België boycot de geest van de dienstenrichtlijn
Sinds eind december 2009 is de dienstenrichtlijn in de EU volledig in werking getreden, maar deze sorteert nog te weinig effect. (...)
Centraal in de dienstenrichtlijn staat de verplichting voor lidstaten om hun wetgevingen die een vrij verkeer van diensten belemmeren, te toetsen op twee punten: zijn deze wetten en regels nog noodzakelijk en zijn de kosten ervan voor ondernemers niet te hoog? Indien dit niet het geval is, moeten ze worden verwijderd. Toch blijken nog steeds veel gedragsvoorschriften en vergunningen van diverse lidstaten het vrij verkeer van diensten nodeloos te belemmeren. (...)
Pas na drie jaren fel debat in de Raad en vooral in het Europees Parlement werd een sterk afgezwakte variant van de oorspronkelijke ‘Bolkesteinrichtlijn’ aangenomen. De belangrijkste afzwakking komt voort uit het overboord gooien van het ‘land-vanoorsprong- beginsel’. Dit hield in dat dienstverleners die tijdelijk gevestigd zijn in een andere lidstaat of er diensten uitvoeren, enkel onderworpen blijven aan de wetgeving van hun eigen land. Dit principe is de basis van de interne markt, maar het werd onder druk van het Europees Parlement geweigerd in de dienstensector, de grootste sector in de Europese economie.
Het opofferen van dit beginsel heeft desastreuze gevolgen. Zo werd de Europese wetgever bij de finale versie van de dienstenrichtlijn verplicht terug te vallen op de bestaande rechtspraak van het Hof van Justitie over de interne markt voor diensten. Handelsbelemmerende regels kunnen volgens het Hof enkel blijven bestaan wanneer aangetoond wordt dat zij ‘noodzakelijk’ en ‘evenredig’ zijn. Maar nog steeds heeft het Hof niet duidelijk gemaakt op welke wijze deze evaluatie precies moet gebeuren of hoe men deze evaluatie ‘op afdoende wijze’ dient te onderbouwen.
Toen deze evaluatie- en rapportageverplichtingen gewoonweg werden overgenomen in de dienstenrichtlijn, kregen de lidstaten vrij spel bij de evaluatie van hun wetgevingen. Resultaat: de Commissie zit nu op een berg van nutteloze en nietszeggende evaluatierapporten van lidstaten. En intussen blijven ‘wettelijke’ handelsbelemmeringen voortbestaan.
Een lidstaat die in deze nietszeggende evaluaties en rapportages uitblinkt, is ongetwijfeld België. Het land heeft de initiële vergunningscriteria, ‘belangen van de consument’, ‘invloed op werkgelegenheid’ en ‘gevolgen op bestaande handelszaken’, niet verwijderd. Men verving ze slechts door drie nieuwe en al even vage criteria: ‘bescherming van de consument’, ‘bescherming van het stedelijk milieu’ en ‘respect voor de sociale wetgeving en het arbeidsrecht’. Bij nader inzien blijkt deze nieuwe wetgeving nog even handelsbelemmerend en strijdig met de dienstenrichtlijn als de vorige.
Met zijn nabijheid, gelijkaardige marktstructuur en eenzelfde taalgebruik lijdt onder deze gebrekkige omzetting ook Nederland economische schade en gemiste handels- en winstmogelijkheden in België. Vooral het Nederlandse MKB in de dienstensector wordt afgeschrikt of ontmoedigd de overgereguleerde Belgische markt te betreden. (...)
Derk-Jan Eppink en Manu Dierickx Visschers in Het Financieele Dagblad, 30 juni 2011



Reacties
Karl (zou eens moeten inloggen)
zaterdag, 2 juli, 2011 - 15:09De Belgen ja, ik denk dat je best ook eens de Franse wetboeken uitpluist naar protectionistische literatuur rond de overkoepelende regels en normen om.
L'Europe c'est nous. :)