België stevent af op Europese veroordeling telecom-wet
De Europese Commissie gaat zes lidstaten, waaronder België, voor het Europese Hof van Justitie dagen omdat ze een aantal Europese richtlijnen inzake elektronische communicatie te laat omgezet hebben in hun nationale wetgeving. De zes landen zijn België, Duitsland, Griekenland, Frankrijk, Luxemburg en Nederland. De kans bestaat dat Nederland en Frankrijk alsnog een veroordeling ontlopen, omdat ze bijna klaar zijn met de aanpassing van hun wetgeving. De Europese richtlijnen werden in het voorjaar van 2002 goedgekeurd, en bepaalden dat de lidstaten ten laatste in juli 2003 klaar moesten zijn met de aanpassing van hun wetgeving.
De Europese richtlijnen waar het hier over gaat (2002/21/EG, 2002/20/EG, 2002/19/EG, 2002/22/EG), handelen over het regulerend kader, de machtiging en de toegang voor netwerkoperatoren tot de markt, en de universele dienstverlening. De richtlijnen spelen in op de toenemende convergentie tussen vaste en mobiele telefonie, internet, radio en televisie, en daarmee verwante diensten.
In België heeft de omzetting van deze Europese richtlijnen in de nationale wetgeving heel wat voeten in de aarde. Niet alleen de federale overheid is erbij betrokken, o.a. door haar bevoegdheid over het BIPT, maar ook de gemeenschappen (Vlaamse, Franse, Duitstalige) moeten hun wetgeving aanpassen. De richtlijnen hebben namelijk deels betrekking op de omroepwetgeving, die een gemeenschapsmaterie is. De Franse Gemeenschap heeft al in februari vorig jaar haar mediawetgeving volledig in lijn gebracht met de Europese richtlijnen. Vlaanderen is daar momenteel druk mee bezig, en hoopt de werkzaamheden nog voor de verkiezingen van 13 juni te kunnen afronden met de goedkeuring van het zogenaamde "telecomdecreet". Zelf heb ik de debatten in de mediacommissie van het Vlaams Parlement hierover bijgewoond, en er enkele artikels over geschreven (ontwerpdecreet, hoorzitting, amendementen).
Volgens Rudi Roth, die in de vorige federale regering als kabinetsmedewerker van minister Rik Daems het ontwerp van telecomwet voorbereidde, heeft de nieuwe federale regering sinds haar aantreden in juni vorig jaar kostbare tijd verloren, en zouden de werkzaamheden aan de federale telecom-wetgeving pas in februari van dit jaar opnieuw hervat zijn.
De Europese richtlijnen waar het hier over gaat (2002/21/EG, 2002/20/EG, 2002/19/EG, 2002/22/EG), handelen over het regulerend kader, de machtiging en de toegang voor netwerkoperatoren tot de markt, en de universele dienstverlening. De richtlijnen spelen in op de toenemende convergentie tussen vaste en mobiele telefonie, internet, radio en televisie, en daarmee verwante diensten.
In België heeft de omzetting van deze Europese richtlijnen in de nationale wetgeving heel wat voeten in de aarde. Niet alleen de federale overheid is erbij betrokken, o.a. door haar bevoegdheid over het BIPT, maar ook de gemeenschappen (Vlaamse, Franse, Duitstalige) moeten hun wetgeving aanpassen. De richtlijnen hebben namelijk deels betrekking op de omroepwetgeving, die een gemeenschapsmaterie is. De Franse Gemeenschap heeft al in februari vorig jaar haar mediawetgeving volledig in lijn gebracht met de Europese richtlijnen. Vlaanderen is daar momenteel druk mee bezig, en hoopt de werkzaamheden nog voor de verkiezingen van 13 juni te kunnen afronden met de goedkeuring van het zogenaamde "telecomdecreet". Zelf heb ik de debatten in de mediacommissie van het Vlaams Parlement hierover bijgewoond, en er enkele artikels over geschreven (ontwerpdecreet, hoorzitting, amendementen).
Volgens Rudi Roth, die in de vorige federale regering als kabinetsmedewerker van minister Rik Daems het ontwerp van telecomwet voorbereidde, heeft de nieuwe federale regering sinds haar aantreden in juni vorig jaar kostbare tijd verloren, en zouden de werkzaamheden aan de federale telecom-wetgeving pas in februari van dit jaar opnieuw hervat zijn.



Superfan