Pensioenen: van kapitalisatie naar repartitie
Tot 1956 (arbeiders) en 1968 (bedienden) was het wettelijk pensioen gebaseerd op het kapitalisatiesysteem: iedereen draagt dan bij voor het eigen pensioen. Bij KB nummer 50 van 24 oktober 1967 verdween de Kas voor Bediendenpensioenen, en werd - in 1968 - het algemeen pensioenstelsel voor werknemers ingevoerd, volledig gebaseerd op het repartitiestelsel: de ingehouden bijdragen van wie werkt worden onmiddellijk voor de pensioenen gebruikt. Waarom werd destijds afgestapt van het kapitalisatiestelsel en de pensioenlast bij de volgende generaties gelegd? Wat is er gebeurd met de grote reserves van de Kas voor Bediendenpensioenen en de zestien door haar erkende verzekeringsorganismen?
A. Joostens uit Opwijk in een lezersbrief in Humo, 17 maart 2009



Reacties
ivan janssens
zaterdag, 28 maart, 2009 - 00:49"Waarom werd destijds afgestapt van het kapitalisatiestelsel"
Twee redenen. Een politieke en een economische. Politiek: de socialisten werden alsmaar machtiger ten nadelen van de christen-democraten die op dat moment voorstander waren van het kapitalisatiestelsel.
Economisch: het repartitiestelsel is een Ponzi-schema, zoals de rommelkredieten voor woningen. Zo lang de prijzen stijgen is er niets aan de hand, als de prijzen dalen stort het kaartenhuisje in mekaar. De jaren zestig waren jaren van hoge economische groei en dus werd het voordelig over te stappen op repartitie.