"Complotgeruchten bezitten specifieke redelijkheid"
Zelfs een in se brave jongen als de letterkundige-historicus David Van Reybrouck pleegde zonet een boekje genaamd “Pleidooi voor populisme”, waarin de kloof en de naderende clash wordt vastgesteld tussen het personeel van de netwerkstaat en de gewone man die de verhalen niet meer slikt.
En dat is dan meteen mijn antwoord aan ultraconservatieve Bush-adepten zoals Luc Van Braekel, die vindt dat ik me te positief uitlaat over complottheorieën à la Dylan Avery (“Loose Change”), Michael Moore (“Fahrenheit 9/11”) e.a. Het politiek complot is een realiteit. Niet de karikatuur ervan (een handjevol oligarchen dat op een schimmige plek snode plannen smeedt om de wereld naar hun hand te zetten); wel als flou conglomeraat van lobbying, intriges, parallelle diplomatie, netwerking, harde en zachte corruptie, vriendjespolitiek,- dat alles gecombineerd met intransparante bureaucratische tussenschotten en doorgeefluiken van macht, invloed, centen. Daar hoort ook enige uitsluiting bij, marginalisering van critici, tot en met regelrecht beroepsverbod, zie de zaak Frank Thevissen.
Het complotgerucht heeft zijn specifieke redelijkheid. Het is de anti-intellectualistische formulering van een radicale systeemkritiek die helemaal van onderaan, uit de buik van de samenleving komt. Het internet is er een onderdeel van, het verklaart de haast viscerale afkeer van de journalistieke beroepsklasse tegenover dit subversief, onstuurbaar medium.
Johan Sanctorum op In Flanders Fields, 13 september 2008
En dat is dan meteen mijn antwoord aan ultraconservatieve Bush-adepten zoals Luc Van Braekel, die vindt dat ik me te positief uitlaat over complottheorieën à la Dylan Avery (“Loose Change”), Michael Moore (“Fahrenheit 9/11”) e.a. Het politiek complot is een realiteit. Niet de karikatuur ervan (een handjevol oligarchen dat op een schimmige plek snode plannen smeedt om de wereld naar hun hand te zetten); wel als flou conglomeraat van lobbying, intriges, parallelle diplomatie, netwerking, harde en zachte corruptie, vriendjespolitiek,- dat alles gecombineerd met intransparante bureaucratische tussenschotten en doorgeefluiken van macht, invloed, centen. Daar hoort ook enige uitsluiting bij, marginalisering van critici, tot en met regelrecht beroepsverbod, zie de zaak Frank Thevissen.
Het complotgerucht heeft zijn specifieke redelijkheid. Het is de anti-intellectualistische formulering van een radicale systeemkritiek die helemaal van onderaan, uit de buik van de samenleving komt. Het internet is er een onderdeel van, het verklaart de haast viscerale afkeer van de journalistieke beroepsklasse tegenover dit subversief, onstuurbaar medium.
Johan Sanctorum op In Flanders Fields, 13 september 2008



dendof
Je kan dan evengoed de markt ook een complot noemen, of inflatie.
Net zoals racist en nazi al verwaterd zijn tot betekenisloze begrippen, stelt Sanctorum nu voor om ook de betekenis van complot te reduceren tot "een zaak of toestand die me niet bevalt".
Neen, dank je.