Het treurige deuntje van de appeaser

Toen ik afgelopen dinsdag in deze krant het opiniestuk van minister Agnes van Ardenne begon te lezen, was ik net aan het bijkomen van het nieuwe boek van Betsy Udink over Pakistan. [...] Het geweld en de wreedheid die Udink aantrof, zijn de consequenties van achterlijke tribale en islamitische waardensystemen. In haar opiniestuk in [de Londense Arabische krant] Asharq Al-Awsat beschrijft minister van Ardenne een totaal andere wereld. Nadat zij, vrij naar Roosevelts State of the Union uit 1941, vier elementaire vrijheden heeft opgesomd - de vrijheid van meningsuiting, godsdienstvrijheid, vrijwaring van gebrek en vrijwaring van vrees - concludeert de minister: ‘Thans zijn deze vrijheden, in meer of mindere mate, over de gehele wereld verbreid (…).’ Nee, ik haal hier niets uit context, onze minister van Ontwikkelingssamenwerking durft dit te beweren zonder van schaamte op de knieën te zakken.

De centrale stelling van het bizarre stuk van de minister is dat ‘fundamentalistische secularisten’ de cartoonrel misbruiken door het over meningsvrijheid te hebben terwijl zij eigenlijk gedreven worden door ‘onverschilligheid of zelfs vijandigheid jegens andere culturen en religies’. Volgens de minister is religie in onze tijd juist een bindende factor. Dit schrijft zij terwijl overal in de wereld radicale moslims, zich beroepend op hun Profeet, andersgelovigen over de kling jagen.

Volgens mij lieten die cartoons onbarmhartig de gewelddadige kant van de politieke islam zien, en waren de moord- en brandpartijen die erop volgden niets anders dan de kille bevestiging daarvan.

Net als de minister accepteer ik dat er mensen zijn die hartstochtelijk geloven dat een analfabete man rond het jaar 600 in zijn slaap werd toegesproken door een engel die hem de tekst van een boek doorgaf dat door een metafysische oppermacht ver voor de Big Bang was geconcipieerd.

Ik zwijg gepast wanneer mensen in deze mythologie troost en zingeving vinden. Wanneer echter gelovigen in hun geloof argumenten vinden om andere mensen te doden, wens ik de constituerende ideeën van dat geloof aan een kritisch onderzoek te onderwerpen aangezien ik mijn vijanden wil leren kennen om mij tegen hun geweld te verdedigen. [...]

De minister ziet problemen waar die niet bestaan – hoeveel Moslims zijn door die verderfelijke Westerse secularisten opgeblazen of onthoofd? – en waar religieuze waanzin tot massaslachtingen leidt, doet zij aan zelfbedrog en wenst zij alleen respect waar te nemen. [...] In het stuk van de minister horen we die trommel en trompet; het is het treurige deuntje van de appeaser.

Leon de Winter in NRC Handelsblad, 2 maart 2006


Reacties

#18306

Eric Jans

 

Tja... de minister is bang voor het vege lijf, bang voor de levens van de eigen kroost, bang voor het hele land.

Allemaal begrijpelijk. Maar tegelijk onaanvaardbaar. De minister kan dus maar beter plaats ruimen voor iemand die niet bang is en niet met angst regeert. Want dit soort minister introduceert een angstpolitiek die alleen maar erger kan worden, die door de vijand als techniek en taktiek nog verfijnd zal worden.

Wanneer krijgen we eens zo'n Leon De Winter in de Vlaamse journalistiek te zien.
Als je die inktpissertjes van Knack daarmee vergelijkt: loslopende schrijvers-gevaren voor de democratie zijn ze.