. Tijdens de lunch, bij een carpaccio en een glaasje wijn, ging het dan wel eens over de taaltoestanden in België. Als ik dan langs mijn neus weg aan zo'n Amerikaan, Engelsman of Canadees die al een paar jaar in Brussel woonde, vertelde dat de Nederlandstaligen zo'n 60% van de Belgische bevolking uitmaken, gebeurde het vaak dat zijn mond (en die van zijn tafelgenoten) openviel van verbazing. "Daar heb ik hier in de omgeving toch nog maar weinig van gemerkt", was dan vaak de verbaasde reactie. Die toenmalige vaststelling dat expats in België vaak de ballen snappen van onze communautaire problemen, vormde de basis voor mijn houding "laat ik die buitenlanders maar niet te veel overstelpen met onnodige details over onze ingewikkelde communautaire problemen". Je bent tenslotte een gast in een vreemd land, en dan ga je je gastheren niet vervelen met je binnenlandse politieke problemen.
Maar de tijden veranderen, en het zal ongetwijfeld wel met de buitenlandse mediaverslaggeving over de politieke crisis in België te maken hebben. Nu zijn het de buitenlanders die de slimmeriken zijn, en ik die als een onnozelaar overkom door van kromme haas te gebaren en de olifant in de kamer te negeren of te verzwijgen. Vanaf nu zal ik dus antwoorden "from Belgium - the Dutch-speaking part".
Nu zijn die buitenlanders wel verduiveld goed op de hoogte van het feit dat er communautaire problemen zijn in België, ze kunnen de situatie toch moeilijk plaatsen of duiden. Toen ik gisteren in een museum een iPod met commentaar kreeg aangeboden en de gids vroeg welke taal ik verkoos - hij wist dat ik een Nederlandstalige Belg was, Nederlands was geen keuzemogelijkheid, en ik koos het Engels - was hij toch verbaasd: "even when we have it in French, you still choose English?" Oui monsieur, ma langue véhiculaire internationale, c'est l'anglais. In Parijs, Genève of Québec spreek ik Frans, maar in niet-Franstalige landen leef ik in het Engels. Naar een Franse commentaarstem moeten luisteren in Reykjavik, ik zou het toch maar raar vinden. Een IJslandse buschauffeur vertelde mij dat hij een paar maanden in Brussel had gewoond toen zijn vader daar werkte. "Toen ik daar op straat mensen aansprak, begonnen ze spontaan Nederlands tegen mij te spreken. Ik denk dat het door mijn blond haar kwam". Zelfs bij de Brugse Metten in 1302 speelde de haarkleur geen rol, dacht ik bij mezelf. Hij vertelde er niet bij of hij die mensen had aangesproken in het Engels of in het Frans - ik neem aan dat hij geen IJslands had gesproken - maar ik zei dat ik vermoedde dat het door zijn accent kwam. IJslands en Nederlands zijn tenslotte verwante germaanse talen. Dat ik zelf enigszins verwonderd was dat iemand in Brussel spontaan in het Nederlands wordt aangesproken, heb ik hem maar niet verteld - alweer die schroom om buitenlanders maar niet lastig te vallen met communautaire details. Hij zal vermoedelijk wel met Vlaamse forenzen te maken hebben gehad.


Werner - whuyse (at) gmail (dot) com
http://woordenlijst.org/zoe...
De online editie van Van Dale kent 'krommenaas' echter niet..