Hoe het Hof van Cassatie "censuur" interpreteert
Van verboden preventieve censuur is volgens het Hof van Cassatie (29 juni 2000) immers maar sprake als er nog geen verspreiding is, of beter: van censuur is geen sprake zodra er enige verspreiding is. Een rechterlijk bevel om een bepaald nummer van een krant of weekblad uit de rekken in de krantenwinkels te laten halen, is dan inderdaad geen preventieve maatregel, want er is al een verspreiding.
Ja, maar wat dan met een uitzendverbod van een tv-programma dat nog niet is uitgezonden? Ook daar weet het Hof van Cassatie raad mee. Het verbod van censuur staat toch immers in het grondwetsartikel dat verwijst naar de drukpersvrijheid, en radio en televisie, dat is natuurlijk iets heel anders dan drukpers. Voor radio en televisie geldt dus geen verbod van censuur (Hof van Cassatie 2 juni 2006).
Het mag dus geen verwondering wekken dat de voorzitters van rechtbanken een opening benutten die hen door de rechtspraak van het Hof van Cassatie is aangereikt.
Dirk Voorhoof in een opiniestuk in De Morgen en op MediaKritiek.be, 14 november 2009



Reacties
Rick
zondag, 15 november, 2009 - 14:18Dat 'probleem' werd trouwens al aangekaart door Vincent Van Quickenborne in 2000:
"Allereerst is er de vrijheid van drukpers, waarover al veel geschreven is. Uit de rechtspraak blijkt dat "drukpers" moet worden gezien al een techniek, een wijze van publiceren in de traditionele betekenis van het woord. Televisie en radio vallen dus niet onder dat grondwetsartikel en ik vermoed dat dit bijgevolg ook geldt voor de moderne informatie- en communicatiemiddelen. Met andere woorden, denkt de minister dat artikel 25 van de Grondwet moet worden aangepast om het van toepassing te maken op de vrijheid van informatieverspreiding in het algemeen? Zo ja, hoe wordt dit het beste voorbereid en aangepakt?"
http://www.senate.be/www/?M...