De moord op Theo van Gogh

De linkerzijde schildert daders van misdrijven graag af als slachtoffers van de maatschappij, daarbij de individuele verantwoordelijkheid van het individu minimaliserend. Onterecht, volgens mij. Het zou dan ook verkeerd zijn om de moord op Van Gogh meteen maar te bestempelen als het ultieme bewijs van de intolerantie van de Nederlandse samenleving, of, omdat de dader een moslim was, van het gewelddadig karakter van de islam. Het gaat hier uiteraard vrijwel zeker om een politiek-religieus geïnspireerde moord, waarbij de recente film "Submission" die Van Gogh produceerde in samenwerking met Ayaan Hirsi Ali de dader een doorn in het oog zal geweest zijn. De dader zou bovendien bindingen hebben met een andere fundamentalistische moslim, die plannen had voor een aanslag op het Nederlandse parlement. Omdat de moord op Van Gogh op de keper beschouwd de daad van een extremistische enkeling is, lijkt het mij politiek en maatschappelijk relevanter om na te gaan hoe de allochtone gemeenschap omgaat met de boodschap van de film "Submission", waarin aangeklaagd wordt dat vrouwen mishandeld worden in naam van Allah. Ter herinnering: drie Vlaamse parlementsleden reageerden uiterst negatief op deze film, en SP.a-kamerlid Cemar Cavdarli vond Hirsi Ali "even erg als de daders van 11 september". Op dezelfde manier is de manier waarop de moslimgemeenschap in Nederland reageert op de film en zal reageren de moord op Van Gogh, in feite politiek relevanter dan de moord zelf, waarvoor de dader de hoofdverantwoordelijkheid draagt.
We zouden hier ook grote woorden kunnen spreken over de "aanslag op de vrije meningsuiting" die deze aanslag inderdaad ook is, ook al werd hij door één individu gepleegd tegen één ander individu. Elke discussie over vrije meningsuiting heeft in Vlaanderen evenwel een wrange bijklank, sinds de veroordeling van een politieke partij omwille van illegale meningsuitingen. Ondanks alle juridische woordenkramerij en ondanks alle verzekeringen dat er nog steeds vrijelijk mag gediscussieerd worden en dat er oplossingen geformuleerd mogen worden zolang ze "objectief en redelijk te verantwoorden" (sic) zijn, is de indruk die na het bewuste arrest blijft nazinderen dat de gedachtenpolitie op de loer ligt. Dit jaar was het Vlaams Blok aan de beurt wegens racisme, volgend jaar kunnen u en ik aan de beurt zijn wegens ongewenste meningsuitingen, na nieuwe onverdraagzaamheidswetten in het kader van de verdere DDR-isering van Vlaanderen. Reacties van Belgische politici op de moord op Van Gogh, waarbij ze de lof zingen van de vrije meningsuiting, komen dan ook niet geloofwaardig over. Aan hen zeg ik: breng eerst Voltaires spreuk in de praktijk, "Ik verafschuw wat u zegt, maar ik zal uw recht om het te zeggen met mijn leven verdedigen", en kom ons daarna de lof zingen van de vrije meningsuiting.



B.Libbrecht
En de onbetaalde rekening dient zich op diverse fronten aan. Ten eerste worden onderhand toch maar diverse grote stemmen (zoals Fortuyn, van Gogh) definitief de mond gesnoerd. Aan bereidwillige moordenaars geen gebrek (zelfs met opoffering van hun leven), en zo wordt de top van een moedige tegenstem al gauw afgesneden. Weg tegenstemmen.
Tweede onbetaalde rekening: het ongebreidelde multiculturalisme heeft nu al massaal extreem-rechts in de groeicijfers gejaagd. Het fnuikende is, dat nog steeds talloze prominente politici zich met verwonderde oogjes blijven afvragen hoe dat nu toch zou komen.