De financiële crisis en de overheid
(...) De totale waarde van de engagementen van de overheid aan de financiële sector in de EU is tot nu toe ongeveer 2.200 miljard euro, of 17 procent van het BNP van de Unie. Het grootste deel bestaat uit overheidsgaranties die, éénmaal de kredietmarkt weer normaal functioneert, geen reële uitgave van de overheid zouden moeten vormen. Maar andere participaties zijn meer risicovol, zoals ondergeschikte leningen of directe participaties van de overheid in financiële sector. Als de economie terug aantrekt, en de banken weer winst maken, zou de overheid die participaties met een goede meerwaarde opnieuw kunnen verkopen, of zal ze inkomsten genereren op de leningen. Het einde van de kredietcrisis is nog evenwel niet in zicht.
Op korte termijn betekent de kredietcrisis een serieuze verslechtering van de overheidsfinanciën, en het schenden van de Maastricht-criteria, tien jaar na de invoering van de euro. In eigen land werd het voorbije jaar voor het eerst sedert meer dan 10 jaar een belangrijke toename van de overheidsschuld opgetekend tot 87 procent van het BNP (waar de Maastricht limiet 60 procent is). Verschillende EU-landen verwachten dit jaar de limiet op het budgettaire tekort van 3 procent van het Verdrag van Maastricht beduidend te overtreden, Groot-Brittanië verwacht dit jaar zelfs een budgettair tekort van 8 procent van bet BNP. (...)
Karel Lannoo, algemeen directeur van CEPS, in een opiniestuk in De Standaard, 3 januari 2008


