Creatieve destructie en economisch optimisme

Werkgelegenheid. Het woord heeft een bittere nasmaak met de economische berichtgeving van de laatste weken in het achterhoofd. De nakende sluiting van Opel Antwerpen en haar toeleveringsbedrijven heeft een storm van verontwaardiging, ongeloof en woede ontketend. En toch moeten we niet geheel verbaasd zijn dat moederbedrijf General Motors die beslissing heeft genomen. De achteruitgang van de klassieke industrie is al langer aan de gang. Deze evolutie wordt onthaald op veel boegeroep maar dat is niet volledig terecht. Economische vooruitgang gaat weliswaar gepaard met pijnlijke momenten zoals de sluiting van fabrieken en jobverlies, maar dergelijke creatieve destructie is noodzakelijk voor onze toekomstige welvaart.

De sluiting van de Opelfabriek is uiteraard een ramp voor alle betrokken werknemers, laat daar geen twijfel over bestaan. Niemand verliest graag de job waarop men jarenlang heeft vertrouwd. Het spelletje dat GM heeft gespeeld is ook op zijn minst merkwaardig te noemen. De werknemers in Antwerpen werden maandenlang heen en weer gesleurd tussen angst en hoop omwille van de onduidelijkheid van het management. Het is dan ook jammer dat de Vlaamse overheid nog zoveel geld in de fabriek is blijven pompen, zonder enige belofte of mogelijk resultaat. Uiteraard wil elke politicus de indruk geven dat hij er alles aan doet om ‘jobs te redden’. Maar ondertussen weet men in de politiek verdomd goed dat men maar weinig invloed heeft op de beslissingen van grote multinationals. Dat de overheid hierbij miljoenen euro’s belastinggeld in een bodemloze put heeft gegooid, zou bij de publieke opinie evenveel verontwaardiging moeten oproepen.

Wantrouwen tegenover de ondernemer

De reacties op de sluiting spreken boekdelen wat betreft de manier waarop we over deze problematiek denken. Vlaanderen heeft een vreemde houding tegenover grote bedrijven en wantrouwt de economische redenering die schuil gaat achter woorden als efficiëntie, winst en competitiviteit. De ambivalentie ten opzichte van ondernemerschap en succes wordt vertaald in een lage ondernemingsgraad en een hoge reguleringsdrang. Men kan echter niet ontkennen dat de economische logica inherent is aan elke mens en een essentiële voorwaarde is voor onze welvaart. Elk van ons streeft naar een hogere graad van welzijn, afhankelijk van onze eigen voorkeuren. Het is een fundamenteel menselijke drang om een beter leven te zoeken voor onszelf en onze naasten. In economische termen kunnen we dit beschouwen als een vorm van ‘winstmaximalisatie’ waarbij elk van ons een eigen invulling geeft aan wat voor hem/haar het meest ‘winstgevend’ is. Ook ondernemingen hebben een dergelijke ratio die zich toespitst op materieel welzijn.

Een onderneming streeft naar lagere kosten, meer efficiëntie en winst; deze eigenschappen zijn inherent aan haar economische activiteit. Maar om die doelen te bereiken is een onderneming verplicht tegemoet te komen aan de wensen van de consument en die vraagt betere kwaliteit tegen lagere prijzen. En dus zoekt elke succesvolle ondernemer naar methodes om aan die vraag te voldoen. Hij zal zijn middelen moeten inzetten waar ze de hoogste ‘return on investment’ zullen opleveren en dat betekent dat hij zijn productie zal verplaatsen of aanpassen als dat efficiënter blijkt te zijn. Dit principe kenmerkt de vooruitgang van de Westerse samenleving die van een agrarische samenleving langs de Industriële Revolutie evolueerde tot een hoogtechnologische kenniseconomie. Hieraan danken wij onze welvaart en het feit dat West-Europa een aantrekkelijke regio is geworden voor ondernemingen die investeren in hoogtechnologische goederen en diensten. Maar dat betekent ook dat ons comparatief voordeel afneemt in andere sectoren; men kan en hoeft niet alles zelf te doen. De ondernemingen die elders betere productievoorwaarden kunnen vinden, zullen hun activiteiten verplaatsen. Toegegeven: voor degenen die erdoor geraakt worden, kan dit een groot nadeel betekenen. Voor de nieuwe werknemers en consumenten, soms aan de andere kant van de wereld, betekent dit echter een kans om ook de weg van economische en sociale vooruitgang te bewandelen.

De vrijmaking en verplaatsing van handelsactiviteiten, inclusief de verschuiving van jobs, hebben de laatste decennia gezorgd voor een verbetering van onze levensstandaard en economische keuzevrijheid. Spijtig genoeg gaan deze voordelen ons haast onopgemerkt voorbij. Als nieuwe producten verkrijgbaar worden, prijzen dalen en kwaliteit verbetert, is er haast niemand die dit zal opmerken. Dat er wereldwijd steeds meer mensen toegang hebben tot meer goederen en diensten blijft een onbekend feit. En de miljoenen die de voorbije jaren uit de armoede zijn getild dankzij ‘oude’ westerse jobs halen nauwelijks het nieuws. Maar als er ontslagen dreigen in eigen land, een pijnlijk maar noodzakelijk effect van economische efficiëntie, dan klaagt men steen en been over de hebzucht van ondernemingen en de nietsontziende wereldhandel. De impact op het leven van duizenden werknemers wordt hier niet ontkend. Maar men moet wel inzien dat economische vooruitgang, gedreven door ondernemers die voldoen aan de eisen van consumenten, een veelvoud aan onzichtbare voordelen oplevert die qua aandacht de baan moeten ruimen voor zichtbare nadelen.

Nood aan economisch optimisme

De westerse wereld staat onder toenemende druk vanuit de opkomende economieën. Onze ondernemingen kampen niet alleen tegen binnenlandse concurrenten maar steeds meer tegen buitenlandse bedrijven. Hetzelfde geldt voor werknemers. Grote delen van onze industrie verdwijnen naar waar de productievoorwaarden gunstiger zijn. En de bedrijven die niet voldoen aan de eisen van de consument inzake prijs en kwaliteit moeten plaats ruimen voor anderen die wel hun kosten onder controle kunnen houden en de kwaliteit kunnen verhogen. Dit proces van creatieve destructie, zoals de econoom Joseph Schumpeter het noemde, is niet vrij van groeipijnen en crisismomenten. Maar het blijft niettemin het proces dat ons de voorbije eeuw een ongeziene groei in welvaart heeft opgeleverd. Het is dankzij innovatie dat we nieuwe en betere jobs hebben gecreëerd die de oude hebben vervangen. Een herwaardering van ondernemerschap en haar drijfveren is dan ook aan de orde. Die drijfveren worden vandaag beknot door een neerbuigende publieke opinie en een overheid die ondernemerschap fnuikt met lasten en regelneverij op alle niveaus.

Vandaag ondervinden we de gevolgen van die misprijzende houding tegenover grote bedrijven en ondernemerschap. Multinationals beseffen dat men maar moet dreigen met delokaliseringen om allerlei beschermingen en staatssteun te verkrijgen. Zo wist GM afspraken te sluiten met de Duitse overheid waarvan we de ware omvang waarschijnlijk niet kennen. Opnieuw springen politici op de bres om de bedrijven te behouden die men jarenlang heeft opgezadeld met hoge belastingen en regelgeving. Vaak worden er speciale voordelen gegund in de vorm van handelsbarrières en staatssteun, maar deze ingrepen zijn nochtans even nefast voor werknemers en consumenten. In plaats van de wensen van de consument ter harte te nemen zullen bedrijven dingen naar de gunsten van politici om hun markten af te schermen van aantrekkelijkere concurrenten. Als we economische en sociale vooruitgang een kans willen geven dan dient de overheid zich niet alleen te onthouden van overreguleren maar ook van favoriseren. In een vrije markt is het laatste woord aan de consument, niet de overheid.

Niemand weet hoe de toekomst vorm zal geven aan onze werkgelegenheid en onze economie. Het is aan het samenspel tussen vraag en aanbod, consument en ondernemer, om te zoeken naar nieuwe industrieën die de sterktes van onze regio tot hun recht laten komen. De overheid moet die investeringen en innovatie opnieuw ruimte geven, los van stigmatisering, overregulering, import- of exportbeperkingen of staatssteun. En wij moeten allemaal de voordelen herontdekken die onze samenleving heeft geboekt dankzij het proces van creatieve destructie. De omarming van het vrije ondernemerschap is de enige manier om de verliezen van vandaag om te zetten in de successen van morgen.

Nick Roskams

Reacties

#92829

traveller

 

Een heel mooi stukje, maar een beetje gemakkelijk. De basisregels van de creatieve destructie ontken ik niet maar het zou handig zijn de case-by-case toe te passen.
Ongelukkig genoeg ben ik geen autoingenieur, maar ik ben verdomd zeker dat de technologie in Gent, Antwerpen, Genk en Brussel, samen met de onderaannemers genoeg is om een auto te bouwen. Er worden nog genoeg auto's gekocht in Europa om ook in Vlaanderen een productie te laten bestaan en uitbreiden.
Het grote vraagstuk in de autoindustrie is: "welke auto zal binnen 5 jaar worden gekocht?" VW heeft dat tot nu toe zeer goed gezien, BMW ook.
Wat belet de Vlaamse autoingenieurs om een studie van de ideale wagen naar voor te brengen? Bestaat die creativiteit niet DAN PAS doe je de boel dicht. Is de Vlaamse ingenieur niet meer in staat tot creativiteit? Kan de Vlaamse ingenieur geen toekomstvisie meer hebben, dan spreek je niet over creatieve destructie maar wel over creatieve armoede.
Nu ga ik horen dat GM niet wou en niet geholpen heeft. Zeker waar, maar waar zijn de creatieve auto voorstellen? Waar zijn de ideeën?
Waar zijn de ingenieurs die hier op dit blog de trompet bliezen van hun kunnen?
De creatieve destructie van de Vlaamse autonijverheid is niet nodig, creativitezit is nodig en de ballen om voor zijn ideeën te vechten.
Een probleem moet in de diepte aangepakt worden en niet via de uitvluchten en de excuses.
Theoretische creatieve destructie kan theoretisch gediscussieerd worden, in de praktijk zijn er problemen en oplossingen. De oplossingen kunnen het best op tafel gelegd worden in crisistijd.
Het is crisis in de autoindustrie en in de Vlaamse chemie, staal, metaal en energiesector. Het zijn grote problemen ze zijn dus waard om bestudeerd te worden met meer dan 5 minuten aandacht.
Verder moet de infrastructuur van de Vlaamse beslissingsmacht en de Vlaamse politiek totaal onafhankelijk en soepel georganiseerd worden. De huidige bureaucratie à la Belgique moet totaal anders aangepakt worden en de zuilen moeten buiten.

#92857

Nick Roskams

 

Niemand heeft een blauwdruk voor de toekomst dus niemand weet hoe de ideeën van morgen er zullen uitzien. De vraag of de sluiting van Opel Antwerpen terecht is, kan niet met zoveel gemak worden beantwoord.

Wat vandaag de creativiteit remt is de invloed van de bureaucratie en het corporatisme. Grote bedrijven proberen via de overheid toetreding tot de markt moeilijker te maken. In de VS zijn er al kleinere autobedrijven die niet doorbreken omwille van de staatssteun aan GM, Ford, etc.

#92860

traveller

 

@ Nick Roskams

Akkoord met je commentaar. ik zou me echter veel beter voelen als ik een energieke creatieve ingenieur zag verschijnen met een idee, het is een hopeloos lege woestijn voor het ogenblik.

#92888

Rudyard Kipling

 

@ traveller
Die energieke creatieve ingenieur, stel daar niet te veel hoop op, die gaat ook geen oplossing brengen voor de economische ondergang van Europa.
Waarom zou die zijn idee in Vlaanderen uitwerken ? Hij zou wel gek zijn als hij dat zou doen.
Steeds opnieuw moet ik lezen dat de loonkosten en belastingdruk de bedrijven dwingt naar elders uit te wijken. En direct daarna komt dan meestal de oplossing: we moeten innoveren. Wanneer wordt dat sprookje eens eindelijk ontrafeld ?
Ja, natuurlijk: 1. de loonkosten en 2. de te hoge belastingen zijn een belangrijke drijfveer om je zaken naar elders over te brengen. Maar het belang van die twee oorzaken wordt steeds minder. Andere oorzaken worden steeds belangrijker:

3. De klanten zijn al verhuisd. Zonder hun nieuwe, rijke klanten in China was de hele westerse auto-industrie al lang dood. Bedrijven willen om voor de hand liggende redenen produceren waar hun nieuwe klanten zitten.

4. Red tape. Reglementitis, ronduit tegenwerking van overheden en vakbonden hebben veel bedrijven weggepest uit belgie. Het gijzelen van managers of andere negatieve omstandigheden waarin bedrijven in belgie moeten zien te overleven, allemaal niet erg stimulerend voor wie een bedrijf in belgie wil opzetten of houden.

5. Ambitieuze, hard werkende ingenieurs. Laten we het maar toegeven: Europa is zelfgenoegzaam en lui geworden. In China staan elk jaar opnieuw 600000 nieuwe, goed opgeleide ingenieurs te trappelen om aan de slag te gaan aan minder dan 300 EUR/maand. Bovendien: Chinezen zijn heel leergierig, zij absorberen nieuwe kennis als een spons en ze zijn bereid om als het nodig is op zaterdag of zondag te werken.

6. R&D, technologische innovatie. Die is voor een groot deel al weg uit Europa. Heel veel R&D is een kwestie van trial & error, als je dat een beetje systematisch organiseert, dan kun je dat veel beter en efficiënter in China doen. Bovendien heb je voor veel R&D de bestaande productielijn nodig. En die staat al in China.

Het valt mij niet moeilijk om nog een paar andere oorzaken te vermelden.
Slotsom: zelfs als volgende week de loonlasten plotseling terugvallen op een kwart van het huidige peil, zelfs als straks de belastingen halveren, dan nog blijven er veel andere oorzaken die bedrijven aanzetten om weg te trekken uit belgie.
En het ergste van al: ik zie de laatste 4 hierboven genoemde punten nog niet zomaar direct veranderen.

#92892

traveller

 

@ Rudyard Kipling

Je hebt gelijk op alle punten.
Aangezien ik echter, als het enigzins mogelijk is, in Vlaanderen zou willen blijven en aangezien ik genoeg China-reizen op mijn teller heb om te weten dat ik daar de rest van mijn leven niet wil slijten, hoop ik dat er een paar mensen met hersens, creativiteit en ambitie zullen opstaan om de boel hier te veranderen.
De Belgische loonkosten en belastingen zijn zeker te hoog, maar in de Europese context kan nog altijd een goede zuinige kwaliteitswagen zeker verkocht worden.
We hebben de kennis, het fabrieksinstrument en de mensen. Het enige wat onze hangmatjongens missen is een creatieve visie en doorzettingsvermogen. Ik weet op dat vlak heel goed waar ik over spreek.
Er is verdorie een markt van bijna 500 miljoen mensen, daar kunnen een paar goede auto's nog verkocht worden.

#92934

Rudyard Kipling

 

@ traveller
Soms wou ik dat ik helemaal ongelijk had, dat al mijn argumenten konden weerlegd worden, zodat er toch nog een economische toekomst is voor het oude Europa.

Het enige wat Europa nu nog heeft is hoop, hoop die blijkbaar gebaseerd is op gebakken lucht en poeha van de media. Gisteren zei er iemand in Davos dat het nog zeker vier jaar gaat duren voor het in Europa wat beter gaat worden. Ook gisteren zei er hier iemand dat, zodra het consumentenvertrouwen zich herstelt, dat de crisis dan snel zal voorbij zijn.

Maar mijn 6 punten van hierboven, die blijven staan. En dus gaat Europa de volgende decennia steeds verder down the drain. Niks, absoluut NIKS aan te doen. Ik wou dat ik ongelijk had.