Brugmans en de grondwet

‘Zeker, de huidige tekst is geen bijbel, maar toch de enige werkelijke kans om het nationalistische soevereiniteitsprincipe te doorbreken. En hier ligt de ware grond, de oorzaak van al die vertwijfelde reacties. Men moet beseffen dat het nu werkelijk om een gedeeltelijke federatie gaat, waarbij elke deelnemende natie een minderheid wordt, het meerderheidsprincipe
ondergeschikt en wel op onherroepelijke wijze. Vandaar die haat. Maar wie hier en nu ‘neen’ zegt, wijst Europa af!’

-- Uit de rede van Hendrik Brugmans in Aken, 3 mei 1951.

Nee, het gaat niet over de Europese grondwet, maar over het plan-Schuman, dat de oprichting van de Europese Gemeenschap voor Kolen en Staal (EGKS) beoogde. Het was de eerste daadwerkelijke stap naar een federaal Europa. Het citaat is van Hendrik Brugmans, een Amsterdammer die in Brugge het Europacollege oprichtte. Hij was de meest bevlogen Europese federalist die ik ooit heb gekend. Hij heeft duizenden jonge mensen bezield met de Europese Gedachte - sta me toe dit met hoofdletters te schrijven - in een tijd waarin idealen en grote waarden nog toegelaten waren en niet werden weggelachen door een postmodern cynisme.

Hendrik Brugmans sprak die woorden op 3 mei 1951 - 54 jaar geleden - toen hij in Aken de Karel de Groteprijs in ontvangst mocht nemen. Enkele jaren eerder zat Brugmans nog vast in een Duits gijzelaarskamp in Sint-Michielsgestel, geen pretje want af en toe werden enkele van zijn kampgenoten tegen de muur gezet als represaille voor verzetsdaden. En toch ontstond daar in zijn geest de Europese Gedachte, die nooit meer zou overgaan, ook niet in tijden van crisis.

Al snel na de oorlog waren de Duitsers zijn bondgenoten en beste vrienden. Ook in zijn rede in Aken onderstreepte hij de belangrijke rol van de Duitsers in de Europese éénmaking. Het was een warme toespraak van een door en door goed mens.

Ik heb de tekst van Brugmans nog eens herlezen na de anti-Europese vloedgolf die de oude wereld vandaag treft. Uit de tekst leer ik dat het plan-Schuman, vandaag door iedereen geprezen als een visionair werkstuk - en dat was het ook - zeer vele tegenstanders kende (‘all dieser verzweifelten Reaktionen - al die vertwijfelde reacties). Voor hen was het Europees federalisme een ware vloek en een bedreiging voor de soevereiniteit van de nationale Staat.

In de meidagen van 2005 was het niet anders. In Nederland hoorde ik een vreemd discours over het ‘verlies van soevereiniteit’ dat verschrikkelijk bedreigend zou zijn. Europa zou onze identiteit afnemen. En Neerlands dierbaar vetorecht werd prijsgegeven. Oeioei toch. Zo’n discours was echt Frans. ‘La très grande France’, ‘la Souveraineté’ en ‘le Pouvoir Français’ zijn daar nooit ver weg. De Fransen gaan wel vaker ten onder aan hun eigen gevoel van suprematie. Maar de Nederlanders, het volk van Brugmans, dat kon toch niet. Men moet die Nederlanders dringend vertellen dat de Vereenigde Oostindische Compagnie niet meer bestaat.

De natiestaten, die vooral sterk waren in oorlog en ellende, zijn er plots terug, op de golven van het populisme van links én van rechts. De Nederlandse gevestigde politici hadden geen vat op de heropleving van het staatsnationalisme, maar ook de vakbonden, de werkgevers, de kerken, de niet-gouvernementele organisaties en heel het maatschappelijk middenveld evenmin. [...]

R.A. Verzee in 't Scheldt, 24 juni 2005


Reacties

#10144

Pieter Cleppe - www.cleppe.blogspot.com

 

Kwatsch. De auteur is blind door niet in te zien dat het Europese project er toe dient om een nieuwe natiestaat te creëeren, die nog veel sterker zal zijn in oorlog en ellende dan de oude natiestaten ooit waren.