De misdaden van het reële socialisme

De regimes van Centraal- en Oost-Europa vernederden hun onderdanen door hen te dwingen te beweren dat de dag de nacht was, tegen hun eigen waarneming en verstand in. Ze behandelden het vrije denken als een psychiatrische afwijking, of als een zwaar te bestraffen misdaad tegen ,,het volk''. En daarmee ontzegden ze zich de motor van vooruitgang die het vrije en vreedzame conflict der ideeën is. Maar nog steeds blijft het in spraakmakende, weldenkende kringen taboe om zoiets te zeggen. Elke medewerking met het ,,fascisme'' is onvergeeflijk, maar wie uit hetzelfde ondeelbare respect voor de menselijke vrijheid de misdaden van het ,,reële socialisme'' aan de kaak stelt, kan alleen slinkse motieven hebben.

Ook scepticisme tegen het ,,linkse neen'' van de Franse communistische partij en haar medestanders behoort niet tot de bon ton. Nochtans kon iedereen die echt luisterde, horen dat hun neen geen oproep tot een ander en beter Europa was. Het was een neen tegen de Unie zelf, omdat ze het ,,socialisme in één land'' onmogelijk maakt. Die functie vervult de Europese Unie inderdaad. De Unie is een bolwerk, of hoort het zijn, tegen de terugval van haar staten tot een totalitair bewind, tegen de simpele waarheden van elke vorm van fundamentalisme. Ze huldigt de drie prachtig door de noten gedragen woorden die oplichten in de voor de rest nationalistische en bloeddorstige tekst van de Marseillaise : ,,Liberté liberté chérie.''

Europa verkeert in crisis omdat de toenmalige Unie de vrijheid die zich na 1989 over het hele continent verspreidde, eerder als een verstoring van het eigen comfort dan als een feest zag, en omdat haar regeringen ook niet wilden zien dat een Unie van 25 haar bevolking niet hetzelfde gevoel van geborgenheid kon bieden die de stichtende naties ooit in een Gemeenschap van zes vonden.

Mia Doornaert in De Standaard van 10 juni 2005