Onze koopkracht zal dalen

We zijn geobsedeerd door zekerheid en blazen, zoals hypochonders, elk risico buiten verhouding op. Natuurlijk is dat geen exclusief Duits fenomeen, in Frankrijk en België is het niet anders. Na de Tweede Wereldoorlog was het nationalisme in diskrediet. Staten hebben met een steeds verder gaande sociale bescherming de steun van hun bevolking gekocht. Een goede zaak, maar intussen is de balans zo ver doorgeslagen dat de burger denkt dat de staat voor alles zorgt. We schuiven de verantwoordelijkheid voor ouderen, gehandicapten en zieken af, want solidariteit is een zaak voor de overheid - daar betalen we toch belastingen voor, nietwaar? Zelfs kinderen opvoeden is in onze comfortsamenleving een te zware opgave aan het worden. Mensen bedanken er steeds meer voor. Ons dalende geboortecijfer is een duidelijk teken dat we de basis zelf van onze welvaart aan het opsouperen zijn. De explosieve stijging van de overheidsschuld zegt hetzelfde: we geven meer uit meer dan we zelf produceren. Kijk naar de staat van onze bruggen en wegen: er wordt niet meer geïnvesteerd in de toekomst. [...] Ik voorzie een koopkrachtverlies van 20 tot 25 procent binnen een tijdsbestek van twintig jaar. [...] Onze industriële revolutie gaf ons een ongelooflijke voorsprong op de rest. Het is niet dat we intussen lui of decadent geworden zijn, onze productiviteit is nog nooit zo hoog geweest, maar onze technologische voorsprong op de rest is weg. In de geglobaliseerde wereld van vandaag zijn er honderden miljoen concurrenten die net zo gemotiveerd en gekwalificeerd zijn als wij. En omdat hun levensstandaard zoveel lager ligt, werken ze ook nog eens beduidend goedkoper. Daar kunnen wij niet tegenop. Vroeg of laat zullen ook onze lonen en levensstandaard naar omlaag moeten, want onze economische prestaties kunnen die niet langer rechtvaardigen. [...] Ik heb het even nagerekend: steuntrekkers bij ons genieten dezelfde levensstandaard als een fabrieksarbeider medio jaren zestig. Het is allemaal relatief, hé. Als ik in India of China ben, zie ik groot optimisme. Mensen zijn arm, maar ze voelen dat het vooruitgaat. Wij, in het Westen, zijn rijk, maar we worden depressief van de gedachte dat we het straks met een beetje minder moeten doen.

Meinhard Miegel, geïnterviewd door Gilbert Roox in De Standaard van 18 september 2004