Het Vaticaan en de moord op Roberto Calvi
De vijf verdachten die in Rome terechtstonden op beschuldiging van moord op de Italiaanse bankier Roberto Calvi zijn deze week vrijgesproken bij gebrek aan bewijs. (...) Op 18 juni is het exact 25 jaar geleden dat het lijk van Calvi werd gevonden, bengelend aan een strop onder de Blackfriars Bridge in Londen. Calvi was de topman van de Banco Ambrosiano, een oerkatholieke Italiaanse bank die kort na de dood van de bankier op frauduleuze wijze failliet ging. Dat veroorzaakte indertijd een enorm financieel en politiek schandaal.
Calvi had een wereldwijd spinnenweb van offshorefirma's en brievenbusbedrijven opgezet, dat gebruikt werd door zowel de Cosa Nostra, de bank van het Vaticaan, als door de sinistere loge P2, de geheime organisatie van 'grootmeester' Licio Gelli, die terreurdaden liet plegen om de Italiaanse staat te destabiliseren. De Banco Ambrosiano was gebruikt voor het witwassen van maffiageld uit de drugshandel, fiscale fraude, betalingen in het kader van illegale partijfinanciering en corruptie in Italië (een systeem dat pas in de jaren negentig door Operatie Schone Handen werd blootgelegd), de financiering van terroristen en illegale wapenhandel naar Zuid-Amerikaanse dictators. Tussendoor versluisde de bank in het diepste geheim ook geld van het Vaticaan naar Solidarnosc, de vakbond van Lech Walesa in Polen, en versnelde op die manier de implosie van het communistische Oostblok. (...)
Voor hem voor eeuwig het zwijgen werd opgelegd, stond Calvi op het punt om de toenmalige paus Johannes Paulus II te chanteren. In een brief van Calvi, dertien dagen voor hij werd vermoord, en die bestemd was voor de paus schreef hij dat het toch zeer erg zou zijn voor de Heilige Stoel als bekend zou raken wat het Vaticaan, samen met hem, voor Solidarnosc had gedaan. Hij eiste uitdrukkelijk hulp om zijn bank, die deels door het Vaticaan in moeilijkheden was geraakt, te redden. Calvi sleepte in zijn laatste dagen ook overal zijn aktetas met zich mee, boordevol compromitterende documenten. Flavio Carboni ging kort voor of kort na de moord aan de haal met die aktetas. De mysterieuze inhoud ervan werd nadien door Carboni voor 3,2 miljoen euro verkocht aan de Tsjecho-Slowaakse bisschop Pavel Hnlica, een vertrouwensman van de paus. De bisschop betaalde met cheques die gedekt werden door het Institute per le Opere di Religione (IOR), de bank van het Vaticaan.
Georges Timmerman in De Morgen, 9 juni 2007


