Zin en onzin van patenten

Momenteel belemmeren patenten te vaak de creativiteit van de ondernemers. Gevestigde spelers kunnen concepten patenteren om technologische ontwikkelingen te vertragen en zelfs te stoppen. Zo wordt de innovatie niet omgezet in productie en tewerkstelling. (...)

Vergeet ook niet dat de BRIC-landen de patentwetgeving nauwelijks toepassen. Ze kopiëren vindingen en gebruiken die in een gesloten markt. De conclusie is dat we onze eigen business uithollen en onvoldoende lokale hefboomwerking hebben. (...)

De oplossing ligt in het versoepelen van de patentwetgeving en het makkelijker beschikbaar stellen van kennis. Patenten moeten onderworpen worden aan de vraag of ze sociaal relevant en duurzaam zijn. Wie een patent wil aanvragen, moet bewijzen welke meerwaarde zijn idee heeft voor de maatschappij.

Patenten zouden ook beperkt moeten worden in de tijd, je moet patenthouders verplichten om sneller technologie te exploiteren. Als er niet binnen het jaar iets gedaan wordt met het patent, vervalt het.

Mario Fleurinck, CEO van Melotte, geïnterviewd door Peter Van Dyck in Industrie Technisch & Management, februari 2010

Reacties

#93288

oxbow

 

@luc:
http://webwereld.nl/opinie/...
Ongeveer dezelfde conclusie, maar met een radicale oplossing.

#93297

blue-coat

 

"Momenteel belemmeren patenten te vaak de creativiteit van de ondernemers"

In hoeverre is de overheid betrokken in het uitgeven van patenten ?

#93415

Pierre Saelen

 

Eindelijk wat tijd om hier uitvoerig op te reageren.

Heeft enkel iets dat sociaal relevant of duurzaam is een meerwaarde voor de maatschappij? En die ondernemer heeft er vertrouwen in dat ambtenaren de geschikte personen zijn om te beoordelen of een uitvinding sociaal en duurzaam zou zijn.

Heb eens vertrouwen in de werking van de markt in plaats van altijd maar weer foutief te veronderstellen dat de overheid (lees: de ambtenaren) het allemaal zo goed zouden weten.

Je moet het maar kunnen om eerst te beweren dat de oplossing ligt in het versoepelen van de patentwetgeving, om dan juist het tegenovergestelde te promoten door te stellen dat: (1) "Wie een patent wil aanvragen, moet bewijzen welke meerwaarde zijn idee heeft voor de maatschappij" en (2)op straffe van verval eisen dat de aanvrager bewijst dat hij binnen het jaar "iets met zijn uitvinding gedaan heeft".

Asjeblieft geef die examiners niet nog meer macht. De administratieve mallemolen is bij patent- of merkaanvragen nu vaak al erg genoeg, onder meer omdat de examiner soms niet voldoende geschoold is voor zijn taak. De enigen die daar nu goed bij varen zijn de klassieke octrooi- en merkengemachtigden. Extra proceduurtje hier, extra proceduurtje daar en ondertussen lopen de taksen en ereloonnota's maar op, om niet te spreken van het tijdsverlies vooraleer een bedrijf met voldoende zekerheid weet of het al dan niet beschermd is.

In het merkenrecht bestond er in sommige landen, bijvoorbeeld het VK, een soortgelijke actieve administratieve bescherming van de overige ondernemers. De administratie controleerde of nieuwe merkaanvragen niet zouden kunnen conflicteren met reeds geregistreerde merken. Veiligheidshalve werd zo'n merkaanvraag dan administratief geweigerd totdat de merkaanvrager had bewezen dat er toch geen sprake was van een conflict tussen beide merken. Enkele jaren terug werd die actieve preventieve rol afgeschaft: nu verwittigt de administratie de oudere merkhouder nog dat er iemand een merkbeschermingsaanvraag heeft ingediend die wel eens met zijn ouder merk zou kunnen conflicteren en dat hij zich daar als oudere merkhouder tegen kan verzetten. Dat laatste gebeurt echter veel minder vaak dan de vroegere ambtshalve weigeringen, simpelweg omdat die oudere merkhouders in vergelijking met de administratie veel minder vlug vinden dat er een probleem is.
Dit toont aan hoe dat een actief optreden van de merkenadministratie ter bescherming van de ondernemers in de praktijk een omgekeerd effect had. Het bracht vooral een verhoogde economische kost en een verlengde juridische onzekerheid met zich mee. Hetzelfde geldt voor hoger geciteerde voorstellen van Fleurinck.

We hebben er eeuwen over gedaan om tot een geobjectiveerd systeem te komen en dat wil Fleurinck nu terug op de helling zetten.
Destijds was het de koning die willekeurig besliste of hij een uitvinding de moeite waard vond om met een patent te beschermen of niet http://lvb.net/item/8234, nu is het de markt: 'verkoopt het product niet, dumpen die dure bescherming' (steeds duurdere jaartaksen).
Immers, ook voor gevestigde ondernemingen zijn patenten (octrooien in het Nederlands) een dure zaak om in stand te houden.
Grote spelers beschouwen patenten steeds vaker als een investering die rechtstreeks zijn eigen inkomsten moet genereren, namelijk door het aan anderen in licentie te geven. Het beeld dat Fleurinck schetst is dat van een verouderend business model dat steunt op gesloten innovatie, terwijl open innovatie steeds meer opgang maakt: http://en.wikipedia.org/wik...

Patenten zijn nu al beperkt in de tijd: tot 20 jaar na aanvraagdatum. Ik geef toe dat voor technologisch snel evoluerende sectoren 20 jaar een eeuwigheid is, maar voor bijvoorbeeld de farma is die 20 jaar al heel kort om hun dure O&O investeringen te recupereren. Bij de farma zijn gemiddeld de eerste 10 jaar van de octrooibescherming al verstreken vooraleer hun geneesmiddel van de EMEA of FDA op de markt mag komen. Eisen dat een patent binnen het jaar zou vervallen indien men er "niet iets mee gedaan heeft" is er ver over.
En wie moet dat weeral beoordelen? Alweer de administratie?
Wat is "iets mee gedaan hebben"? Van zodra een octrooiaanvraag gepubliceerd is, is de procedure nogal publiek, met andere woorden, concurrenten lezen mee. Geen enkele bedrijfsleider zal graag aan de administratie gaan bewijzen dat hij al "iets gedaan heeft ter voorbereiding van de exploitatie van zijn patent". Zijn concurrenten zullen maar al te graag die delen van zijn businessplan of marketingplan lezen.
In de VS en nog enkele andere landen kennen we al zo'n regeling met betrekking tot merken: tussen het vijfde en zesde jaar na inschrijving moet de merkaanvrager sowieso aantonen dat hij begonnen is zijn merk te gebruiken. Veel meer dan een formaliteit stelt die bewijslast niet voor, behalve dat het weer eens een pak kosten met zich meebrengt, vooral erelonen van merkengemachtigden.
De meeste andere landen hebben een veel betere regeling. Beter omdat die passief is: enkel bij een geschil tussen de merkhouder en een andere partij, kan die andere partij eisen dat die merkhouder eerst bewijst dat hij zijn al meer dan vijf jaar geregistreerd merk ook effectief gebruikt. In dit opzicht bestaat in het octrooirecht al de mogelijkheid van een dwanglicentie bij niet gebruik van het octrooi (4 jaar na aanvraag of 3 jaar na verlening).

Wat de BRIC-landen betreft, Fleurinck moet dringend eens wat zoeken op http://be.espacenet.com/sea...
Net zoals ik zal hij dan verschieten van het snel toenemend aantal Chinese patentaanvragen die men er vindt. Met de grote aantallen Chinese ingenieurs die nu jaarlijks afstuderen, belooft dat voor de toekomst. De meeste uitvindingen zullen in de toekomst niet hier in het Westen gebeuren.
Eenmaal ze over een voldoende sterke octrooiportefeuille beschikken zullen die Chinezen ons niet toelaten om hier goedkoop te herindustrialiseren door op onze beurt even voor piraatland te spelen.