Heeft China een recessie nodig?

Martin De Vlieghere
De lezing van Dr. Martin De Vlieghere duurt 82 minuten en is beschikbaar als audio-podcast (MP3, 48 kbps, 30 MB) en als video-podcast (WMV, 200 kbps video + 48 kbps audio, 158 MB).
Hier volgt een samenvatting van de lezing, onder de vorm van een interview:
LVB.net: Hoe kan de Chinese economie haar hoge groeicijfers realiseren?
Martin De Vlieghere: De Chinese economie presteert de laatste jaren inderdaad heel sterk. In de voorbije 20 jaar is het BNP per capita verzevenvoudigd, de gemiddelde groei op jaarbasis bedroeg 10%, en de export is maar liefst 45 keer hoger dan 20 jaar geleden. Het land kan dan ook putten uit een massa goedkope arbeidskrachten, waarbij de inefficiënte landbouw als een haast onuitputtelijke arbeidsreserve kan dienst doen. Het nodige talent is aanwezig, het land telt veel ingenieurs, en R&D gebeurt reeds in grote mate in China zelf. De bevolking heeft bovendien een sterk ontwikkelde arbeidsethiek.
LVB.net: Moeten we China als een economische bedreiging beschouwen?

LVB.net: De snelle Chinese groei heeft de vraag naar staal en olie al de pan doen uitswingen, waardoor de prijzen ook bij ons stijgen. Zullen grondstoffen op termijn niet onbetaalbaar worden door het Chinese groeiscenario?
Martin De Vlieghere: Wat is onbetaalbaar? De markt dient juist om ervoor te zorgen dat er niet gemorst wordt met schaarse goederen. De prijzen signaleren waar en hoe snel er moet bespaard worden. Zelf hoop ik stiekem op een afkoeling van de Chinese groei, omdat ik binnenkort stookolie moet bijtanken. Maar in feite is zo'n houding niet rationeel, aangezien iedereen per saldo wint bij andermans ontwikkeling. Als de oliebevoorrading moeilijker wordt ten gevolge van economische groei, dan is die ontwikkeling per definitie groter dan het verlies door duurdere grondstoffen. Olieschaarste zal overigens eerst de nog steeds arme opkomende economische mogendheden zoals China treffen, omdat de prijs van de ruwe olie voor hen een relatief veel grotere hap uit hun budget neemt. Daardoor zullen zij hun groei moeten heroriënteren op meer energievriendelijke productiemethodes. Dat zijn dus allemaal geen redenen om de Chinezen een recessie toe te wensen.
LVB.net: Waarom is een recessie in China dan toch wenselijk?
Martin De Vlieghere: Er zijn toch een aantal alarmsignalen die wijzen op een oververhitting van de Chinese economie en dus op implosiegevaar. Niet de hoge groeicijfers zijn alarmerend, maar wel de structuur van de Chinese economie en het Chinese politieke systeem. De corruptie, de belangenverstrengeling tussen de partij en de industrie, is ongebreideld, want er zijn geen tegenkrachten aanwezig. Een vrije pers wordt niet geduld, net als politieke partijen en vakbonden. De communistische éénpartijstaat is onhoudbaar, zelfs al zijn de communisten radicale kapitalisten geworden. Verder is de economie momenteel te sterk exportgericht, er is overgeïnvesteerd in de textielsector, en de koopkracht van de eigen bevolking stijgt te traag. Er is wel degelijk sprake van exportdumping door China. De Chinese staatsbanken zijn virtueel failliet, en zij zien een gesubsidieerde hyper-export als een laatste redmiddel om hun bestaan te redden. Naar schatting 40% van het krediet dat de Chinese banken hebben toegestaan, zou moeten afgeboekt worden als een verliespost. Ter vergelijking: in Europa is dat 1,5 à 2%.
LVB.net: Wat heeft dit alles te maken met de dynamiek van conjunctuurcycli?

LVB.net: Hoe is het mogelijk dat in een moderne markteconomie zovele productiefactoren tegelijk worden afgedankt dat er een recessie ontstaat? Of omgekeerd gesteld, moet een vrije markt nu niet net vermijden dat zovele slechte investeringen gebeuren?
Martin De Vlieghere:We kunnen daarop alleen antwoorden dat een vrije markt een aantal oorzaken van slechte investeringen wegneemt en de keuze tussen slechte en goede investeringen transparanter maakt. De echt zware conjunctuuromslagen zijn dus geen onvermijdelijk kenmerk van het kapitalisme, maar zijn juist het gevolg van een gebrek aan vrije markt. Meer bepaald is het juist de politiek om slechte investeringen te redden, die de grote recessies veroorzaakt.
LVB.net: Gebeurt dit momenteel ook in China?
Martin De Vlieghere: Jazeker. Juist door geld te blijven steken in verlieslatende industrie (zowel de oude staatsbedrijven als de expanderende textielindustrie die met verlies buitenlandse markten verovert) nemen de slechte investeringen toe. Daardoor is de economische groei trager dan anders het geval ware geweest aangezien de echt winstgevende industrieën van arbeidskracht en kapitaal verstoken blijven. Industrie met hoge toegevoegde waarde creëert vers kapitaal en koopkracht. Verlieslatende industrie vernietigt kapitaal en koopkracht. De Chinese politiek is dus hoe dan ook onhoudbaar. Ofwel gaan ze daar steeds verder in, maar dan komt er een moment dat China niet meer de schitterende groeicijfers kan voorleggen, maar integendeel juist terug krimpt. China zou zelfs terug het oude communistische China kunnen worden, maar dan op een sluipende manier. Je komt in een soort ‘arbeidersparadijs’ terecht door steeds meer geld te pompen in steeds meer verlieslatende industrieën. Men kan een recessie maar voor zich uit schuiven door erop te rekenen dat men steeds meer mensen steeds harder doet werken voor minder koopkracht. Hetzelfde resultaat krijg je ook door niet gericht de zwakke industrieën te steunen via een politiek van inflatoir lage rentevoeten.
LVB.net: Hoe werkt een dergelijk inflatoir beleid en wanneer kan dit tot een recessie leiden?
Martin De Vlieghere: Door de lage rente kan iedereen meer lenen om te investeren en te consumeren. De leningen worden niet gedekt door spaargeld, want de rente is te laag om veel te sparen, maar door bankbiljetten die vers van de drukker komen. De geldvoorraad stijgt. Mensen hebben meer geld. Ze zullen dus denken dat ze rijker zijn. Tenzij alle prijzen zich onmiddellijk aanpassen aan de gestegen geldvoorraad. Helaas is dat onmogelijk. Overigens zou in dat geval het relancebeleid niet werken. Als de leveranciersprijzen van bedrijf X even snel stijgen als de prijzen die het aan zijn klanten kan aanrekenen, dan zit bedrijf X in precies dezelfde slechte papieren als voor de grote truuk met de drukpers. In de geschiedenis is het wel voorgekomen dat de prijzen sneller stijgen dan de geldvoorraad. De prijzen anticiperen dan op de groeiende geldvoorraad waardoor men dan geld moet bijdrukken om de prijzen te volgen. Dit is wat men hyperinflatie noemt. Dit duurt meestal niet lang en leidt onvermijdelijk tot een munthervorming. Het gevaar schuilt daarentegen in de sluipende, trage inflatie. Daar reageren de prijzen te traag op de inflatie van de munt en overschatten de huishoudingen hun koopkracht. Er is niets destructiever voor een gezins- of bedrijfshuishouding om zijn rijkdom te overschatten. Men zal dan immers de verkeerde aankopen doen. Een gezin zal bijvoorbeeld op skivakantie gaan om eenmaal terug thuis tot de vaststelling te komen dat ze de gestegen prijs van het rusthuis voor opa niet meer kunnen betalen. Het toerismebureau investeert in meer skivakanties en -hotels om volgend jaar tot de vaststelling te komen dat vele toeristen van vorig jaar niet meer terugkomen. De rusthuizen daarentegen geraken niet aan personeel omdat iedereen in het toerismebureau werkt. Hoewel er ontslagen dreigen te vallen in de toerismesector, is de economie toch oververhit omdat de vacatures bij het rusthuis niet kunnen worden ingevuld. Indien de emissiebank een verse doos geld opendoet, zullen er terug weer meer mensen op skivakantie gaan, maar de tekorten in de rusthuissector worden nu dramatisch. Ofwel schieten de prijzen van de rusthuizen in de hoogte, maar dan kunnen alleen nog de superrijken die betalen. Het evenwicht tussen vraag en aanbod is dan hersteld, maar op een lager niveau: de vraag is gedaald omdat de middenklasse niet meer kan betalen. Dat kan niet de bedoeling van de economie zijn. Bedrijf x produceert te veel, niet zozeer omdat de vraag naar zijn producten overschat werd, maar vooral omdat zijn leveranciers onvoldoende kunnen leveren. Onder 'leveranciers' versta ik ook geschikt personeel. Op een vrije markt gaan dan de prijzen en de lonen die bedrijf X moet betalen, sneller stijgen (of minder snel dalen) dan de prijzen die bedrijf X kan aanrekenen aan zijn klanten. Indien alle prijzen gelijkmatig zouden stijgen of dalen zonder dat er wachtlijsten ontstaan (vacatures die niet ingevuld geraken; langer wordende leveringstermijnen enzovoort), dan komt geen enkel bedrijf in moeilijkheden. Wanneer evenwel vele bedrijven zich in de situatie van bedrijf X bevinden, dan bestaat het risico op een recessie. Wanneer men dit nu probeert te vermijden door de bedrijven van het type X (de slechte bedrijven) te redden, stapelen de slechte investeringen zich op en zal de conjunctuuromslag daarna nog erger zijn. Een inflatoire politiek kan alleen maar werken door de huishoudens een illusie van rijkdom te geven waardoor ze de verkeerde aankopen doen. Indien immers alle prijzen en lonen zich onmiddellijk zouden aanpassen aan de gestegen geldvoorraad (wat helaas niet kan), dan zou er niets gebeuren en zouden de slechte bedrijven nog altijd moeten herstructureren.
LVB.net: Is een recessie altijd nefast?

Om van de Belgische economie terug een gezonde economie te maken, is een recessie van vele jaren nodig. Dat komt omdat de scheefgroei in België zodanig groot is, dat zelfs goede bedrijven failliet gaan. Alle productieve activiteiten moeten nu immers de enorme bureaucratie van het overheidsapparaat, de pseudo-wetenschap van de universiteiten en de onrendabele spoorwegmaatschappij financieren. De knelpuntberoepen zijn enerzijds onvoldoende betaald om het aanbod op te krikken, maar anderzijds te duur omdat in hun loonkost de lasten zitten die dienen om de overheid en de gesubsidieerde sectoren te financieren en omdat ze hun toegevoegde waarde ook nog eens moeten delen met de bureaucraten in het eigen bedrijf. Een commercieel bedrijf dat lassers nodig heeft, moet daarvoor op de arbeidsmarkt wedijveren met de NMBS, en kan op de duur de hoge lonen van de lassers niet meer betalen. Zonder de NMBS zou dit bedrijf winstgevend zijn. Economische calculatie komt door de grootschalige politieke bescherming van onproductieve jobs niet meer overeen met de realiteit.
LVB.net: Zo komen we van de initiële vraag "heeft China een recessie nodig" tot de vraag "is een recessie in België onvermijdelijk?"
Martin De Vlieghere: Indien de overheid niet afslankt, komt er misschien voorlopig geen recessie, maar wel een permanente verarming en vroeg of laat een totale ineenstorting - zoals destijds in nazi-Duitsland en de Sovjet-Unie. Daar hebben we geen recessie gezien, maar wel oververhitting die leidde tot algehele armoede en blokkering van alle activiteiten. Je kunt dus een recessie uitstellen door de markt geheel of gedeeltelijk uit te schakelen. In België komt dit evenwel neer op de gerichte bescherming van politiek correcte, bevriende bedrijven. Dit hoeft niet inflatoir te zijn - dus mensen krijgen geen illusie van rijkdom - wanneer het volledig uit legale afpersing onder de vorm van belastingen wordt gefinancierd. Maar in geval van zo'n totale ineenstorting zijn de mensen wel onmiddellijk veel armer dan anders, in het geval van een recessie, het geval zou zijn geweest. Overigens kan een gewone recessie ook tot een plotse totale ineenstorting leiden, namelijk wanneer te veel mensen ineens productief afhaken en beslissen om niet langer te werken voor andermans wedde.



Bema
De overhitting van de economie zal nu misschien al wel een stukje afkoelen met het sluiten van een van de laatste hoogovens in walonië.Als ik die mensen die daar werkten bezig hoorde kon het volgens hun verwachtingen niet anders of die dingen gingen daar eeuwig en voor drie dagen branden. Ze spraken zelfs over spijtig voor onze kinderen dat dit verdwijnt e.d.
Is er dan nooit iemand geweest die de walen heeft verteld dat de industriën waar ze zich aan vastklampen hopeloos verloren zijn voor deze contreiën.
Ook in vlaanderen hebben we die situatie's gekend maar ondertussen draait onze economie al lang niet meer op dezelfde leest van vroeger. Die evolutie heb ik zelf goed kunnen merken in de sector waar ik in werk en op een tijdspanne van slechts 30 jaar.
Voor de walen is het staatsmanna een onuitputtelijke bron waar je zogezegd alle kanten mee uitkunt. Dat veel mensen niet meer willen werken voor de wedde van (een arrogant) iemand anders, is stilletjesaan duidelijk aan het worden.