Biografie van Bush in de bioscoop
[versie in hogere resolutie]
Gisteravond zag ik de avant-première van de film "W. - The Story of George W. Bush", die vanaf morgen in de Belgische bioscopen wordt vertoond. In de halfvolle zaal zaten nogal wat Engelstalige expats, en een massa mensen die via Radio 1 een ticket hadden gewonnen. Een medewerkster van Radio 1 leidde de film in met de mededeling dat Oliver Stone niet in de voetsporen van Michael Moore wou treden door Bush te bekritiseren, maar dat hij veeleer een empathisch portret wou maken dat ons helpt om de persoon van George W. Bush beter te begrijpen.
De film schakelt heen en weer tussen het presidentschap van Bush en eerdere fazen uit zijn leven. Zoals zijn jeugd, die vooral bestond uit drinken, gokken en lanterfanten. Bush staat zijn hele jeugd in de schaduw van zijn vader en zijn jongere maar succesrijkere broer Jeb, en is het zwarte schaap van het gezin. Vader Bush moet zoonlief voortdurend de mantel uitvegen over zijn liederlijk gedrag en hem eraan herinneren "dat hij geen Kennedy is". Maar als vader en vice-president Bush zijn zoon veel later vraagt om hem te helpen bij zijn presidentscampagne, omdat broer Jeb onbeschikbaar is, neemt George W. zijn kans. Tijdens die verkiezingscampagne ontpopt de jonge Bush zich tot een politiek talent. De Willie Horton-reclamespot, waarin het misdaadbeleid van Bush-rivaal Michael Dukakis als te slap wordt afgeschilderd, was een beslissend moment in de verkiezingscampagne. Horton was een moordenaar die tijdens zijn proefverlof een vrouw had verkracht. De tv-spot waarin deze gebeurtenis als een gevolg van Dukakis' justitiebeleid in Massachusetts werd geduid, wordt in de film als een idee van zoon Bush voorgesteld.
Aan het drankmisbruik van Bush komt een einde tijdens een bizar bekeringsmoment, dat in de film wordt getoond als een soort "Paulus valt van zijn paard"-moment. Vanaf dan is Bush een herboren christen met een overdosis zelfvertrouwen. Zijn moeder lacht zich tot tranen als hij vol ambitie komt vertellen dat hij gouverneur van Texas wil worden: "Jij? Gouverneur van Texas?" Maar tot verbazing van zijn ouders haalt George het in Texas, en faalt lievelingszoon Jeb in Florida.
De film besteedt geen seconde aandacht aan de twee presidentiële verkiezingscampagnes die Bush won. Die worden als de logische voortzetting beschouwd van de eerdere campagne waarmee Bush het gouverneurschap van Texas won. Het advies van Karl Rove en het vermogen van Bush om op dezelfde golflengte te komen als de modale Amerikaan, leverden hem telkens de overwinning op. Aan de aanslagen van 11 september 2001 wordt ook geen aandacht besteed, ook al duikt het thema af en toe op tijdens latere gesprekken.
Veel acteurs vertonen een vage fysieke gelijkenis met de figuur die ze uitbeelden, maar Richard Dreyfuss lijkt wel de echte Dick Cheney, het brein achter de oorlog in Irak en de gevangenis in Guantanamo. Hij belichaamt in de film de ideeën van het "Project for the New American Century" en komt daarmee vaak in conflict met Colin Powell die de weg van de diplomatie verkiest.
Bij sommige andere acteurs neemt de rol of het personage potsierlijke elementen aan. Condoleezza Rice gedraagt zich zo high-brow en wereldvreemd dat het bij momenten hilarisch wordt. En die superdikke onderlip van generaal Tommy Franks, die valt op echte foto's van de man toch nergens te ontwaren. Wapeninspecteur David Kay is de enige wiens rol niet meteen herkenbaar is. Hij komt op einde van de film aan Bush vertellen waar het fout liep: Saddam blufte als hij het over zijn massavernietigingswapens had, en Saddam dacht dat Bush blufte als hij het over een mogelijke invasie had.
Veel relaties blijven vaag in de film, maar de verhouding tussen vader en zoon Bush wordt haarscherp uitgediept en vormt de rode draad door de film. Als vader Bush wegens een economische recessie de verkiezingscampagne voor een tweede ambtstermijn verliest aan Bill Clinton, zegt zoon Bush hem vlakaf dat hij maar had moeten doorstoten naar Bagdad om Saddam Hoessein te elimineren, in plaats van te zijn gestopt na de bevrijding van Koeweit.
Een andere rode draad door de film is het huwelijk met Laura. Een quasi perfect en harmonieus huwelijk, zowat het enige waarin Bush geslaagd lijkt te zijn.
De muziek tijdens de film is soms goed, zoals "The yellow rose of Texas" tijdens de olie-activiteiten van Bush in Texas. Maar als diezelfde song opnieuw gedraaid wordt tijdens het tonen van de "shock-and-awe" bombardementen op Bagdad, krijgt de film wel kortstondig wat Michael Moore-allures. Ook als tijdens de voorbereidingen van de oorlog de song "What a wonderful world" ten gehore wordt gebracht.
Op bepaalde ogenblikken neemt de film een loopje met de historische werkelijkheid. Zoals uitspraken uit 2001 ("Every nation, in every region, now has a decision to make. Either you are with us, or you are with the terrorists") en 2003 ("Saddam Hussein recently sought significant quantities of uranium from Africa") die in één State of the Union-toespraak worden samengegooid. Of de lapsus "Fool me once, shame on — shame on you. Fool me — you can't get fooled again", die Bush in werkelijkheid in het openbaar uitsprak, maar die hem in de film tijdens een besloten vergadering in de mond wordt gelegd. Onwaarschijnlijk is ook het gesprek waarin Dick Cheney tegen Bush zegt dat er "90% kans" bestaat dat Saddam Hoessein al over kernwapens beschikt.
Deze film heeft niet de meesterwerk-allures van "Nixon", die andere presidentiële biografie van Oliver Stone, maar biedt toch een interessante kijk in het leven en de carrière van George W. Bush.
Gisteravond zag ik de avant-première van de film "W. - The Story of George W. Bush", die vanaf morgen in de Belgische bioscopen wordt vertoond. In de halfvolle zaal zaten nogal wat Engelstalige expats, en een massa mensen die via Radio 1 een ticket hadden gewonnen. Een medewerkster van Radio 1 leidde de film in met de mededeling dat Oliver Stone niet in de voetsporen van Michael Moore wou treden door Bush te bekritiseren, maar dat hij veeleer een empathisch portret wou maken dat ons helpt om de persoon van George W. Bush beter te begrijpen.
De film schakelt heen en weer tussen het presidentschap van Bush en eerdere fazen uit zijn leven. Zoals zijn jeugd, die vooral bestond uit drinken, gokken en lanterfanten. Bush staat zijn hele jeugd in de schaduw van zijn vader en zijn jongere maar succesrijkere broer Jeb, en is het zwarte schaap van het gezin. Vader Bush moet zoonlief voortdurend de mantel uitvegen over zijn liederlijk gedrag en hem eraan herinneren "dat hij geen Kennedy is". Maar als vader en vice-president Bush zijn zoon veel later vraagt om hem te helpen bij zijn presidentscampagne, omdat broer Jeb onbeschikbaar is, neemt George W. zijn kans. Tijdens die verkiezingscampagne ontpopt de jonge Bush zich tot een politiek talent. De Willie Horton-reclamespot, waarin het misdaadbeleid van Bush-rivaal Michael Dukakis als te slap wordt afgeschilderd, was een beslissend moment in de verkiezingscampagne. Horton was een moordenaar die tijdens zijn proefverlof een vrouw had verkracht. De tv-spot waarin deze gebeurtenis als een gevolg van Dukakis' justitiebeleid in Massachusetts werd geduid, wordt in de film als een idee van zoon Bush voorgesteld.
Aan het drankmisbruik van Bush komt een einde tijdens een bizar bekeringsmoment, dat in de film wordt getoond als een soort "Paulus valt van zijn paard"-moment. Vanaf dan is Bush een herboren christen met een overdosis zelfvertrouwen. Zijn moeder lacht zich tot tranen als hij vol ambitie komt vertellen dat hij gouverneur van Texas wil worden: "Jij? Gouverneur van Texas?" Maar tot verbazing van zijn ouders haalt George het in Texas, en faalt lievelingszoon Jeb in Florida.
De film besteedt geen seconde aandacht aan de twee presidentiële verkiezingscampagnes die Bush won. Die worden als de logische voortzetting beschouwd van de eerdere campagne waarmee Bush het gouverneurschap van Texas won. Het advies van Karl Rove en het vermogen van Bush om op dezelfde golflengte te komen als de modale Amerikaan, leverden hem telkens de overwinning op. Aan de aanslagen van 11 september 2001 wordt ook geen aandacht besteed, ook al duikt het thema af en toe op tijdens latere gesprekken.
Veel acteurs vertonen een vage fysieke gelijkenis met de figuur die ze uitbeelden, maar Richard Dreyfuss lijkt wel de echte Dick Cheney, het brein achter de oorlog in Irak en de gevangenis in Guantanamo. Hij belichaamt in de film de ideeën van het "Project for the New American Century" en komt daarmee vaak in conflict met Colin Powell die de weg van de diplomatie verkiest.
Bij sommige andere acteurs neemt de rol of het personage potsierlijke elementen aan. Condoleezza Rice gedraagt zich zo high-brow en wereldvreemd dat het bij momenten hilarisch wordt. En die superdikke onderlip van generaal Tommy Franks, die valt op echte foto's van de man toch nergens te ontwaren. Wapeninspecteur David Kay is de enige wiens rol niet meteen herkenbaar is. Hij komt op einde van de film aan Bush vertellen waar het fout liep: Saddam blufte als hij het over zijn massavernietigingswapens had, en Saddam dacht dat Bush blufte als hij het over een mogelijke invasie had.
Veel relaties blijven vaag in de film, maar de verhouding tussen vader en zoon Bush wordt haarscherp uitgediept en vormt de rode draad door de film. Als vader Bush wegens een economische recessie de verkiezingscampagne voor een tweede ambtstermijn verliest aan Bill Clinton, zegt zoon Bush hem vlakaf dat hij maar had moeten doorstoten naar Bagdad om Saddam Hoessein te elimineren, in plaats van te zijn gestopt na de bevrijding van Koeweit.
Een andere rode draad door de film is het huwelijk met Laura. Een quasi perfect en harmonieus huwelijk, zowat het enige waarin Bush geslaagd lijkt te zijn.
De muziek tijdens de film is soms goed, zoals "The yellow rose of Texas" tijdens de olie-activiteiten van Bush in Texas. Maar als diezelfde song opnieuw gedraaid wordt tijdens het tonen van de "shock-and-awe" bombardementen op Bagdad, krijgt de film wel kortstondig wat Michael Moore-allures. Ook als tijdens de voorbereidingen van de oorlog de song "What a wonderful world" ten gehore wordt gebracht.
Op bepaalde ogenblikken neemt de film een loopje met de historische werkelijkheid. Zoals uitspraken uit 2001 ("Every nation, in every region, now has a decision to make. Either you are with us, or you are with the terrorists") en 2003 ("Saddam Hussein recently sought significant quantities of uranium from Africa") die in één State of the Union-toespraak worden samengegooid. Of de lapsus "Fool me once, shame on — shame on you. Fool me — you can't get fooled again", die Bush in werkelijkheid in het openbaar uitsprak, maar die hem in de film tijdens een besloten vergadering in de mond wordt gelegd. Onwaarschijnlijk is ook het gesprek waarin Dick Cheney tegen Bush zegt dat er "90% kans" bestaat dat Saddam Hoessein al over kernwapens beschikt.
Deze film heeft niet de meesterwerk-allures van "Nixon", die andere presidentiële biografie van Oliver Stone, maar biedt toch een interessante kijk in het leven en de carrière van George W. Bush.


Bompa