Satelliettelefonie was enkele jaren geleden een veelbelovende technologie. Enkele prestigieuze projecten liepen op de klippen:
Iridium ging failliet en
herbegon op bescheiden schaal, met de Amerikaanse overheid als enige klant.
Teledesic, waarin o.a. Bill Gates enkele miljarden geïnvesteerd had, besloot er gewoon
niet aan te beginnen. De oorlog in Irak vestigt nu echter de aandacht op de reeds bestaande Arabische satelliet-telefonieprovider
Thuraya met hoofdkantoor in Abu Dhabi. In tegenstelling tot Iridium en Teledesic, die gebruik maken van tientallen laagvliegende satellieten (LEO = Low Earth Orbit), maakt Thuray op dit ogenblik gebruik van slechts één satelliet die zich in een geostationaire baan bevindt. Daardoor blijft de dienstverlening wel beperkt tot Europa, Noord- en Centraal-Afrika, het Midden-Oosten, Centraal-Aziëen het Indische subcontinent (
kaart van de dekkingszone). CNN en andere nieuwszenders tonen dezer dagen vaak beeldmateriaal dat met behulp van het Thuraya-netwerk via video-streaming over het internet verstuurd wordt. De beeldkwaliteit is merkbaar lager, maar het voordeel is dan weer dat een camera, een laptop en een Thuraya-compatibele mobilofoon volstaan om beelden op te stralen, dit in tegenstelling tot de klassieke uplink-stations met hun zware schotelantennes. Toch gooien de natuurelementen nog regelmatig roet in het eten. NBC heeft al zes
Sony PD150 camera's verloren: ze raakten stuk door zandkorrels die in een zandstorm overal doorheen dringen. Op het slagveld stuig het gebruik van satelliettelefoons door journalisten op groeiende weerstand van de bevelhebbers: niet alleen uit vrees dat de vijand details zou te weten komen over de positie, maar ook omdat de Thuraya-satelliettelefoons van Iraakse bevelhebbers een potentieel doelwit vormen dat moet kunnen uitgepeild worden. Behalve Thuraya is er ook nog het
Inmarsat-systeem, dat wel een wereldwijde dekking heeft, maar gebruikt maakt van omvangrijker apparatuur, ter grootte van een faxtoestel.