Gebeten om te bijten: Boudewijn Bouckaert reageert
Naar aanleiding van de heisa die ontstaan is over zijn satirisch artikel, verspreidde Boudewijn Bouckaert zonet de volgende mededeling:
Vandaag, 7 juli 2005 verscheen in De Standaard een artikel van de hand van Bart Brinckman, getiteld ‘Boudewijn Bouckaert rekent af met de partij’. In dit artikel worden een aantal krasse citaten vermeld uit een tekst, getiteld ‘Gebeten om te bijten’, die op donderdag 6 juli op de website van Nova Civitas werd geplaatst.
Deze tekst is een satirisch stuk over Yves Desmet, die bestendig beweert dat Vlaanderen een progressieve meerderheid heeft en daarvoor, volgens mij, een aantal nogal belachelijke elementen aanhaalt. Na de heisa over mijn interview in Tertio, en de zeer tendentieuze en beledigende artikelen over mij in De Morgen, vond ik het tijd met gelijke munt terug te betalen en een spottend stukje over Yves Desmet terug te schrijven. Ik heb dit stuk aan een aantal vrienden laten lezen en iedereen vond het geestig en het publiceren waard. Ik vond dat er ook eens mocht gelachen worden als een alternatieve toon in het polemische klimaat van de laatste dagen.
Omdat ik in de loop van donderdag realiseerde dat bepaalde zinsneden van dit satirisch stukje uit hun kontekst konden gehaald worden en daardoor mijn politieke positie kon verzwakt worden heb ik de tekst donderdagavond van de webstek laten afhalen.
Donderdagavond werd ik door de heer Bart Brinckman opgebeld. Deze had de tekst gelezen en vroeg of hij van mijn hand was. Dat heb ik bevestigd eraan toevoegend dat de tekst van de webestek werd weggehaald omdat ik het in dit tijdsklimaat niet zo verstandig vond de tekst publiek te maken. De heer Brinckman zei hier niet veel op maar repte met geen woord over zijn artikel dat de volgende morgen zou gepubliceerd worden.
Het artikel dat in De Standaard verscheen citeert correct een aantal zinnen uit de tekst maar selecteert de citaten op die wijze dat er een totaal verkeerde indruk wordt gewekt over de aard en de inhoud van de tekst.
Het artikel van Bart Brinckman geeft, door de hoofdtitel en door de selectie van citaten de indruk dat dit een schotschrift is tegen de VLD. Ook Brinckman weet dat dit niet het geval is. De tekst is een satire op Yves Desmet in zijn zoektocht naar progressieven. Om aan zijn 50 % progressieven te komen moet hij er ook de VLD bijnemen. Daarom grijpt hij, volgens mij anekdotische details zoals Karel Deguchts aanwezigheid op de ‘gay parade’ en sommige linkse uitlatingen van Liberales aan om de VLD tot het progressieve kamp te rekenen. Ik stak met deze gedachtengang van Yves Desmet de draak, niet met Karel Degucht, noch met Liberales, noch met de progressieve partijkoers. De teneur van mijn tekst is immers dat de VLD geen progressieve partij ( à la Yves Desmet) is en dat Yves Desmet hier zijn wensen voor werkelijkheid neemt. Het gehele artikel geeft de fictieve gedachtegang weer van Yves Desmet, niet mijn eigen mening. Zo spreek ik ook over Jean-Marie Dedecker als ‘garnalenliberaal’ en over mezelf als ‘kutprofessorke’ ( naar analogie van het door Yves Desmet gelanceerde woord ‘kutmarokkaantjes’). Indien het artikel ernstig bedoeld zijn zou ik dus ook mijn ‘rechtse vriend’ (zo wordt alom toch verteld) en mezelf aanvallen!
Het is spijtig dat satirische stukjes niet op hun waarde en hun aard worden beoordeeld. Van mijn part mocht Bart Brinckman gerust de humor-waarde van dit proza in twijfel trekken, mocht hij wijzen op de inopportuniteit van een aantal uitlatingen. Wat hij niet mocht doen is dit artikel voorstellen als een serieuze tekst en, zeker niet als een schotschrift op de partij.
Ik wil mij excuseren naar een aantal personen en groepen toe indien, de uit hun verband gerukte, citaten kwetsend overkwamen.
Ik excuseer me in de eerste plaats naar Karel Degucht. Ik ben het met hem over een aantal zaken oneens. Maar ik verwijt hem absoluut niet naar de ‘gay parade’ te zijn geweest. Gelet op het doordrukken van het homo-huwelijk o.m. door de VLD, was dit een logische stap.
Ik excuseer me ook tegenover Dirk Verhofstadt en Liberales. Opnieuw, het was niet mijn bedoeling hen aan te vallen of te kleineren, maar hen te situeren in de progressieventellerij van Yves Desmet. Ik wil hier herhalen dat ik het werk van Liberales ten zeerste apprecieer en dat hun boekbesprekingen en artikels waardevolle bijdragen zijn voor het politieke debat en het liberalisme. Tussen Liberales en Nova Civitas heerst geen vijandschap, wel een gezonde rivaliteit omtrent liberale meningen. Ik wens dat dit zo blijft en dit incident geen misverstanden schept.
Tenslotte, en niet in het minst, excuseer ik me tegenover de Holebi-gemeenshap. De uit hun verband gerukte citaten laten misschien de indruk dat ik de ‘gay parade’ als een verwerpelijk decadent verschijnsel beschouw. Dit is absoluut niet het geval. De ‘gay parade’ is een feest, dat zoals vele feesten stijlvolle en minder stijlvolle kanten heeft. Geen haar op mijn hoofd denkt eraan dergelijke optochten een strobreed in de weg te leggen. De opsomming van de talrijke minderheden was humoristisch bedoeld, gewoon om de draak te steken met de tendens om het aantal minderheden te multipliceren. Een linkse satire over de ‘rechtsen’ kan dit evenzeer doen met alle rechtse minderheden. Het was zeker niet bedoeld om de ‘holebi’-gemeenschap te kwetsen of te beledigen. Mocht dit zo overkomen dan wens ik me daar uitdrukkelijk voor te excuseren. De holebi’s beschouw ik als een volwaardig lid van onze politieke gemeenschap, met gelijke individuele rechten en verantwoordelijkheden als anderen.
Ik betreur het dat satire blijkbaar niet op zijn eigen merites kan beoordeeld worden maar dat het onmiddellijk als een ernstige politiek feit wordt geïnterpreteerd en misbruikt. Waar gaan we naartoe als dit niet meer kan? Moet alleen nog het proza van Hugo Camps, in vergelijking met het welke het mijne uiterst geciviliseerd is, nog toegelaten worden. Mag ‘rechts’ niet spotten met ‘links’, maar ‘links’ wel met ‘rechts’? Spot, satire, ironie, zijn genres die geen exclusiviteit zijn van één strekking maar iedereen toebehoren. Wie lacht met anderen moet verdragen dat er ook met haar gelachen wordt. De lach relativeert de politieke tegenstellingen en heeft zo een verzachtend effect op de mogelijke conflicten. De graad van humorbeoefening is recht evenredig met het democratisch gehalte van de maatschappij. Daarom zullen we niet aflaten. We proberen het later nog eens, maar dan wel op een geschikter moment.
Boudewijn Bouckaert



Bart