Amerikaanse oppervlakkigheid
In hun enthousiasme vertellen Amerikanen in een uur meer over zichzelf dan een West-Vlaming in zijn hele leven. Je komt al vlug zijn politieke voorkeur te weten of je verneemt dat hij vorig jaar zijn spataderen heeft laten verwijderen ( 'left side only' ). Deze confidentialiteit zet vele Europeanen op het verkeerde been en doet hen besluiten dat de Amerikaan met deze voor ons eerder ongewone informatieoverdracht een meer fundamentele discussie op gang wil brengen of aast op een diepgaande relatie. We denken dat hun stormachtige initiële openheid de voorbode is van een warme, vriendschappelijke relatie. Als dit dan niet zo blijkt te zijn, reageert de Europeaan met een ontgoocheld ,,Wat zijn ze toch oppervlakkig''.
Natuurlijk zijn Amerikanen oppervlakkig. Wat me vooral stoort in dit veel uitgesproken vooroordeel is dat het impliceert dat wij niet oppervlakkig zouden zijn. Het houdt de pretentie in dat wij de man die naast ons op de tram staat meteen vragen of hij zich goed voelt en of we desgevallend iets voor hem kunnen doen, of dat we onze collega's op het werk geregeld vragen hoe het zit met de relatie met hun partner en kinderen, of dat we op café over iets anders praten dan over het weer (te warm of te koud of te nat of te droog), geld (altijd te weinig), de politici (allemaal zakkenvullers) en de vrouwen (allemaal zeurkousen). Als ik mag kiezen tussen de Belgische of de Amerikaanse oppervlakkigheid, geef me dan die laatste maar. Die maakt het leven tenminste een ietsje aangenamer.
Rik Vanwalleghem in "De Amerikaanse Ziel", uitg. Lannoo.


