Elektriciteit uit zeewind (1): de techniek
Deze week wordt het eerste voetstuk van de eerste windmolen van C-Power weggebracht uit de Oostendse haven en op de Thorntonbank in de Noordzee geïnstalleerd. Het windmolenpark wordt een technologisch hoogstandje dat (voorlopig) uniek is in de wereld. Nooit eerder stond een park zo ver uit de kust en zo diep op de zeebodem.
Hoe blijven die windmolens rechtstaan op zee? Ze worden niet echt ingegraven in de zeebodem, maar ze staan op voetstukken die door hun gewicht stabiel op hun plaats blijven staan. Die voetstukken, of "Gravity Based Foundations" zoals ze officieel worden genoemd, worden slechts een viertal meter in de zeebodem ingegraven. Die voetstukken of funderingen, die in aanbouw zijn op de Halve Maan, beheersen al een aantal maanden het Oostendse haven- en stadsbeeld:


Vorige maand had ik de gelegenheid om met het KVIV de bouwwerf in Oostende te bezoeken. We bezochten de binnenkant van zo'n fundering en kregen deskundige uitleg.
[VIDEO]
Het bouwen zelf verloopt in een aantal stappen:
1) Voorbereiding van de zeebodem.
Op de Thorntonbank wordt de zeebodem voorbereid. Sleephopperzuigers zuigen enkele meters los zand weg van de zeebodem om een bouwput met een hardere bodem te verkrijgen. Het valpijpschip "Seahorse" brengt vervolgens steenslag aan op de bodem van de bouwput.
Goya Bauwens (geoloog/geofysicus en blogger) nam vrijdag deze foto's van de "Seahorse", die al druk aan het werk is op de Thorntonbank. Als ik goed ben ingelicht zit de man op dit moment nog steeds op zee, en kan hij via een breedbandverbinding aan boord de foto's die hij maakt opladen.


2) Transport van de fundering.
Het hijsponton "Rambiz" pikt een voetstuk van 3000 ton op in de haven van Oostende, brengt het naar de Thorntonbank, en laat het op de juiste plaats op de zeebodem zakken.
Goya Bauwens nam vrijdag deze foto van de "Rambiz" die klaar lag in de haven van Zeebrugge:

3) Opvullen van de bouwput.
Het speciaal gebouwde sproeipijp-ponton "Thornton I" vult de bouwput weer op met zand dat opgepompt wordt door de sleephopperzuiger "Jade River" en met breuksteen (voor de erosiebescherming) die aangevoerd wordt door de sleephopperzuiger "Vlaanderen XXI". Dit is een foto van de Vlaanderen XXI, genomen door Bernard Torchy in Duinkerke:

4) Opvullen van de fundering.
Het holle voetstuk wordt opgevuld met zand. Ook deze klus wordt geklaard door de "Thornton I" en de "Jade River". Het vullen verloopt in verschillende fazen, omdat er met nat zand wordt gevuld. Het zand moet bezinken zodat het water daarna weer kan weggepompt worden, waarna er weer bijgevuld wordt tot het voetstuk helemaal opgevuld is.
5) De assemblage.
De onderdelen van de windmolen, namelijk de schacht, de wieken en de turbine, worden door het hefeiland "Vagant" naar de Thorntonbank gebracht en vervolgens met het hefeiland "Buzzard" gemonteerd. De "Vagant" en de "Buzzard" bieden volledige accomodatie aan 60 personeelsleden, met catering, woon- en slaapgelegenheid.
De "Vagant", in februari gefotografeerd door Goya Bauwens:

De "Rambiz" met een windmolen in Schotland:

6) Het resultaat.
Elke windturbine heeft een vermogen van 5 megawatt en weegt meer dan 300 ton. Ze wordt bevestigd bovenop de schacht op een hoogte van 120 meter boven de zeebodem. De wieken hebben een diameter van 126 meter. De totale constructie steekt 184 meter boven de zeebodem uit, of (afhankelijk van de waterstand) ongeveer 170 meter boven de zeespiegel.

In een eerste faze worden er 6 windmolens geïnstalleerd die tegen september moeten draaien. Over drie jaar moeten er in totaal 60 windmolens van C-Power staan. Concurrenten zullen tegen dan 102 windmolens gebouwd hebben op andere zandbanken: 36 windmolens van Eldepasco op de Bank Zonder Naam en 66 windmolens van Belwind op de Bligh-bank.

Het windmolenpark van C-Power ligt 30 kilometer van de kust verwijderd. Op onderstaande kaart zijn de vaargeulen in het groen aangeduid.

Wie denkt dat de Noordzee één lege ruimte is, vergist zich. Naast de twee witte zones die voor C-Power zijn bestemd, liggen er immense zandwinningsgebieden en een oefengebied voor de marine. De hoogspanningsleiding van het windmolenpark naar Bredene moet bovendien een telecomleiding (Concerto South 1) kruisen. De Interconnector-gasleiding wordt niet gekruist.

Het hele bouwproces wordt nog eens uit de doeken gedaan in het onderstaande reclamefilmpje van C-Power. Ik heb wel verschillen ontdekt tussen de uitleg van baggeraar DEME in een brochure [PDF] over dit project, en dit reclamefilmpje van C-Power. Volgens DEME worden de onderdelen van de windmolens op zee geassembleerd, volgens C-Power wordt alles aan land geassembleerd. En volgens DEME wordt de bouwput eerst opgevuld waarna de fundering wordt gevuld, volgens dit filmpje van C-Power is het andersom. Omdat dit filmpje al twee jaar oud is, ga ik ervan uit dat de informatie van DEME actueler is.
In een volgende bijdrage bespreek ik de financiële kant van de zaak en de verschillende kanalen waarlangs windenergie gesubsidieerd wordt. Alvast toch dit: naar de bouw van deze 60 windmolens, die samen 800 miljoen euro kosten, gaat geen enkele euro subsidie.
Hoe blijven die windmolens rechtstaan op zee? Ze worden niet echt ingegraven in de zeebodem, maar ze staan op voetstukken die door hun gewicht stabiel op hun plaats blijven staan. Die voetstukken, of "Gravity Based Foundations" zoals ze officieel worden genoemd, worden slechts een viertal meter in de zeebodem ingegraven. Die voetstukken of funderingen, die in aanbouw zijn op de Halve Maan, beheersen al een aantal maanden het Oostendse haven- en stadsbeeld:


Vorige maand had ik de gelegenheid om met het KVIV de bouwwerf in Oostende te bezoeken. We bezochten de binnenkant van zo'n fundering en kregen deskundige uitleg.
Het bouwen zelf verloopt in een aantal stappen:
1) Voorbereiding van de zeebodem.
Op de Thorntonbank wordt de zeebodem voorbereid. Sleephopperzuigers zuigen enkele meters los zand weg van de zeebodem om een bouwput met een hardere bodem te verkrijgen. Het valpijpschip "Seahorse" brengt vervolgens steenslag aan op de bodem van de bouwput.
Goya Bauwens (geoloog/geofysicus en blogger) nam vrijdag deze foto's van de "Seahorse", die al druk aan het werk is op de Thorntonbank. Als ik goed ben ingelicht zit de man op dit moment nog steeds op zee, en kan hij via een breedbandverbinding aan boord de foto's die hij maakt opladen.


2) Transport van de fundering.
Het hijsponton "Rambiz" pikt een voetstuk van 3000 ton op in de haven van Oostende, brengt het naar de Thorntonbank, en laat het op de juiste plaats op de zeebodem zakken.
Goya Bauwens nam vrijdag deze foto van de "Rambiz" die klaar lag in de haven van Zeebrugge:

3) Opvullen van de bouwput.
Het speciaal gebouwde sproeipijp-ponton "Thornton I" vult de bouwput weer op met zand dat opgepompt wordt door de sleephopperzuiger "Jade River" en met breuksteen (voor de erosiebescherming) die aangevoerd wordt door de sleephopperzuiger "Vlaanderen XXI". Dit is een foto van de Vlaanderen XXI, genomen door Bernard Torchy in Duinkerke:

4) Opvullen van de fundering.
Het holle voetstuk wordt opgevuld met zand. Ook deze klus wordt geklaard door de "Thornton I" en de "Jade River". Het vullen verloopt in verschillende fazen, omdat er met nat zand wordt gevuld. Het zand moet bezinken zodat het water daarna weer kan weggepompt worden, waarna er weer bijgevuld wordt tot het voetstuk helemaal opgevuld is.
5) De assemblage.
De onderdelen van de windmolen, namelijk de schacht, de wieken en de turbine, worden door het hefeiland "Vagant" naar de Thorntonbank gebracht en vervolgens met het hefeiland "Buzzard" gemonteerd. De "Vagant" en de "Buzzard" bieden volledige accomodatie aan 60 personeelsleden, met catering, woon- en slaapgelegenheid.
De "Vagant", in februari gefotografeerd door Goya Bauwens:

De "Rambiz" met een windmolen in Schotland:

6) Het resultaat.
Elke windturbine heeft een vermogen van 5 megawatt en weegt meer dan 300 ton. Ze wordt bevestigd bovenop de schacht op een hoogte van 120 meter boven de zeebodem. De wieken hebben een diameter van 126 meter. De totale constructie steekt 184 meter boven de zeebodem uit, of (afhankelijk van de waterstand) ongeveer 170 meter boven de zeespiegel.

In een eerste faze worden er 6 windmolens geïnstalleerd die tegen september moeten draaien. Over drie jaar moeten er in totaal 60 windmolens van C-Power staan. Concurrenten zullen tegen dan 102 windmolens gebouwd hebben op andere zandbanken: 36 windmolens van Eldepasco op de Bank Zonder Naam en 66 windmolens van Belwind op de Bligh-bank.

Het windmolenpark van C-Power ligt 30 kilometer van de kust verwijderd. Op onderstaande kaart zijn de vaargeulen in het groen aangeduid.

Wie denkt dat de Noordzee één lege ruimte is, vergist zich. Naast de twee witte zones die voor C-Power zijn bestemd, liggen er immense zandwinningsgebieden en een oefengebied voor de marine. De hoogspanningsleiding van het windmolenpark naar Bredene moet bovendien een telecomleiding (Concerto South 1) kruisen. De Interconnector-gasleiding wordt niet gekruist.

Het hele bouwproces wordt nog eens uit de doeken gedaan in het onderstaande reclamefilmpje van C-Power. Ik heb wel verschillen ontdekt tussen de uitleg van baggeraar DEME in een brochure [PDF] over dit project, en dit reclamefilmpje van C-Power. Volgens DEME worden de onderdelen van de windmolens op zee geassembleerd, volgens C-Power wordt alles aan land geassembleerd. En volgens DEME wordt de bouwput eerst opgevuld waarna de fundering wordt gevuld, volgens dit filmpje van C-Power is het andersom. Omdat dit filmpje al twee jaar oud is, ga ik ervan uit dat de informatie van DEME actueler is.
In een volgende bijdrage bespreek ik de financiële kant van de zaak en de verschillende kanalen waarlangs windenergie gesubsidieerd wordt. Alvast toch dit: naar de bouw van deze 60 windmolens, die samen 800 miljoen euro kosten, gaat geen enkele euro subsidie.

OutlawMike