Democraten willen rechtse talk radio aanpakken
Overheidsregulering van de inhoud van omroepprogramma's botst met het First Amendment. Daarom stemde de FCC 20 jaar geleden met 4 tegen 0 voor het afschaffen van de zogenaamde Fairness Doctrine, een regel die omroepen verplichtte om over "controversiële onderwerpen van publiek belang" en om redelijkerwijze de mogelijkheid te bieden om "contrasterende perspectieven" over deze onderwerpen te presenteren. Door deze regel af te schaffen bracht de FCC een dramatische verhoging op gang van mediaverslaggeving over controversiële onderwerpen.
Toch is niet iedereen tevreden. Sommigen, zoals senator Richard Durbin (D., Ill.) willen de Fairness Doctrine terug. Volksvertegenwoordiger Maurice Hinchey (D., NY) wil de "Media Ownership Reform Act" invoeren, die een "fairness"-verplichting oplegt. Hoewel zij erkennen dat de hoeveelheid zendtijd die besteed wordt aan discussies over politiek en overheid vergroot is sinds 1987, zijn de voorstanders van de herinvoering van de doctrine bezorgd over een vermeende politieke bias, in het bijzonder in talk radio op de middengolf. Voor sommigen was minder praat blijkbaar beter dan dit soort praat. (...)
De Fairness Doctrine bracht een federaal agentschap binnen in de nieuwsredacties om de redactionele lijn van de omroepen in te schatten ten behoeve van activisten die meestal niet gemotiveerd waren door het ideaal van een "evenwichtige" verslaggeving. Omroepen leerden van met gebogen hoofd te spelen. Een controversiële reportage of een scherp redactioneel commentaar zou kunnen leiden tot verzoeken om gratis zendtijd om een tegengesteld standpunt te presenteren, voor het evenwicht. En als de klachten bleven komen, kon er klacht ingediend worden bij de FCC. Verlies van de zendvergunning is een doodvonnis voor een omroep, en omroepen gaven veel geld uit aan advocaten, consultants en lobbyisten om dat risico te vermijden. Stations werden aangemoedigd om vlakke, niet-controversiële reportages te brengen, zodat ze veilig waren tegen klachten op basis van de Fairness Doctrine. De werkelijke kostprijs van dit beleid kan dus berekend worden door na te gaan welke onderwerpen er niet behandeld werden, welke debatten er niet werden aangegaan en welke informatie er niet onthuld werd aan het publiek. (...)
Het wegvallen van de Fairness Doctrine bracht een lawine van informatieprogramma's op gang. Eenmaal de regulering wegviel, vierde de controverse hoogtij. Volgens een studie uit 1997 door Thomas Hazlett en David Soza (...) steeg het aantal middengolf-radiostations dat zich specialiseerde in nieuws, praatprogramma's en public affairs van 7% in 1987 naar 28% in 1995. Op de FM-band was de verhoging van 3% naar 7% in dezelfde periode. (...)
In de oude tijd was de Fairness Doctrine bijna universeel populair bij de politieke klasse. Linkse voorstanders van regulering streefden naar regels om de vooringenomenheid van de "corporate" media tegen te gaan. Tegelijk streefden conservatieven naar tegenstand tegen het linkse establishment. Het meest onrustwekkend waren diegenen die in besloten kring toegaven dat het er hen om te doen was een federaal clubje van beïnvloedbare reporters en hun bazen tot stand te brengen. (...)
Vandaag zijn rechtse politici bijgedraaid, omdat de explosie van talk radio hun ideeën een platform gegeven heeft dat ze nooit eerder hebben gekend. In zijn boek "South Park Conservatives" juicht Brian Anderson het toe dat vrije meningsuiting veel gastvrijer gebleken is voor conservatieve ideeën dan de Republikeinse voorstanders van de Fairness Doctrine ooit hadden durven dromen. (...)
De voorstanders van regulering van inhoud moeten herinnerd worden aan de woorden van een groot progressief, wijlen Opperrechter William O. Douglas, die in 1973 in het vonnis Columbia Broadcasting v. Democratic Committee schreef: "Het vooruitzicht om de overheid controle te laten uitoefenen over uitgevers is verbijsterend voor mij, zelfs met betrekking tot de Fairness Doctrine. De strijd voor vrijheid is een strijd tegen de overheid geweest".
Dennis Patrick, voormalig voorzitter van de FCC, en prof. Thomas Hazlett, voormalig hoofdeconoom van de FCC, in The Wall Street Journal, 30 juli 2007
Toch is niet iedereen tevreden. Sommigen, zoals senator Richard Durbin (D., Ill.) willen de Fairness Doctrine terug. Volksvertegenwoordiger Maurice Hinchey (D., NY) wil de "Media Ownership Reform Act" invoeren, die een "fairness"-verplichting oplegt. Hoewel zij erkennen dat de hoeveelheid zendtijd die besteed wordt aan discussies over politiek en overheid vergroot is sinds 1987, zijn de voorstanders van de herinvoering van de doctrine bezorgd over een vermeende politieke bias, in het bijzonder in talk radio op de middengolf. Voor sommigen was minder praat blijkbaar beter dan dit soort praat. (...)
De Fairness Doctrine bracht een federaal agentschap binnen in de nieuwsredacties om de redactionele lijn van de omroepen in te schatten ten behoeve van activisten die meestal niet gemotiveerd waren door het ideaal van een "evenwichtige" verslaggeving. Omroepen leerden van met gebogen hoofd te spelen. Een controversiële reportage of een scherp redactioneel commentaar zou kunnen leiden tot verzoeken om gratis zendtijd om een tegengesteld standpunt te presenteren, voor het evenwicht. En als de klachten bleven komen, kon er klacht ingediend worden bij de FCC. Verlies van de zendvergunning is een doodvonnis voor een omroep, en omroepen gaven veel geld uit aan advocaten, consultants en lobbyisten om dat risico te vermijden. Stations werden aangemoedigd om vlakke, niet-controversiële reportages te brengen, zodat ze veilig waren tegen klachten op basis van de Fairness Doctrine. De werkelijke kostprijs van dit beleid kan dus berekend worden door na te gaan welke onderwerpen er niet behandeld werden, welke debatten er niet werden aangegaan en welke informatie er niet onthuld werd aan het publiek. (...)
Het wegvallen van de Fairness Doctrine bracht een lawine van informatieprogramma's op gang. Eenmaal de regulering wegviel, vierde de controverse hoogtij. Volgens een studie uit 1997 door Thomas Hazlett en David Soza (...) steeg het aantal middengolf-radiostations dat zich specialiseerde in nieuws, praatprogramma's en public affairs van 7% in 1987 naar 28% in 1995. Op de FM-band was de verhoging van 3% naar 7% in dezelfde periode. (...)
In de oude tijd was de Fairness Doctrine bijna universeel populair bij de politieke klasse. Linkse voorstanders van regulering streefden naar regels om de vooringenomenheid van de "corporate" media tegen te gaan. Tegelijk streefden conservatieven naar tegenstand tegen het linkse establishment. Het meest onrustwekkend waren diegenen die in besloten kring toegaven dat het er hen om te doen was een federaal clubje van beïnvloedbare reporters en hun bazen tot stand te brengen. (...)
Vandaag zijn rechtse politici bijgedraaid, omdat de explosie van talk radio hun ideeën een platform gegeven heeft dat ze nooit eerder hebben gekend. In zijn boek "South Park Conservatives" juicht Brian Anderson het toe dat vrije meningsuiting veel gastvrijer gebleken is voor conservatieve ideeën dan de Republikeinse voorstanders van de Fairness Doctrine ooit hadden durven dromen. (...)
De voorstanders van regulering van inhoud moeten herinnerd worden aan de woorden van een groot progressief, wijlen Opperrechter William O. Douglas, die in 1973 in het vonnis Columbia Broadcasting v. Democratic Committee schreef: "Het vooruitzicht om de overheid controle te laten uitoefenen over uitgevers is verbijsterend voor mij, zelfs met betrekking tot de Fairness Doctrine. De strijd voor vrijheid is een strijd tegen de overheid geweest".
Dennis Patrick, voormalig voorzitter van de FCC, en prof. Thomas Hazlett, voormalig hoofdeconoom van de FCC, in The Wall Street Journal, 30 juli 2007

tweaker - tweaker (at) hln (dot) be
net zoals we hier in belgië hebben meegemaakt willen de zelfverklaarde democraten de democratie afschaffen