Vrijheid

Voor Europeanen (de Britten uitgezonderd) betekent vrijheid vrij zijn van dingen: vrij van sociaal en economisch risico, van werkonzekerheid en van persoonlijke verantwoordelijkheid, van te veel concurrentie op de markt en van te veel nieuwsgierigheid van de regerende elites. Socialisme, een doctrine die in Europa ontstond, zit er erg diep. De gemeenschap heeft er voorrang op het individu. Het Europese sociaal contract komt hierop neer: we zullen de getalenteerden niet te hoog laten opklimmen, en we zullen de luieriken niet te laag laten vallen. "Gelijkheid" betekent er niet gelijkheid van kansen, maar gelijkheid van beperkingen. Voor Amerikanen betekent vrijheid vrij zijn om dingen te doen: om onze zin te doen, om te strijden, om te verwezenlijken, om sociale, economische of onderwijsmatige ladders te beklimmen, om het verder te brengen in het leven dan onze ouders, en om ervoor te zorgen dat onze kinderen het nog beter zullen hebben dan wij. Wij zijn het product van een immigranten- en pioniersmentaliteit. Onze voorouders durfden hun kans te wagen, in plaats van in het oude land te blijven met zijn in verval rakende sociale en economische systemen. De Europeanen met wie wij nu moeten handelen, zijn diegenen wiens voorouders de moed misten om in Hamburg, Dantzig of Antwerpen de boot te nemen. Ze kozen voor een ellendige zekerheid in plaats van voor hoopvol risico.

Ralph Peters in The New York Post van 14 augustus 2003