Zomertijd, wintertijd en astronomische tijd
Vorige nacht zijn we overgeschakeld van zomertijd (CEST, Central European Summer Time) naar wintertijd (CET, Central European Time). Ik ga het hier niet hebben over de voor- en nadelen van deze overschakeling, daarvoor kunt u terecht bij Herman Boel of op deze pagina. Ik wil wel enkele andere aspecten bespreken.
1. De zomertijd werd "uitgevonden" door Benjamin Franklin
De idee komt van Benjamin Franklin die er in 1784 een artikel over schreef in de Journal de Paris, "An Economical Project". Het artikel is ironisch geschreven, en we leren eruit dat de meeste Parijzenaars in die tijd niet voor het middaguur uit hun bed kwamen. De basisidee was om efficiënter gebruik te maken van het daglicht, rekening houdend met het feit dat de mens zijn dag inricht op een manier die niet symmetrisch is ten opzichte van het middaguur. We staan immers laat op en gaan laat gaan slapen, in vergelijking met de zonsopgang en de zonsondergang. De zomertijd wordt in de Angelsaksische landen dan ook "Daylight Saving(s) Time" genoemd. De idee werd het eerst in de praktijk omgezet tijdens de Eerste Wereldoorlog, zowel in de gebieden die bezet werden door Duitsland, als in Engeland. De VS volgde in 1918. Tijdens de Tweede Wereldoorlog was er in de VS het hele jaar door zomertijd, en na de Tweede Wereldoorlog werd de praktijk in de VS weer volledig afgeschaft. Na de oliecrisis van 1973-74 werd de idee weer opgepikt, vanaf januari 1974 in de VS en vanaf 1977 in West-Europa.
2. Tijdsverschil tussen Amerika en Europa is één week per jaar anders
In de jaren '70 en '80 schakelden de VS, Engeland en West-Europa elk op een verschillend moment van het jaar over van winter- naar zomertijd, wat voor moeilijkheden kon zorgen bij het berekenen van het tijdsverschil, of bij het bekijken van programma's op de BBC of CNN. Sinds enkele jaren gebeurt de overschakeling volledig synchroon binnen de hele Europese Unie: zomeruur vanaf de laatste zondag van maart, winteruur vanaf de laatste zondag van oktober. De VS schakelen op hetzelfde ogenblik over naar winteruur, maar het zomeruur begint er pas een week later. Ons tijdsverschil met Londen is dus steeds 1 uur. Het tijdsverschil met New York is 6 uur en dat met Los Angeles 9 uur, behalve tussen de laatste zondag van maart en de eerste zondag van april [klopt niet meer, zie update onderaan dit artikel]: dan bedraagt het tijdsverschil één uur meer. Andere regio's in de wereld schakelen nog op andere tijdstippen over, zoals dit overzicht aantoont. Sommige streken volgen bovendien "halve" tijdszones. Als het in Brussel middag is, dan is het in Saint-John's op Newfoundland (Canada) 7 uur 30 en in New Dehli (India) 16 uur 30.
3. België heeft 's winters daylight savings time en 's zomers dubbele daylight savings time!
Er zijn 24 uren in een etmaal, en de aarde heeft een omtrek van 360 graden. Een tijdzone is bijgevolg 15 graden breed. De meridiaan van Greenwich bij Londen ligt op nul graden oosterlengte. Vlaanderen ligt tussen 2°35' (De Panne) en 5°50' (Voeren) oosterlengte, en geografisch liggen we dus volledig binnen de tijdzone van Greenwich, die van -7,5° tot +7,5° oosterlengte zou moeten lopen. Dat we toch gekozen hebben voor de tijd van Berlijn in plaats van voor de tijd van Londen, is op zich al een keuze voor het "daylight savings" principe. Onze gewone wintertijd gebruikt dus in feite al het besparingsprincipe van de zomertijd. Tijdens de echte "zomertijd" lopen we dus al bijna twee uur voor op de astronomische tijd, en werkt het effect al dubbel.
4. Wanneer staat de zon op haar hoogste punt en is het dus astronomische middag?
De afwijking tussen de officiële tijd en de plaatselijke astronomische tijd kan als volgt berekend worden: bereken de afwijking in graden tussen je werkelijke locatie en de locatie waarop je tijdszone berekend is (15° voor CET, 30° voor CEST), en vermenigvuldig dat met vier om het aantal tijdsminuten te verkrijgen.
Concreet voorbeeld: ik woon in Waregem, op 3°26' oosterlengte. Het is wintertijd, en we volgen de middeleuropese tijd die berekend is op 15° oosterlengte. De afwijking is -11°34' of -11,56 graden. De tijdsafwijking is -11,56 x 4 = -46,24 minuten. Als het officieel middag is, 12 uur CET, dan is het astronomisch gezien 11 uur 14 minuten. De zon zal pas op haar hoogste punt staan om 12 uur 46 minuten. 's Zomers zal de zon pas op haar hoogste punt staan om 13 uur 46 minuten. Hoe meer we naar het oosten gaan, hoe kleiner de afwijking wordt. Deze berekening houdt geen rekening met kleine afwijkingen veroorzaakt door de inclinatie van de aarde (grootste afwijking bedraagt 15 seconden), of door het elliptisch karakter van de aardbaan (maximale afwijking 16 minuten).
Update 29-10-2007: Punt 2 klopt niet meer. Er zijn twee weken per jaar (soms drie) waarin het tijdsverschil tussen de VS en Europa afwijkt. De VS schakelen nu over op de tweede zondag van maart en op de eerste zondag van november. Er is dus een afwijking van het normale tijdsverschil tussen de tweede en de laatste zondag van maart, en tussen de laatste zondag van oktober en de eerste zondag van november. Voorbeeld voor Brussel en New York: normaal bedraagt het tijdsverschil zes uur, maar tijdens die speciale weken bedraagt het slechts vijf uur.


De idee komt van Benjamin Franklin die er in 1784 een artikel over schreef in de Journal de Paris, "An Economical Project". Het artikel is ironisch geschreven, en we leren eruit dat de meeste Parijzenaars in die tijd niet voor het middaguur uit hun bed kwamen. De basisidee was om efficiënter gebruik te maken van het daglicht, rekening houdend met het feit dat de mens zijn dag inricht op een manier die niet symmetrisch is ten opzichte van het middaguur. We staan immers laat op en gaan laat gaan slapen, in vergelijking met de zonsopgang en de zonsondergang. De zomertijd wordt in de Angelsaksische landen dan ook "Daylight Saving(s) Time" genoemd. De idee werd het eerst in de praktijk omgezet tijdens de Eerste Wereldoorlog, zowel in de gebieden die bezet werden door Duitsland, als in Engeland. De VS volgde in 1918. Tijdens de Tweede Wereldoorlog was er in de VS het hele jaar door zomertijd, en na de Tweede Wereldoorlog werd de praktijk in de VS weer volledig afgeschaft. Na de oliecrisis van 1973-74 werd de idee weer opgepikt, vanaf januari 1974 in de VS en vanaf 1977 in West-Europa.
2. Tijdsverschil tussen Amerika en Europa is één week per jaar anders
In de jaren '70 en '80 schakelden de VS, Engeland en West-Europa elk op een verschillend moment van het jaar over van winter- naar zomertijd, wat voor moeilijkheden kon zorgen bij het berekenen van het tijdsverschil, of bij het bekijken van programma's op de BBC of CNN. Sinds enkele jaren gebeurt de overschakeling volledig synchroon binnen de hele Europese Unie: zomeruur vanaf de laatste zondag van maart, winteruur vanaf de laatste zondag van oktober. De VS schakelen op hetzelfde ogenblik over naar winteruur, maar het zomeruur begint er pas een week later. Ons tijdsverschil met Londen is dus steeds 1 uur. Het tijdsverschil met New York is 6 uur en dat met Los Angeles 9 uur, behalve tussen de laatste zondag van maart en de eerste zondag van april [klopt niet meer, zie update onderaan dit artikel]: dan bedraagt het tijdsverschil één uur meer. Andere regio's in de wereld schakelen nog op andere tijdstippen over, zoals dit overzicht aantoont. Sommige streken volgen bovendien "halve" tijdszones. Als het in Brussel middag is, dan is het in Saint-John's op Newfoundland (Canada) 7 uur 30 en in New Dehli (India) 16 uur 30.
3. België heeft 's winters daylight savings time en 's zomers dubbele daylight savings time!
Er zijn 24 uren in een etmaal, en de aarde heeft een omtrek van 360 graden. Een tijdzone is bijgevolg 15 graden breed. De meridiaan van Greenwich bij Londen ligt op nul graden oosterlengte. Vlaanderen ligt tussen 2°35' (De Panne) en 5°50' (Voeren) oosterlengte, en geografisch liggen we dus volledig binnen de tijdzone van Greenwich, die van -7,5° tot +7,5° oosterlengte zou moeten lopen. Dat we toch gekozen hebben voor de tijd van Berlijn in plaats van voor de tijd van Londen, is op zich al een keuze voor het "daylight savings" principe. Onze gewone wintertijd gebruikt dus in feite al het besparingsprincipe van de zomertijd. Tijdens de echte "zomertijd" lopen we dus al bijna twee uur voor op de astronomische tijd, en werkt het effect al dubbel.
4. Wanneer staat de zon op haar hoogste punt en is het dus astronomische middag?
De afwijking tussen de officiële tijd en de plaatselijke astronomische tijd kan als volgt berekend worden: bereken de afwijking in graden tussen je werkelijke locatie en de locatie waarop je tijdszone berekend is (15° voor CET, 30° voor CEST), en vermenigvuldig dat met vier om het aantal tijdsminuten te verkrijgen.
Concreet voorbeeld: ik woon in Waregem, op 3°26' oosterlengte. Het is wintertijd, en we volgen de middeleuropese tijd die berekend is op 15° oosterlengte. De afwijking is -11°34' of -11,56 graden. De tijdsafwijking is -11,56 x 4 = -46,24 minuten. Als het officieel middag is, 12 uur CET, dan is het astronomisch gezien 11 uur 14 minuten. De zon zal pas op haar hoogste punt staan om 12 uur 46 minuten. 's Zomers zal de zon pas op haar hoogste punt staan om 13 uur 46 minuten. Hoe meer we naar het oosten gaan, hoe kleiner de afwijking wordt. Deze berekening houdt geen rekening met kleine afwijkingen veroorzaakt door de inclinatie van de aarde (grootste afwijking bedraagt 15 seconden), of door het elliptisch karakter van de aardbaan (maximale afwijking 16 minuten).
Update 29-10-2007: Punt 2 klopt niet meer. Er zijn twee weken per jaar (soms drie) waarin het tijdsverschil tussen de VS en Europa afwijkt. De VS schakelen nu over op de tweede zondag van maart en op de eerste zondag van november. Er is dus een afwijking van het normale tijdsverschil tussen de tweede en de laatste zondag van maart, en tussen de laatste zondag van oktober en de eerste zondag van november. Voorbeeld voor Brussel en New York: normaal bedraagt het tijdsverschil zes uur, maar tijdens die speciale weken bedraagt het slechts vijf uur.




bernard
Zo bijv. ook dat "ecomic" niet gelijk is aan "economical". Economical = zuinig.
Wat stond er toch in vredesnaam allemaal in onze handboeken ECO aan de unief?