Bush en de AIDS-bestrijding
Weet u: in Europa horen ze dat niet graag, maar eigenlijk hebben we veel te danken aan de Amerikaanse president George W. Bush. In zijn State of the Union van 2003 beloofde hij 15 miljard dollar voor aids-bestrijding in ontwikkelingslanden. Minstens even belangrijk: het geld werd ook daadwerkelijk gestort. De omvang van dat bedrag heeft onze financiële positie helemaal veranderd. Vroeger kregen we op zijn best honderd miljoentjes hier en wat miljoentjes daar. Bij het ontstaan van UNAids in 1994 hadden we een budget van 200 miljoen dollar. Peanuts. Nu beschikken we over 6,1 miljard dollar.
Bush stelt verschillende voorwaarden. Ten eerste moet het geld naar vijftien concentratielanden gaan: Botswana, Ivoorkust, Ethiopië, Tanzania, Vietnam enzovoort. Allemaal zwaar getroffen gebieden. Ten tweede moeten we het grootste deel van het budget uitgeven aan de behandeling van al besmette personen. We mogen daarvoor enkel de zogeheten merkengeneesmiddelen gebruiken, dus geen goedkopere generische medicijnen. Voor wat preventiecampagnes betreft moet een derde van het geld naar programma's van seksuele onthouding gaan. [...]
Wist u bijvoorbeeld dat de Verenigde Staten de grootste geldschieter zijn voor condooms in ontwikkelingslanden? Vergeet ook niet dat er vaak een verschil is tussen de Amerikaanse retoriek over seksgerelateerde onderwerpen als aids, en wat er werkelijk op het terrein gebeurt. De neoconservatieve standpunten die regelmatig de wereld rond gaan, zijn eigenlijk bedoeld voor binnenlands Amerikaans gebruik. Voor Bush is dat een manier om de fundamentalistische christelijke rechterzijde aan zich te binden. Maar in de praktijk en op het terrein is de impact van die standpunten relatief. Trouwens, het zijn niet enkel de Verenigde Staten die beperkingen opleggen aan USAids. Ook de Scandinavische landen leggen voorwaarden op. Zo zijn Zweden, Noorwegen en Finland hevige tegenstanders om propere naalden aan drugsverslaafden te verschaffen.
UNAids-directeur Peter Piot, geïnterviewd door Koen Vidal, in De Morgen van 19 februari 2005


