Voltaire? Verdacht!
Het is vandaag de dag moeilijk voor te stellen, maar niet zo lang geleden was de vrijheid van meningsuiting nog een stokpaardje van progressieve intellectuelen. Het was de tijd waarin schrijvers en cabaretiers voor de rechter werden gedaagd omdat ze vieze woorden gebruikten, het koningshuis aanvielen, of de spot dreven met het christelijk geloof (moslims waren hier toen nog nauwelijks).
Onveranderlijk werden de overtreders van onze censuurwetten door verlichte geesten verdedigd met een beroep op de vrijheid van meningsuiting; Voltaire was bijzonder populair.
De afgelopen jaren waren de rollen omgedraaid: als er iemand werd vervolgd wegens zijn mening, dan kwam de aanklacht onveranderlijk uit progressieve hoek. Theo van Gogh, kardinaal Simonis, Mohammed Rasoel, Jenny Goeree, Propria Cures, Hans Janmaat, CP '86: allen werden onder luid gejuich van het progressieve volksdeel voor de rechter gedaagd. Wie nu met Voltaire op de proppen kwam, maakte zich al snel verdacht.
Hoe valt deze op het eerste gezicht merkwaardige omslag te verklaren? Vrij eenvoudig. Was enkele tientallen jaren geleden de macht nog in handen van het reactionaire volksdeel (gelovig, puriteins, koningsgezind), inmiddels hebben de progressieven al jarenlang de touwtjes stevig in handen. De vrijheid van meningsuiting, eerst nog een nuttig wapen tegen de reactionaire machthebbers, is voor de progressieven inmiddels een blok aan het been geworden; machthebbers hebben nu eenmaal per definitie een hekel aan een vrije pers. Wat heeft de progressief tegenwoordig nog aan de vrijheid van meningsuiting? Om gangbare progressieve meningen te beschermen is dit niet meer nodig; het enige dat ermee wordt bereikt is dat meningen worden beschermd die afwijken van de progressieve consensus. Dat kan natuurlijk niet de bedoeling zijn!
Omdat de associatie van vrije meningsuiting en progressiviteit nog niet helemaal verdwenen is, durven de meeste vooruitstrevende intellectuelen nog niet openlijk de vrijheid van meningsuiting aan te vallen; alleen `misbruik' van dit mooie principe moet volgens hen worden tegengegaan - een en ander uiteraard ter beoordeling van de progressief.
Bart Croughs in zijn boek "In de naam van de vrouw, de homo en de allochtoon", 1995, geciteerd door de weblog van Nova Civitas


