Het mag best wat Angelsaksischer

Men zegt: te veel West-Vlaamse bedrijven worden verkocht. Maar er is toch niets verkeerd aan dat enkele succesvolle bedrijven zijn verkocht? Filip Balcaen verkocht Balta aan de top. De 200 familiale aandeelhouders van Unilin kregen van een Amerikaanse groep een prijs die driemaal de omzet was. Dat bewijst vooral dat men zeer goed heeft gewerkt. Ongetwijfeld volgen nog andere bedrijven. Er zijn immers heel wat West-Vlaamse familiebedrijven met aandeelhouders van de derde generatie. [...]

Men zegt: de ondernemerszin van de West-Vlamingen is verminderd. Kijk maar hoe ze klagen. Natuurlijk wordt door de West-Vlaamse ondernemers veel geklaagd, maar hebt u het ooit anders geweten? Natuurlijk staan onze marges, niet alleen in West-Vlaanderen, zwaar onder druk. Maar dat heeft niets te maken met de ondernemerszin, maar alles met de randvoorwaarden voor het bedrijfsleven in Europa. Het feit dat West-Vlaanderen nog steeds een indrukwekkende manufacturing-basis heeft, ondanks de moeilijke marktomstandigheden, is toch het beste bewijs dat het West-Vlaamse ondernemerschap nog steeds springlevend is.

Natuurlijk zijn loonkosten ook voor onze West-Vlaamse bedrijven een belangrijk probleem en is het niet goed dat het de verkeerde richting uitgaat. Maar veel belangrijker is dat de arbeidsmarkt veel flexibeler zou worden, zoals in de Angelsaksische landen. Een herstructurering kost vandaag op de eerste plaats vooral een bom geld om het verleden te kunnen afsluiten. We hebben een meer dynamische kijk op re-engineering nodig. Bij ons ligt de nadruk veel te veel op het aan het werk houden van mensen in bestaande jobs, zonder de vraag te stellen hoeveel dat uiteindelijk kost en of er nog een meerwaarde wordt gecreëerd. Men onderschat hoeveel jobs er bij ons zouden kunnen bijkomen indien ontslag minder complex zou zijn. Misschien moet het bij ons ook eerst nog wat slechter gaan alvorens men dat wil inzien.

VLD-kamerlid Pierre Lano in De Tijd, 12 december 2005