Mijn stem bij de parlementsverkiezingen

Maar eerst dit: een mens kan zijn stem bij verkiezingen laten bepalen door verschillende factoren. Ideologie, de standpunten inzake diverse thema's, is één van die factoren. De vele stemkompassen en kieswijzers peilen alleen hiernaar. Naast ideologie kunnen nog andere factoren meespelen: de prestaties van de partijen in het verleden, de sympathie of antipathie ten opzichte van bepaalde politici, en overwegingen inzake de "nuttigheid" van de stem. Inzake ideologie heb ik mijn stem laten bepalen door twee thema's:
MINDER STAAT
Het gekwebbel van politici over "het stimuleren van ondernemerschap" laat uitschijnen dat de overheid over een toverstokje beschikt waarmee de zin voor initiatief op magische wijze kan worden aangewakkerd. De werkelijkheid is dat de overheid niet op één of ander gaspedaal moet duwen om het ondernemerschap te stimuleren, maar gewoon moet stoppen met op de rem te staan. Een rem die bestaat uit een verstikkende bureaucratie en hoge belastingen. Een te vette en te betuttelende staat blijft in mijn ogen de belangrijkste vijand van het individu en van het vrije initiatief.
Volgens de jaarlijkse Index of Economic Freedom bedragen de staatsuitgaven 49,6% van het BBP (VS: 36,4%; UK: 44%), en de fiscale inkomsten 45,6% (VS:25,4%; UK: 36,1%). Dat betekent dat bijna de helft van elke reële of virtuele euro die in België verdiend wordt, langs de staat passeert, hetzij om 'verbruikt' te worden in de lonen van ambtenaren, het in werking houden van publieke infrastructuur, het afbetalen van de staatsschuld of om herverdeeld te worden in de vorm van uitkeringen en toelagen. Volgens Eurostat evolueerde de globale fiscale druk (belastingen en sociale bijdragen) in België van 47,6% in 1999 naar 47,7% in 2005. Het overheidsbeslag heeft niet alleen een remmende invloed via de belastingdruk. Een vette overheid heeft ook de neiging om veel te reguleren, waardoor de drempel voor initiatieven en voor groei hoger komt te liggen.
Slechts twee partijen plaatsen in hun beginselverklaring of in hun partijprogramma een streefcijfer voorop. Open Vld schrijft in haar beginselverklaring: "Het overheidsbeslag moet op termijn worden teruggedrongen tot maximaal één derde van de globale welvaart van de bevolking". Lijst Dedecker plaatst in haar partijprogramma 40% voorop: "Een overheidsbeslag van maximaal 40%. (...) Het Europese gemiddelde overheidsbeslag lag in 2004 op 40,7%. Zelfs Duitsland, met zijn achtergestelde Ostländer, doet het met 40%, het niveau dat wij - in eerste instantie - voor ons land willen bereiken: vier tienden van het BBP (het bruto binnenlands product). Wij willen dit in de grondwet laten opnemen anders lukt het nooit om de belastingsdrift van de overheid onder controle te houden". Ook het Verbond van Belgische Ondernemingen hamert al geruime tijd op de noodzaak van een ontvetting van de staat.
De politieke partijen maken hier echter geen werk van. Hoewel het in de beginselverklaring van Open Vld staat, is het geen campagnepunt voor de partij, en schrijft de enige overgebleven partij-ideoloog Dirk Verhofstadt dat de schuld voor de Katrina-ramp in New Orleans bij "te weinig overheid" ligt. Lijst Dedecker plaatst het punt dan wel vooraan in haar programma, maar de kans dat de partij ook effectief op het beleid zal kunnen drukken is vrijwel nihil. Alle andere partijen willen ofwel nog meer staat, ofwel het status-quo.
Ik word wel eens een "libertariër" genoemd of ik durf mezelf soms zo noemen. Indien er één of meer liberale partijen bestonden die echt, niet alleen met woorden maar ook met daden, zouden streven naar een overheidsbeslag van 30 à 40%, zou ik geen enkele nood voelen om mijzelf "libertariër" te noemen. De radicalisering van een deel van de liberale achterban is enkel te wijten aan de lakse vaandelvlucht van de liberale partijtop op dit vlak.
VRIJE MENINGSUITING
In het Vierde Burgermanifest van Guy Verhofstadt is een volledig hoofdstuk gewijd aan de bestrijding van racisme en discriminatie. Daarbij wordt niet eens erkend dat, zodra de staat deze strijd als haar taak opneemt, er een wankel evenwicht ontstaat tussen het behoud van burgerrechten en burgerlijke vrijheden enerzijds, en discriminatiebestrijding anderzijds. De term "vrijheid van meningsuiting" komt in het Vierde Burgermanifest niet voor. De voorbije jaren werd de persvrijheid uitgehold: waar persmisdrijven vroeger alleen voor een assisenhof konden beoordeeld worden, is dit niet langer het geval indien er racisme of discriminatie in het spel is. Zaterdag werden er bovendien vier nieuwe wetten van kracht die de verspreiding van geschriften waarin opgeroepen wordt tot discriminatie strafbaar stellen. Als ik het volgende zou schrijven, ben ik volgens de letter van die wetten strafbaar:
Uit enquêtes en statistieken blijkt dat vrouwen gemiddeld vijftien maanden moeten werken om het gemiddeld loon van een man te evenaren. Deze loonkloof, die afhankelijk van de bron tussen de 13 à 39 procent zou bedragen, is echter volledig verantwoord. Werkgevers handelen vanuit rationeel berekende economische motieven in een markt van vraag en aanbod, en niet vanuit een emotionele minachting voor vrouwen. Werkgevers houden daarbij rekening met zwangerschappen en met een kortere loopbaan waardoor de investering in interne opleiding sneller moet worden afgeschreven. Mannen zijn doorgaans ambitieuzer, competitiever ingesteld, en kloppen meer overuren. Ze werken ook minder vaak deeltijds. Daarom mag men deze loonkloof niet met wetten of overheidsreglementering bestrijden, en laat men de bestaande toestand best bestaan.
Als ik het bovenstaande zou schrijven, zou dat als een oproep tot discriminatie kunnen worden beschouwd, en strafbaar kunnen zijn volgens artikel 26, 3° van de wet van 10 mei 2007 ter bestrijding van de discriminatie tussen vrouwen en mannen, en volgens artikel 22, 3° van de wet van 10 mei 2007 ter bestrijding van bepaalde vormen van discriminatie. Het moge duidelijk zijn dat dergelijke wetten elk vrij debat over dergelijke kwesties onmogelijk maken. Rekenen op het gezond verstand van een rechter is riskant: we hebben nood aan wetten die voldoende concreet zijn. In 2005 werd een leerkracht ontslagen omdat hij een grap over een Marokkaans Monopoly-spel had doorgestuurd. Deze nultolerantie inzake racistische of discriminerende geschriften, en het CGKR dat als alziend oog en aanklager in dergelijke kwesties optreedt, verhoogt mijns inziens het wantrouwen tussen de burgers, fnuikt het vrije debat en tast het vertrouwen van de burger in de overheid aan.
Partijen die een tegengewicht vormen tegen deze destructieve politieke correctheid en dus streven naar meer culturele vrijheid, zijn Vlaams Belang (voornamelijk omdat deze partij zelf geviseerd wordt met deze wetgeving), N-VA (die de rol van het CGKR wil inperken) en Lijst Dedecker (die het CGKR wil afschaffen).
COALITIEVORMING
Mijn voorkeurcoalitie is roomsblauw, een coalitie van liberalen en christendemocratien. Tussen 1981 en 1988 zaten de socialisten in de oppositie, en de herinnering aan die regeerperiode is bij mij positief. België werd van "de zieke man van Europa" weer een enigszins normaal land, en de economie werd aangezwengeld, niet alleen met een devaluatie maar ook door sparen en investeren fiscaal aantrekkelijker te maken. Paars heeft de voorbije acht jaar vooral inzake ethische kwesties zaken gerealiseerd, maar op dat vlak lijkt het belangrijkste werk afgehandeld. In de toekomst moet er gewerkt worden aan de economie en aan de staatsfinanciën, en dan valt een oranjeblauwe coalitie mijns inziens te verkiezen.
Maar hoe kan ik als kiezer de coalitiekeuze beïnvloeden? Op geen enkele wijze! Een stem voor Open Vld kan alle richtingen utigaan: paars of roomsblauw. Een stem voor CD&V kan uitdraaien op roomsrood of roomsblauw.
LIJST DEDECKER
Er waren natuurlijk ook enkele redenen om niet voor Lijst Dedecker te stemmen. Het hoge emo-gehalte en populisme van Dedecker, bijvoorbeeld. In 2004 vloog de senator, vergezeld door een cameraploeg en een handvol journalisten, naar de Canadese ijsvlaktes om er te protesteren tegen het afslachten van zeehondjes. Dat doet me eerder denken aan het irrationele "geen lieveheersbeestjes doodtrappen want die zien er lief uit, wel spinnen doodtrappen want die zien er griezelig uit" dan aan een rationele houding die ik van een politicus verwacht. En nee, ik vermeld daar uitdrukkelijk niet het bezoek aan Dutroux bij, want dat vond ik dan wel weer een verantwoorde daad, die getuigde van een "open" instelling tegenover alle mogelijke denkpistes. Verder is er de eenzijdige pro-Palestijnse en anti-Israëlische houding van Dedecker. Gelukkig bleven dat persoonlijke standpunten van Dedecker die niet doorsijpelden in de partijstandpunten van LDD. Uiteraard blijft er het risico dat de senator bij het niet behalen van de kiesdrempel een 'Covelierske' uithaalt en toch aansluiting zoekt bij Vlaams Belang. Eind januari was in een Panorama-uitzending op Canvas al te zien hoe een aantal medewerkers van Dedecker kortstondig "in staking" gingen omdat Jean-Marie besprekingen voerde met Vlaams Belang over het lijsttrekkerschap voor de senaat, onderhandelingen die uiteindelijk afsprongen. De onvoorspelbaarheid van Dedecker blijft een risicofactor.
Tenslotte is er het risico dat Lijst Dedecker die kiesdrempel niet haalt en dat een LDD-stem een verloren stem is. Maar als iedereen zo redeneert, krijgen nieuwe partijen natuurlijk nooit een kans. Alleen al het ondemocratische karakter van de kiesdrempel verantwoordt mijns inziens al een proteststem.
OPEN VLD
Ik was in 1992 aanwezig op het stichtingscongres van de VLD, en ben lid gebleven van deze partij tot en met vorig jaar. In 1999 was ik hoofdgetuige namens de VLD in het hoofdtelbureau van mijn kanton, en ik zag de paniek in de ogen van sommige CVP'ers toen de uitslagen daar binnenliepen. De dioxinecrisis had de basis gelegd voor paars, een interessant experiment dat een broodnodige rem zette op de immense 'arrogantie van de macht' die toen in CVP-kringen heerste. Na acht jaar paars beleid lijken sommige paarse bewindslieden aangetast door dezelfde arrogantie en zelfgenoegzaamheid. Tijd dus voor een machtswissel, maar liefst niet door roomsrood.
Begin dit jaar heb ik beslist om mijn VLD-lidmaatschap niet te hernieuwen. De defenestratie van Jean-Marie Dedecker heeft mij doen afhaken. Ik voel mij daarbij zoals een kind dat na de scheiding van zijn ouders geen partij trekt voor of tegen één van beide, maar zich vooral bedroefd voelt. Het liberalisme in Vlaanderen is verdeeld, de VLD heeft zowat zijn volledige rechterflank afgestoten, en is er nog trots op ook. De ontvetting van de staat lijkt minder dan ooit een prioriteit. Figuren als Matthias De Clercq en Dirk Verhofstadt zweren openlijk de keuze voor een slanke staat af, wellicht om het liberalisme aanvaardbaar te maken in socialistische kringen en het socialisme aanvaardbaar te maken in liberale kringen. Sommigen zullen dat vergoelijken met het argument "jamaar, we moeten de liberale ideeën toch ook nog verkocht krijgen ook hé". Daarop antwoord ik dan dat de liberalen die dat zeggen, blijkbaar zelf nooit weerstand bieden aan socialisten die hun ideeën aan de man brengen. Zorg er eerst voor dat socialisten moeite moeten doen om hun ideeën verkocht te krijgen, en ga je dan bezinnen over wat je kunt doen om je eigen liberale ideeën verkocht te krijgen.
De uitbreiding van de partijnaam met het adjectief "open" blijkt ook maar schone schijn: onder druk van de partijtop moest Het Laatste Nieuws de Stemmenkampioen stopzetten. Als de boodschap je niet aanstaat, schakel dan de boodschapper uit, zo werkt de nieuwe openheid blijkbaar.
Dit alles betekent niet dat ik Open Vld definitief afschrijf. Het liberalisme in Vlaanderen heeft nood aan een sterke en gestructureerde liberale partij met een rijke voorgeschiedenis. Open Vld heeft op dat vlak vooralsnog betere troeven dan Lijst Dedecker. Maar ik kon in eer en geweten niet voor dèze VLD stemmen. Enkel door een afgetekende verkiezingsnederlaag en een afstraffing van de huidige partijtop is er een positieve kentering mogelijk in de VLD.
En ja, er valt wel één en ander positiefs te vertellen over Open Vld. De ondergang van Sabena was een mijlpaal in de ontvetting van de staat (en dat zeg ik zonder ironie), inzake administratieve vereenvoudiging werden een aantal symbolische overwinningen geboekt, maar dit weegt niet op tegen de ruk naar links van Open Vld. En nu schiet mij nog dat verdienstelijke wetsvoorstel van Rik Daems te binnen over het recht op bewegingsvrijheid tijdens stakingen, dat hij vervolgens liet doodbloeden.
VLAAMS BELANG
Inzake Vlaamse onafhankelijkheid slaan VB-fans mij altijd om de oren met de slogan: "éérst Vlaanderen onafhankelijk, daarna kunnen we de andere problemen aanpakken". Dat komt bij mij over als een man die aan zijn vrouw zegt: "éérst moet de mensheid contact maken met buitenaardse wezens, daarna zal ik aan de afwas beginnen". Want die buitenaardse wezens zullen ons natuurlijk het recept bezorgen voor een miraculeus afwasproduct waarmee de afwas veel efficiënter zal kunnen gedaan worden, zonder twijfel. Kortom, ik zie Vlaamse onafhankelijkheid niet als de mirakeloplossing die de oplossing van alle andere problemen dichterbij zal brengen. Ik sluit niet uit dat België ooit uit elkaar valt, maar dan zal dat veeleer het resultaat zijn van toevallige gebeurtenissen, van crisissen (internationaal of nationaal) of van de flaters van bepaalde archaïsche instellingen zoals het koningshuis, dan van de doelgerichte actie van politieke partijen of bewegingen. Als tegenstander van verstaatsing en overregulering denk ik bovendien dat we de Vlaamse betuttelaars evenzeer of zelfs nog meer moeten vrezen dan de Belgische betuttelaars.
Dat neemt niet weg dat er in België belangrijke communautaire problemen bestaan. Het gebrek aan wederkerigheid inzake de taalverhoudingen, de transfers in de sociale zekerheid, de veto's van de PS tegen allerlei hervormingen... Het doen naleven van de bestaande wetgeving (bijvoorbeeld de taalwetgeving in Brussel) en wat meer politieke assertiviteit aan Vlaamse kant zou hier al veel kunnen aan verhelpen.
Het xenofobe discours van Vlaams Belang is natuurlijk ook stuitend, maar de houding van SP.A inzake de toegang tot onze arbeidsmarkt voor werknemers uit de nieuwe EU-lidstaten is al evenzeer doordrenkt van het "eigen volk eerst". Vlaams Belang kan bij mij enkel op enige goodwill en sympathie rekenen in de mate dat zij het slachtoffer zijn van onredelijke en onrechtvaardige tegenwerking door hun tegenstanders. Politieke stromingen bestrijden langs juridische weg is een democratie onwaardig, het inperken van de vrijheid van meningsuiting is een aantasting van de burgerrechten, en de professionele VB-bestrijders moeten beseffen dat zij in hun ijver om een polariserende partij te bestrijden, de maatschappij in haar totaliteit nog meer polariseren. Na de veroordeling van het Vlaams Blok wegens racisme zei Matthias Storme: "Ik vind het nu bijna een morele plicht om op het Vlaams Blok te stemmen". Een verkeerd begrepen boutade, maar wel met een grond van waarheid erin. Als de spelers de spelregels wijzigen en vervalsen tijdens het spel, dan dient men de speler tegen wie die vervalsing gericht is te steunen. Ik heb het hier uitdrukkelijk enkel over de juridische bestrijding en het wijzigen van de spelregels, en niet over het cordon sanitaire. In principe verhoogt het cordon sanitaire de duidelijkheid van de democratische keuze: de kiezer weet vooraf zeer goed welke partijen wel en welke er niet een coalitie willen vormen met Vlaams Belang. Een duidelijkheid die we vandaag bijvoorbeeld missen inzake de vorming van de volgende coalitieregering. Dat het cordon in de praktijk contraproductief werkt en Vlaams Belang verder doet groeien, is ook een feit, en in dat verband verwijs ik naar het artikel van Boudewijn Bouckaert (pdf) terzake.
CD&V
CD&V blijft voor mij de belichaming van het corporatisme in België. Met drie invloedrijke drukkingsgroepen, ACW, Boerenbond en de Unizo-vleugel zijn de partijstandpunten een compromis tussen uiteenlopende visies. Af en toe brengt deze volkspartij enkele interessante figuren voort, zoals een Leo Tindemans die een miljoen voorkeurstemmen wist te verzamelen, of een Leo Delcroix die de dienstplicht afschafte (een vaak onderschatte mijlpaal in het terugdringen van de staatsbetutteling). Maar wat is dat "goed bestuur" van Yves Leterme nu eigenlijk? Was er geen "goed bestuur" in de Vlaamse regering toen Patrick Dewael minister-president was? Dat "goed bestuur" lijkt mij eerder een kwestie van een no-nonsense communicatiestijl. Een stijl die in de verkiezingsdebatten af en toe doorbroken werd toen Leterme zijn tegenstanders persoonlijk begon aan te vallen en uit te lachen. "Wie gelooft die mensen nog?" kan tellen als staaltje van populisme.
N-VA
De N-VA is te klein om echt op het beleid te kunnen wegen. Toch merk ik op Vlaams niveau dat een mediaminister als Geert Bourgeois een liberaler beleid voert dan zijn VLD-voorganger Marino Keulen. Bourgeois houdt de VRT kort (zoals dat hoort met een staatsomroep), Keulen willigde slaafs de wensen van de openbare omroep in. Mijn bedenking over Keulen geldt uiteraard niet voor zijn voorganger Dirk Van Mechelen, die het radiolandschap liberaliseerde zoals Patrick Dewael ooit het televisielandschap geliberaliseerd heeft. De N-VA vind ik verder interessant omdat ze af en toe de politieke correctheid bestrijdt, meestal bij monde van partijvoorzitter Bart De Wever. Het blijft afwachten of het kartel CD&V/N-VA stand houdt, en of er na een barst in het kartel alsnog een samenwerking tot stand zal komen tussen N-VA en LDD.
DE REST
En wat te denken van SP.A, Groen! en Spirit? Die verwachten iets te veel heil van de staat om door mij in aanmerking genomen te worden.

ivan janssens - janssensivan (at) hotmail (dot) com