Een standbeeld voor Jan Van Rijswijck



(...) Zijn flamingantisme was niet geïnspireerd door onderliggende politieke motieven als orangisme, federalisme, laat staan separatisme; het ging hem niet om de homogeniteit van het taalgebied, maar om de gelijke behandeling van het Nederlands, waardoor de rechten van het individu werden gerespecteerd, zoals Lode Hancké terecht schrijft in zijn biografie over Jan Van Rijswijck die het Liberaal Archief in 1993 heeft gepubliceerd. Door zijn consequent gebruik van het Nederlands op het stadhuis heeft hij taalfierheid aan zijn medeburgers gegeven. Het was pas onder Van Rijswijck dat het Nederlands de eerste taal werd op het stadhuis. Bij het afscheid van Van Rijswijck als burgemeester vatte zijn katholieke opponent Coremans het zo samen: “’t was al Vlaams wat uit zijn mond kwam”.

Van Rijswijck had niettemin waardering voor de Franse taal, en hij sprak niet alleen Frans, maar ook Duits, Engels en verder Spaans en Zweeds. Hij kon dus als burgemeester van de metropool met intellectuele stijl en waardigheid internationale gezelschappen ontvangen. Van Rijswijck had vooral oog voor de taal als sociale barrière. Op een meeting zei hij dat hij er geen bezwaar tegen had dat de adel en haute finance hun papegaai Frans wilden leren praten, maar Van Rijswijck had er wel bezwaren tegen dat zij het Frans wilden opdringen op de lagere school. Van Rijswijck is steeds – ook als burgemeester – een grote verdediger geweest van eentalig Nederlandstalig lager onderwijs in de stedelijke scholen. Hij maakte zich kwaad toen hij een klacht van ouders kreeg voor het gebruik van het Nederlands op het atheneum. “Geen klacht tegen het Grieks, wel tegen het Vlaams, waar moet dat heen?”, vroeg hij zich af. “Antwerpse jongens dienen de taal van het volk te kennen, onder een meer verheven gedaante en in uitgebreidere vorm dan in straattaal of keukentaal”. Voor Van Rijswijck gaat de Vlaamse strijd niet over literatuur, wel over sociale gelijkheid. Hij vond een volledige taalbreuk tussen de hogere en lagere klassen een ramp. Zijn liberaal flamingantisme was meer dan een loutere taalbeweging. Het had oog voor de onderliggende sociale tegenstellingen en voor de economische achterstand van Vlaanderen. (...)

Onder Van Rijswijck was er zeker “geen kloof met de burger” om een actuele term te gebruiken. Hij brak volledig met het kunstmatig instandhouden van de afstand tussen de burger en de mandataris, zoals het regel was onder het cijnskiesrecht. Hij was ook voorstander van het gemeentelijk referendum en hij was de eerste burgemeester die een concreet initiatief steunde om een gemeentelijk referendum in te richten. Het initiatief tot dit referendum kaderde in de strijd om het algemeen stemrecht. Toen de liberale progressisten hiertoe een voorstel in de gemeenteraad indienden, kreeg het voorstel, dankzij de stem van burgemeester Van Rijswijck, een nipte meerderheid in de commissie betwiste zaken. Ook in de gemeenteraad was de stem van de burgemeester opnieuw doorslaggevend, maar het referendum werd verboden door de gouverneur omdat het niet van gemeentelijk belang was. Het referendum werd, met succes, toch georganiseerd maar dan door de liberale Vooruitstrevend Democratische Vereniging, met de financiële steun van het stadsbestuur. (...)

Prof. em. Juul Hannes bij de inhuldiging van het standbeeld voor Jan Van Rijswijck, 23 september 2006 (foto: www.ludo-vld.be)

Reacties

#31097

Eric Jans

 

<<Zijn flamingantisme was niet geïnspireerd door onderliggende politieke motieven als orangisme, federalisme, laat staan separatisme; het ging hem niet om de homogeniteit van het taalgebied, maar om de gelijke behandeling van het Nederlands, waardoor de rechten van het individu werden gerespecteerd, zoals Lode Hancké terecht schrijft in zijn biografie over Jan Van Rijswijck die het Liberaal Archief in 1993 heeft gepubliceerd.>>

Tjah... ook tóen was politiek de kunst van het mogelijke en was het zaak je Vlaamse zelfstandigheid zó te formuleren dat je Belgische broodheren je niet broodroofden. Maar of een viezerik als Verhofstadt dáár argumenten in moet zien om te spreken alsof er een soort Belgicistisch Flamingantisme zou hebben bestaan?!
Je voelt wel hoe de Belgicisten worstelen met hun eigen verleden en daarbij telkens 'de anderen' verantwoordelijk trachten te stellen voor hun anti-Vlaamse gedrag. Ze doen het door vandaag de Vlaamse bokken van de vlaamse schapen te scheiden.
Een beetje zoals in Bruxelles: daar heb je ook de 'goede' Vlamingen (zij die zich aanpassen aan de Francofone aspiraties) en de 'foute' Vlamingen.
Proeven we hier niet een beetje de taal van een cultureel onderdrukker? Jazeker!