Europese defensie
Het is waar dat de EU nog steeds de theoretische ambitie koestert om een 80.000-man sterk Europees leger te vormen dat een gemeenschappelijke buitenlandse politiek kan afdwingen. Op een seminarie in Brussel vorige maand, georganiseerd door de Commissie voor Veiligheid en Defensie van het Europees Parlement, werd er zelfs gesuggereerd dat een toekomstig Europees leger ten strijde zou kunnen trekken na een meerderheidsstemming (dat is dus zonder dat een land een veto kan uitoefenen). Laurent Fabius, de voormalige Franse premier, schreef onlangs dat "het op het Europese niveau is dat we meer en meer het aantal vliegtuigen, tanks, vliegdekschepen en oorlogsschepen zullen moeten bepalen dat nodig is voor onze veiligheid".
Het enige dat we daarop kunnen zeggen is: droom verder, monsieur Fabius. De Europese snelle interventiemacht die in 1999 werd opgericht staat nog steeds in zijn kinderschoenen, en, belangrijker, de bittere aanloop naar de oorlog in Irak heeft aangetoond dat alleen al de notie van een gemeenschappelijk Europees buitenlands en defensiebeleid te hoog gegrepen is. De Amerikaanse supermacht zal zich misschien op een dag in een isolationistische bui terugtrekken van het wereldtoneel. Maar de VS zullen niet netjes vervangen worden als globale politiemacht door de EU.
Matthew D'Ancona in The Wall Street Journal, 19 augustus 2006


