Vlaamse Fortis-belegger dient klacht in tegen minister Bos
Ik ben sinds enkele maanden houder van een bescheiden aantal aandelen FORTIS SA/NV. Ik heb, net als alle andere kleine aandeelhouders, met lede ogen moeten toezien hoe bij de recente pogingen om Fortis van de ondergang te redden, de koers enkel verder kelderde, met een opschorting van de handel als voorlopig slotstuk. Ik heb de indruk dat met name ook de publieke mededelingen van de Nederlandse Minister van Financiën, daar debet aan zijn.
Zo heeft de Minister op 30 september jl. in de Kamer gezegd dat Fortis anders was gefinancierd dan toen bekend was, hetgeen gevolgen had kunnen hebben voor het afgeven van de verklaring van geen bezwaar. Bedacht moet worden dat de Minister in een uitzonderlijk bevoorrechte informatie positie verkeerde: qualitate qua beschikt hij reeds over ampele toegang tot informatie, maar hij was in het weekend van 28 september jl. ook concreet en persoonlijk betrokken bij het "eerste reddingsplan" van Fortis. Verder is in de media gemeld dat de Minister al op dinsdag 30 september jl. betrokken was bij de voorbereiding van een tweede reddingspoging, de aankoop door de Nederlandse Staat van onder meer Fortis Bank Nederland en ABN AMRO Bank.
Door tijdens dat aankoopproces, waarbij de Staat als (toekomstig) aandeelhouder financieel belanghebbende is, de onrust te versterken zoals hij heeft gedaan, rijst de vraag of de Minister de artikelen 5: 56 Wft en 5:58 Wft heeft geschonden. Daarvoor is onder meer van belang of de door de Minister verstrekte informatie juist was, en zo niet, of hij wist dat dat niet het geval was. Voor beantwoording van die vragen richt ik mij tot u als toezichthouder. Ik verzoek u mij van uw beslissing om een onderzoek in te stellen, en van de vruchten daarvan, op de hoogte te houden.
Verder is het zo dat de markt pas vrijdagavond, 3 oktober jl.. leerde dat de eerste reddingspoging al op 30 september gefaald bleek te hebben, en dat Fortis sindsdien langs het randje van de afgrond had gelopen. Het zou nog maar de vraag zijn geweest of het bedrijf nog wel een "going concern" was. Ik verzoek u te onderzoeken of Fortis zelf, als uitgevende instelling, of de Staat als grootaandeelhouder, die koersgevoelige informatie niet eerder publiek hadden moeten maken dan zij hebben gedaan.
De Minister heeft op 2 oktober j.l. ook te kennen gegeven dat DNB ten tijde van het afgeven van de verklaring van geen bezwaar voor de overname van ABN AMRO, in 2007, DNB de door Fortis aangeleverde informatie onvoldoende begreep en risico's niet heeft kunnen inschatten.
Ik ben van mening dat die risico's gewoon door Fortis openbaar hadden moeten worden gemaakt op de voorgeschreven wijze (dwz. via de jaarrekening en evt. een separaat persbericht) en ook daarnaar vraagt ik u een onderzoek te starten. Voor wat betreft de rol van DNB, die naar zeggen van de Minister indertijd niet voldoende competent was, zal ik mij eerst verstaan met DNB en de Minister zelf.
Rudi De Kerpel in een brief aan de Nederlandse Autoriteit Financiële Markten, 6 oktober 2008
Zo heeft de Minister op 30 september jl. in de Kamer gezegd dat Fortis anders was gefinancierd dan toen bekend was, hetgeen gevolgen had kunnen hebben voor het afgeven van de verklaring van geen bezwaar. Bedacht moet worden dat de Minister in een uitzonderlijk bevoorrechte informatie positie verkeerde: qualitate qua beschikt hij reeds over ampele toegang tot informatie, maar hij was in het weekend van 28 september jl. ook concreet en persoonlijk betrokken bij het "eerste reddingsplan" van Fortis. Verder is in de media gemeld dat de Minister al op dinsdag 30 september jl. betrokken was bij de voorbereiding van een tweede reddingspoging, de aankoop door de Nederlandse Staat van onder meer Fortis Bank Nederland en ABN AMRO Bank.
Door tijdens dat aankoopproces, waarbij de Staat als (toekomstig) aandeelhouder financieel belanghebbende is, de onrust te versterken zoals hij heeft gedaan, rijst de vraag of de Minister de artikelen 5: 56 Wft en 5:58 Wft heeft geschonden. Daarvoor is onder meer van belang of de door de Minister verstrekte informatie juist was, en zo niet, of hij wist dat dat niet het geval was. Voor beantwoording van die vragen richt ik mij tot u als toezichthouder. Ik verzoek u mij van uw beslissing om een onderzoek in te stellen, en van de vruchten daarvan, op de hoogte te houden.
Verder is het zo dat de markt pas vrijdagavond, 3 oktober jl.. leerde dat de eerste reddingspoging al op 30 september gefaald bleek te hebben, en dat Fortis sindsdien langs het randje van de afgrond had gelopen. Het zou nog maar de vraag zijn geweest of het bedrijf nog wel een "going concern" was. Ik verzoek u te onderzoeken of Fortis zelf, als uitgevende instelling, of de Staat als grootaandeelhouder, die koersgevoelige informatie niet eerder publiek hadden moeten maken dan zij hebben gedaan.
De Minister heeft op 2 oktober j.l. ook te kennen gegeven dat DNB ten tijde van het afgeven van de verklaring van geen bezwaar voor de overname van ABN AMRO, in 2007, DNB de door Fortis aangeleverde informatie onvoldoende begreep en risico's niet heeft kunnen inschatten.
Ik ben van mening dat die risico's gewoon door Fortis openbaar hadden moeten worden gemaakt op de voorgeschreven wijze (dwz. via de jaarrekening en evt. een separaat persbericht) en ook daarnaar vraagt ik u een onderzoek te starten. Voor wat betreft de rol van DNB, die naar zeggen van de Minister indertijd niet voldoende competent was, zal ik mij eerst verstaan met DNB en de Minister zelf.
Rudi De Kerpel in een brief aan de Nederlandse Autoriteit Financiële Markten, 6 oktober 2008

pepperjack
We kunnen echter op een blaadje het resultaat geven: alle Nederlandse instellingen, het gerecht incluis, zullen aan hetzelfde zeel trekken, net zoals ze dat met baby D. (gekocht via internet van een draagmoeder terwijl de biologische vader gekend is!!!) gedaan hebben: een juridisch onmogelijke (en zelfs eenvoudige) situatie toch bestendigen. Dat is de macht van de rechter.
Daarenboven heeft niemand een spat medelijden met Fortis-aandeelhouders.