Ik fronste mijn wenkbrauwen bij het vernemen van het
nieuws, nu alweer enige dagen geleden, dat het Iraanse staatshoofd Mohammed Kathami binnenkort aan de rijksuniversiteit van Luik een eredoctoraat zal ontvangen. Kathami is naar verluidt gematigd en eerder pro-Westers, maar moet opboksen tegen de fundamentalistische geestelijke leider ayatollah khamenei, die de werkelijke macht in het land in handen heeft. Op 19 januari 1998 schreef Kathami in een gasttribune in het Amerikaanse weekblad Time: "Het is zeker dat een maatschappij die van plan is zich te ontwikkelen, niet kan slagen zonder de Westerse cultuur en beschaving te begrijpen en de geest ervan te doorgronden. Samenlevingen die niet vertrouwd zijn met die Westerse mentaliteit, zullen er nooit in slagen om hun leven in positieve zin te veranderen. Veel islamitische samenlevingen, zoals de onze, zijn jammer genoeg nog steeds op zoek naar die kennis. We zijn ons nog niet bewust van de veelzijdige aspecten van de Westerse beschaving, en onze contacten met het Westen zijn eerder oppervlakkig, of meer bepaald: we benaderden het Westen tot nu toe ofwel met fascinatie, ofwel met afkeer. Inderdaad een uitspraak die als verfrissend en vernieuwend kan beschouwd worden voor het staatshoofd van één van de weinige overblijvende theocratieën in de wereld (lijstje waar we nog Saoedi-Arabië en Vaticaanstad kunnen aan toevoegen). Bovendien oefent Kathami de laatste tijd enige verbale, matigende druk uit op de Libanese terreurbeweging Hezbollah, die altijd op zeer ruime financiële en materiële steun van het Iraanse regime kon rekenen. Of deze druk verder gaat dan een show, opgevoerd voor de Westerse media, en bedoeld om het imago van Iran als onderdeel van de axis of evil onderuit te halen, zal nog moeten blijken.

Eén van de beste indicatoren om de openheid van een regime te toetsen, is haar houding tegenover de oppositie en tegenover de niet-regeringsvriendelijke media. In die zin is het wel veelbetekenend hoe het Iraanse regime omgaat met een aantal satellietzenders van de Iraanse oppositie, die vanuit het buitenland uitzenden en gretig bekeken worden in Iran. Toen deze zenders hun uplink nog verzorgden vanuit Duitsland, slaagde het Iraanse regime erin om vanuit Iran een sterk stoorsignaal naar de Europese Eutelsat W3 satelliet op te stralen, waardoor de uitzendingen gestoord werden. De oppositiezenders verplaatsten daarop hun uplink naar New Jersey, aan de oostkust van de Verenigde Staten. De ontvangstantenne op de satelliet die deze uplink-signalen ontvangt, is namelijk zo gericht dat eventuele stoorsignalen vanuit Iran er geen effect op hebben. Nu blijkt dat er sinds begin juli vanuit Cuba
stoorsignalen uitgezonden worden naar de Telstar
12 satelliet, eigendom van LoralSkynet, die boven de Atlantische Oceaan hangt, en waarmee de uitzendingen doorgestraald worden naar de kijkers in Iran. Voor alle duidelijkheid: in tegenstelling tot de vroegere stoorpraktijken van communistische regimes in Oost-Europa, waarbij het doel van de stoorsignalen de ontvangers van de kijkers of luisteraars waren, gaat het hier om het storen van een uplinksignaal, hetgeen veel effectiever is, omdat het storen dichter bij de bron gebeurt. Het gaat hier om een geavanceerd staaltje van ether- en satelliet-piraterij, waarvan het scenario zo uit een James Bond-film geplukt lijkt. National Iranian Television, één van de gestoorde zenders, publiceert op zijn
website meer details over de stoorsignalen. Ook de Koerdische zender Med-TV werd in 1986 al eens het slachtoffer van stoorsignalen vanuit Turkijke. Eén en ander wordt technisch verder uitgelegd op de website van satelliet-goeroe
Doctor Dish.