Ayaan Hirsi Ali over haar boek, Irak, Europa en Amerika
Ik werk aan een boek waarin ik het islamitische en het westerse denken samenbreng, in de vorm van een dialoog tussen de profeet Mohammed en mijn favoriete verlichtingsdenkers Karl Popper, Friedriech Hayek en John Stuart Mill. Ze ontmoeten elkaar in een bibliotheek en praten over enkele kernwaarden van de moderniteit: de plaats van het individu tegenover de gemeenschap, de positie van de vrouw en de open maatschappij met haar vijanden. (...)
Mijn verhaal bewijst hoeveel een mens aankan. Het is daarom onzinnig te zeggen dat moslims zeshonderd jaar nodig hebben om zich in de moderne wereld in te voegen. Absoluut niet. Maar de overgang is niet makkelijk. Het moeilijkst om te dragen, is het besef dat modernisering tot bloedvergieten kan leiden. De moord op Theo van Gogh is daar een voorbeeld van, maar ook de oorlogen in Afghanistan en Irak. Ik heb die beide invasies altijd gesteund. Ik kan dus in mijn boek niet verhullen dat die modernisering gepaard kan gaan met geweld. (...)
Toch blijf ik erachter staan. Het is onfatsoenlijk om eerst iets te verdedigen, en als je merkt dat het fout loopt, van mening te veranderen. Van fouten moeten we leren. De argumenten voor de invasie, de massavernietigingswapens, bleken niet te bestaan. Maar de echte vraag was of we al dan niet moesten ingrijpen tegen gevaarlijke dictaturen als die van Saddam Hoessein of de Taliban. Sommigen, vooral in Europa, vonden dat we de Irakezen tijd moesten gunnen om zelf hun land te democratiseren. Het probleem was dat de tegenstanders van de oorlog geen enkel alternatief boden. Je kunt niet blijven praatjes maken in de VN. Die kritiek van Amerika op Europa vind ik volkomen terecht. Anderen oordeelden dat geweld mogelijk moest zijn om de democratie te stichten. Ik sluit me bij die laatste strekking aan. Ik ben er trouwens van overtuigd dat ook veel Irakezen en Afghanen het militaire ingrijpen verkozen boven afwachten. (...) Er zijn fouten gemaakt in Irak. Daar hebben we uit geleerd. Bij een volgende invasie zouden we een veel grotere legermacht moeten inzetten. Het was van Blair en Bush ook fout om de bevolking voor te houden dat je een oorlog kunt voeren zonder slachtoffers. En politieke leiders mogen de mensen niet wijsmaken dat hun leger maar even van huis weg zal zijn. Een democratie sticht je niet in twee jaar. (...)
Sinds ik in Amerika leef, wordt een en ander me toch duidelijker. Europa is altijd heel homogeen geweest. In bevolkingssamenstelling, maar ook in ideologische posities. Nederland was bij uitstek een consensussamenleving. Amerika is veel heterogener. Hun maatschappijmodel is ontstaan uit massale migratie, waardoor bevolkingsgroepen met totaal andere visies samenleefden en tegenover elkaar stonden. Het land leeft van controverse. De posities zijn veel scherper afgelijnd. Het fundamentalistische christendom is in opmars, maar ook de verlichtingsdenkers zijn er radicaler dan in Europa. Maar boven het debat staat de wet. Iedereen mag zo fundamentalistisch zijn als hij wil, wie de wet niet respecteert, weet wat hem te wachten staat.
Eigenlijk ben ik voor de Amerikanen heel saai. Wat hen in mij interesseert, is het verhaal van de American dream, het feit dat ik met niets naar Nederland ben gekomen en me heb opgewerkt tot parlementslid. Dat maakt veel meer indruk dan wat ik te vertellen heb over de islam.
Ayaan Hirsi Ali, geïnterviewd door Merlijn Doomernik in De Standaard van 30 september 2006



Reacties
Questing Beast
zaterdag, 30 september, 2006 - 17:41De stelling dat geweld moet mogelijk zijn om de democratie te stichten vind ik nogal bedenkelijk. Het resultaat op het terrein kennen we trouwens. Zelfs een grotere legermacht zou dat niet oplossen. Het installeren, zelfs na verkiezingen, van een parlement en een regering en deze het land laten besturen terwijl je op elke straathoek soldaten moet posteren om alles rustig te houden, lijkt mij nu niet bepaald een ideale "democratie". Ook Hirsi Ali's overtuiging dat er blijkbaar verlichte geesten op deze aardbol zijn die gemachtigd zijn om te bepalen wat een gevaarlijke dictatuur is en wat niet, vind ik nogal naïef. Vooral omdat diezelfde verlichte geesten die het nodig achtten manu militari de democratie in te voeren in Afghanistan en Irak, bevriende dictaturen in Saoudi Arabië of Pakistan netjes laten bestaan. Het invoeren van de democratie is op sommige plaatsen blijkbaar wat urgenter dan op andere. Initiatie van geweld is volgens mijn filosofie nooit geoorloofd. Gebruik van geweld is enkel toelaatbaar als reactie op een aanval; een geval van zelfverdediging dus. Maar dit hier aanhalen als excuus is, zeker in het geval van Irak, maar povertjes. De zo bedreigende massavernietigingswapens bleken immers gebakken lucht te zijn, dit in tegenstelling tot de reële financiële steun die door de Saoudi's aan allerlei radicale moslimgroeperingen wereldwijd wordt gegeven. Hirsi Ali's idealisme ten spijt vrees ik dat we hier gewoon te maken hebben met een geval van etatistisch machtsmisbruik om een kluwen van allerlei belangen te dienen, voorzien van een dun "vrijheid en democratie" vernisje.