De militaire ambities van België
Nadat Leopold [II] zijn vader in 1865 was opgevolgd, werd het hem echter snel duidelijk dat het Belgische leger militair niet tot grote daden in staat moest worden geacht. Dat was te wijten aan het recruteringssysteem. [...] In 1871 stelde Leopold daarom voor om een algemene dienstplicht in te voeren, maar de regering wilde er niet van weten. Pas in 1909, op Leopolds sterfbed, kwam die algemene dienstplicht er. Het gevolg was dat België zich onmiddellijk tot grootse militaire daden in staat achtte. In 1913 schreef de generale staf in een geheime nota dat in geval van een Duitse aanval, het Belgische leger in staat zou zijn om een tegenaanval te lanceren en het hele Rijnland te veroveren. Een jaar later bleek dat allemaal grootspraak te zijn geweest.
Dit belette België niet om na de Eerste Wereldoorlog opnieuw met de wapens te kletteren. Hoewel Luxemburg een mede-geallieerde was geweest en Nederland neutraal was gebleven in de oorlog, eiste België de annexatie op van Luxemburg, Zeeuws-Vlaanderen en Limburg. De Belgische oorlogskreten klonken zo luid dat Nederland overwoog om een preventieve aanval te lanceren op Antwerpen en Brussel. Den Haag zag daar pas van af nadat het van de Amerikaanse president Wilson de verzekering had gekregen dat de Verenigde Staten militair garant zouden staan voor de Nederlandse territoriale integriteit. België richtte zijn agressie dan maar op Duitsland. Het bezette samen met Frankrijk het Rijnland en viel in 1923 ook de Roerstreek binnen. Volgens Lord Robert Cecil was de Roerbezetting "een van de domste dingen die een regering ooit heeft gedaan." Het leidde tot een ineenstorting van de Duitse economie en leverde aldus de voedingsbodem voor het nazisme.
Sindsdien heeft België zijn militaire dromen opgeborgen. Onder Albert I en zijn volgelingen werd een unitair georganiseerd sociaal-corporatistisch welvaartsstelsel het kleefmiddel dat België bij elkaar houdt. Zo hoeft niemand nog tegen het buitenland ten strijde te trekken. Men kan vechten voor België door de "verworven sociale rechten" te verdedigen. Let er maar eens op: de enigen die nog oorlogstaal gebruiken, zijn de vakbonden en de zogenaamde "sociale" sector.
Paul Belien in 't Pallieterke van 5 april 2005



Reacties
dof
woensdag, 6 april, 2005 - 16:04Lap. LVB kan ook al fluiten naar een lintje.