Ministers moeten meer bloggen en RSS'en
Tachtig procent van onze ministers heeft een webstek, maar slechts een minderheid van hen heeft iets wat als een weblog kan beschouwd worden. In de Vlaamse regering heeft de helft van de ministers een blog, in de federale regering is dat nog geen 20%. Enkel premier Verhofstadt en Vlaams minister Frank Vandenbroucke bieden een RSS-feed aan. Bert Anciaux, de enige minister die zijn blog niet laat volschrijven door medewerkers, maar zelf over zijn diepste zieleroerselen blogt, heeft ook een RSS-feed, maar hij weet het zelf nog niet.
HET BLOG-CRITERIUM
Ik bezocht de websites van alle ministers en staatssecretarissen uit de federale en Vlaamse regering, en ging na of ze een weblog bevatten, en of er een RSS-feed wordt aangeboden. De resultaten heb ik samengevat in een tabel die helemaal op het einde van dit artikel wordt vermeld. Onder weblog versta ik: een pagina waarop items in chronologische volgorde op één pagina worden aangeboden. De items mogen niet louter uit een titel en een link naar een detailpagina bestaan. Er moeten op de 'blogpagina' dus ook teksten staan, eventueel met een vervolglink naar de rest van de tekst. En er moet bij elk 'artikel' een datum vermeld staan. De vermelding van de term 'weblog' of 'blog' is niet noodzakelijk. Sommige politici hebben een blog, wellicht zonder het zelf te beseffen. Zo voldoet de webstek van Didier Reynders aan mijn blog-criterium, hoewel de makers het misschien niet met opzet deden.
WAAROM POLITICI MEER MOETEN BLOGGEN
Er is niets mis met een gewone website voor een politicus. Zo'n webstek is best nuttig om allerhande achtergrondiinformatie voor te stellen. Maar een blog-onderdeel zou er niet mogen ontbreken. Een blog brengt leven in de website, een blog toont dat de website regelmatig wordt bijgewerkt, een blog zorgt bijgevolg voor herhaalbezoeken. Het is jammer dat politici als Mark Eyskens of Herman Van Rompuy, die een uitgebreide website hebben die regelmatig wordt bijgewerkt, de kracht van het blog-concept nog niet hebben ontdekt.
WAT NIET GE-RSS'D KAN WORDEN, BESTAAT NIET
Voor wie nog nooit van een RSS-feed gehoord heeft: de term betekent "Really Simple Syndication". RSS is een formaat voor de uitwisseling van gegevens, oorspronkelijk bedoeld om artikels tussen websites uit te wisselen, maar intussen steeds vaker benut door gewone internetgebruikers om weblogs op te volgen en te lezen. Steeds meer lezers gebruiken een nieuws-aggregator om weblogs gemakkelijk te kunnen opvolgen. Op de website van premier Verhofstadt staat een uitgebreidere uitleg over RSS. Websites en weblogs die geen RSS-feed aanbieden, worden meer en meer genegeerd door de early adopters. Vandaag geldt meer en meer dat informatie die niet op het web staat, een sluimerend bestaan leidt. Morgen zal gelden dat nieuws dat niet via RSS beschikbaar is, geen echt nieuws is.
BERT ANCIAUX, JE HEBT EEN RSS-FEED!
De ministers die al over een weblog beschikken, posten daar overwegend aankondigingen van beleidsdaden, persmededelingen, of agendapunten. Een goed voorbeeld is de weblog van Frank Vandenbroucke, die gezamenlijk wordt uitgebaat met zijn collega Kathleen Van Brempt. Vandenbroucke zou met zijn site, zijn blog en zijn RSS-feed alle punten krijgen, ware het niet dat het laatste nieuws nog dateert van de periode toen hij en Van Brempt nog in de federale regering zaten. De ietwat droge site van Vandenbroucke bevat waardevolle informatie voor journalisten en voor nieuwsfreaks, maar is minder interessant voor de modale burger. href="http://www.bertanciaux.be/" target="_blank">Bert Anciaux is dan ook de enige minister wiens weblog goed aansluit bij wat de 'blogosfeer' wordt genoemd. Geen droge perscommuniqués, maar persoonlijke indrukken en bedenkingen. Vaak emotioneel, zoals we van hem gewoon zijn. Verplichte lectuur voor de samenstellers van de rubriek "Kreten en Gefluister" in De Standaard. Jammer genoeg biedt Anciaux geen RSS-feed aan op zijn weblog. Daarom heb ik er zelf één in elkaar geknutseld via de bekende screen-scraping techniek. Gewoon voor mijn eigen leescomfort, maar anderen mogen er uiteraard ook gebruik van maken.
NIET-OPEN FORMATEN
Vincent Van Quickenborne heeft een website die volledig in Flash is opgebouwd, met veel bewegende beelden en stimulerende geluidseffecten. Zeer dynamisch en zeer grafisch, maar niet Google-vriendelijk, en niet optimaal toegankelijk. Flash is bovendien geen open formaat. Ex-minister Leo Delcroix maakt er dan weer een gewoonte van om op zijn webstek allerlei achtergrondinformatie en copies van krantenartikels in Microsoft Word-formaat beschikbaar te stellen.
PARADOX: BUITENLANDMINISTERS MINST AANWEZIG
Het lijkt een paradox, maar de federale ministers die het meest bezig zijn met het buitenland, zijn het minst 'persoonlijk' op het web aanwezig. Karel De Gucht (buitenlandse zaken) heeft wel een webstek, maar die lijkt niet meer bijgewerkt te zijn sinds de man minister werd. Armand De Decker (ontwikkelingssamenwerking) en Didier Donfut (Europese zaken) lijken geen persoonlijke webstek te hebben. Alles verloopt via de webstek van de Federale Overheidsdienst Buitenlandse Zaken. Daar staan wel toespraken en een CV van de bevoegde ministers, maar daar blijft het bij. Misschien is dat precies de bedoeling? Misschien is het buitenlands beleid zo delicaat, dat de betrokken ministers en staatssecretarisssen zich geen persoonlijke ontboezemingen kunnen veroorloven? Maar Marc Verwilghen, minister van Economische Zaken maar ook bevoegd voor Buitenlandse Handel, heeft wél wel een uitgebreide persoonlijke webstek. En ik kan me best indenken dat een buitenlands politicus vlak voor een ontmoeting met één van onze beleidsmensen, even de persoonlijke webstek van de man of vrouw in kwestie wil raadplegen om zich voor te bereiden. Het internet is een internationaal medium, dus zou ik verwachten dat net die ministers die het meest met het buitenland in contact komen, zich het duidelijkst profileren op het web. Maar zo is het blijkbaar niet.
MONSIEUR JAMAR GOES TO MAURITANIA
Hervé Jamar, staatssecretaris voor de modernisering van de financiën en voor de bestrijding van de fiscale fraude, kent de kneepjes van het internet. Jamar is een Franstalige liberaal en dus lid van de MR, de Mouvement Réformateur. Het adres van zijn website is kort en krachtig: jamar.mr. Chapeau, ik vind het prachtig. MR is de landcode van Mauretanië. Hint voor Rudy Demotte: PS is de landcode van de Palestijnse Staat. Wedden dat demotte.ps nog vrij is?
AANVULLINGEN EN CORRECTIES WELKOM
Ik ben niet onfeilbaar. Misschien hebben sommige ministers en staatssecretarissen een site of een blog dat zo goed weggestopt zit, dat ik het niet gevonden heb. Of misschien heb ik er overheen gekeken. Ik sta dus steeds open voor correcties en aanvullingen bij de tabel onderaan dit artikel. Stuur mij een mail, en ik pas de gegevens aan. Parlementsleden en voormalige politici komen later nog aan bod in een vervolgartikel.
WIE WORDT DE EERSTE MINISTER MET EEN PODCAST?
En dan kom ik bij de nieuwste internet-trend, podcasting. De Vlaamse regering stelt nu al geluidsopnames van haar persconferenties beschikbaar in MP3-formaat. Journalist Ludwig Verduyn coördineert de hele zaak en zou dit naar verluidt ook voor de federale overheid doen (maar die opnames zijn wellicht niet publiek beschikbaar). Het zou ideaal zijn om dit, naast de normale verspreiding via de website, ook in een RSS-feed aan te bieden, zodat er van echte podcasting kan gesproken worden. De Vlaamse overheid stelt uitdrukkelijk dat deep linking naar de MP3-bestanden niet toegelaten is, zoniet had ik voor de aardigheid wel even een podcast-feed in elkaar geknutseld. En waarom zou de federale regering niet hetzelfde kunnen doen met haar persconferenties? Guy Verhofstadt, de eerste podcastende premier ter wereld ... dàt zou pas nieuws zijn dat België op de kaart zet.
HET BLOG-CRITERIUM
Ik bezocht de websites van alle ministers en staatssecretarissen uit de federale en Vlaamse regering, en ging na of ze een weblog bevatten, en of er een RSS-feed wordt aangeboden. De resultaten heb ik samengevat in een tabel die helemaal op het einde van dit artikel wordt vermeld. Onder weblog versta ik: een pagina waarop items in chronologische volgorde op één pagina worden aangeboden. De items mogen niet louter uit een titel en een link naar een detailpagina bestaan. Er moeten op de 'blogpagina' dus ook teksten staan, eventueel met een vervolglink naar de rest van de tekst. En er moet bij elk 'artikel' een datum vermeld staan. De vermelding van de term 'weblog' of 'blog' is niet noodzakelijk. Sommige politici hebben een blog, wellicht zonder het zelf te beseffen. Zo voldoet de webstek van Didier Reynders aan mijn blog-criterium, hoewel de makers het misschien niet met opzet deden.
WAAROM POLITICI MEER MOETEN BLOGGEN
Er is niets mis met een gewone website voor een politicus. Zo'n webstek is best nuttig om allerhande achtergrondiinformatie voor te stellen. Maar een blog-onderdeel zou er niet mogen ontbreken. Een blog brengt leven in de website, een blog toont dat de website regelmatig wordt bijgewerkt, een blog zorgt bijgevolg voor herhaalbezoeken. Het is jammer dat politici als Mark Eyskens of Herman Van Rompuy, die een uitgebreide website hebben die regelmatig wordt bijgewerkt, de kracht van het blog-concept nog niet hebben ontdekt.
WAT NIET GE-RSS'D KAN WORDEN, BESTAAT NIET
Voor wie nog nooit van een RSS-feed gehoord heeft: de term betekent "Really Simple Syndication". RSS is een formaat voor de uitwisseling van gegevens, oorspronkelijk bedoeld om artikels tussen websites uit te wisselen, maar intussen steeds vaker benut door gewone internetgebruikers om weblogs op te volgen en te lezen. Steeds meer lezers gebruiken een nieuws-aggregator om weblogs gemakkelijk te kunnen opvolgen. Op de website van premier Verhofstadt staat een uitgebreidere uitleg over RSS. Websites en weblogs die geen RSS-feed aanbieden, worden meer en meer genegeerd door de early adopters. Vandaag geldt meer en meer dat informatie die niet op het web staat, een sluimerend bestaan leidt. Morgen zal gelden dat nieuws dat niet via RSS beschikbaar is, geen echt nieuws is.
BERT ANCIAUX, JE HEBT EEN RSS-FEED!
De ministers die al over een weblog beschikken, posten daar overwegend aankondigingen van beleidsdaden, persmededelingen, of agendapunten. Een goed voorbeeld is de weblog van Frank Vandenbroucke, die gezamenlijk wordt uitgebaat met zijn collega Kathleen Van Brempt. Vandenbroucke zou met zijn site, zijn blog en zijn RSS-feed alle punten krijgen, ware het niet dat het laatste nieuws nog dateert van de periode toen hij en Van Brempt nog in de federale regering zaten. De ietwat droge site van Vandenbroucke bevat waardevolle informatie voor journalisten en voor nieuwsfreaks, maar is minder interessant voor de modale burger. href="http://www.bertanciaux.be/" target="_blank">Bert Anciaux is dan ook de enige minister wiens weblog goed aansluit bij wat de 'blogosfeer' wordt genoemd. Geen droge perscommuniqués, maar persoonlijke indrukken en bedenkingen. Vaak emotioneel, zoals we van hem gewoon zijn. Verplichte lectuur voor de samenstellers van de rubriek "Kreten en Gefluister" in De Standaard. Jammer genoeg biedt Anciaux geen RSS-feed aan op zijn weblog. Daarom heb ik er zelf één in elkaar geknutseld via de bekende screen-scraping techniek. Gewoon voor mijn eigen leescomfort, maar anderen mogen er uiteraard ook gebruik van maken.
NIET-OPEN FORMATEN
Vincent Van Quickenborne heeft een website die volledig in Flash is opgebouwd, met veel bewegende beelden en stimulerende geluidseffecten. Zeer dynamisch en zeer grafisch, maar niet Google-vriendelijk, en niet optimaal toegankelijk. Flash is bovendien geen open formaat. Ex-minister Leo Delcroix maakt er dan weer een gewoonte van om op zijn webstek allerlei achtergrondinformatie en copies van krantenartikels in Microsoft Word-formaat beschikbaar te stellen.
PARADOX: BUITENLANDMINISTERS MINST AANWEZIG
Het lijkt een paradox, maar de federale ministers die het meest bezig zijn met het buitenland, zijn het minst 'persoonlijk' op het web aanwezig. Karel De Gucht (buitenlandse zaken) heeft wel een webstek, maar die lijkt niet meer bijgewerkt te zijn sinds de man minister werd. Armand De Decker (ontwikkelingssamenwerking) en Didier Donfut (Europese zaken) lijken geen persoonlijke webstek te hebben. Alles verloopt via de webstek van de Federale Overheidsdienst Buitenlandse Zaken. Daar staan wel toespraken en een CV van de bevoegde ministers, maar daar blijft het bij. Misschien is dat precies de bedoeling? Misschien is het buitenlands beleid zo delicaat, dat de betrokken ministers en staatssecretarisssen zich geen persoonlijke ontboezemingen kunnen veroorloven? Maar Marc Verwilghen, minister van Economische Zaken maar ook bevoegd voor Buitenlandse Handel, heeft wél wel een uitgebreide persoonlijke webstek. En ik kan me best indenken dat een buitenlands politicus vlak voor een ontmoeting met één van onze beleidsmensen, even de persoonlijke webstek van de man of vrouw in kwestie wil raadplegen om zich voor te bereiden. Het internet is een internationaal medium, dus zou ik verwachten dat net die ministers die het meest met het buitenland in contact komen, zich het duidelijkst profileren op het web. Maar zo is het blijkbaar niet.
MONSIEUR JAMAR GOES TO MAURITANIA
Hervé Jamar, staatssecretaris voor de modernisering van de financiën en voor de bestrijding van de fiscale fraude, kent de kneepjes van het internet. Jamar is een Franstalige liberaal en dus lid van de MR, de Mouvement Réformateur. Het adres van zijn website is kort en krachtig: jamar.mr. Chapeau, ik vind het prachtig. MR is de landcode van Mauretanië. Hint voor Rudy Demotte: PS is de landcode van de Palestijnse Staat. Wedden dat demotte.ps nog vrij is?
AANVULLINGEN EN CORRECTIES WELKOM
Ik ben niet onfeilbaar. Misschien hebben sommige ministers en staatssecretarissen een site of een blog dat zo goed weggestopt zit, dat ik het niet gevonden heb. Of misschien heb ik er overheen gekeken. Ik sta dus steeds open voor correcties en aanvullingen bij de tabel onderaan dit artikel. Stuur mij een mail, en ik pas de gegevens aan. Parlementsleden en voormalige politici komen later nog aan bod in een vervolgartikel.
WIE WORDT DE EERSTE MINISTER MET EEN PODCAST?
En dan kom ik bij de nieuwste internet-trend, podcasting. De Vlaamse regering stelt nu al geluidsopnames van haar persconferenties beschikbaar in MP3-formaat. Journalist Ludwig Verduyn coördineert de hele zaak en zou dit naar verluidt ook voor de federale overheid doen (maar die opnames zijn wellicht niet publiek beschikbaar). Het zou ideaal zijn om dit, naast de normale verspreiding via de website, ook in een RSS-feed aan te bieden, zodat er van echte podcasting kan gesproken worden. De Vlaamse overheid stelt uitdrukkelijk dat deep linking naar de MP3-bestanden niet toegelaten is, zoniet had ik voor de aardigheid wel even een podcast-feed in elkaar geknutseld. En waarom zou de federale regering niet hetzelfde kunnen doen met haar persconferenties? Guy Verhofstadt, de eerste podcastende premier ter wereld ... dàt zou pas nieuws zijn dat België op de kaart zet.
| minister | site | blog | rss |
| Federaal | 80% | 19% | 5% |
| Guy Verhofstadt | JA | NEEN | JA |
| Laurette Onkelinx | JA | NEEN | NEEN |
| Didier Reynders | JA | JA | NEEN |
| Johan Vande Lanotte | JA | NEEN | NEEN |
| Patrick Dewael | JA | NEEN | NEEN |
| Karel De Gucht | JA | NEEN | NEEN |
| André Flahaut | JA | NEEN | NEEN |
| Marc Verwilghen | JA | NEEN | NEEN |
| Rudy Demotte | JA | NEEN | NEEN |
| Sabine Laruelle | JA | NEEN | NEEN |
| Freya Van den Bossche | JA | JA | NEEN |
| Armand De Decker | NEEN | NEEN | NEEN |
| Christian Dupont | NEEN | NEEN | NEEN |
| Renaat Landuyt | JA | JA | NEEN |
| Bruno Tobback | NEEN | NEEN | NEEN |
| Peter Vanvelthoven | JA | NEEN | NEEN |
| Hervé Jamar | JA | NEEN | NEEN |
| Vincent Van Quickenborne | JA | NEEN | NEEN |
| Didier Donfut | NEEN | NEEN | NEEN |
| Els Van Weert | JA | JA | NEEN |
| Gisèle Mandaila | JA | NEEN | NEEN |
| Vlaams | 80% | 50% | 10% |
| Yves Leterme | JA | NEEN | NEEN |
| Fientje Moerman | JA | JA | NEEN |
| Frank Vandenbroucke | JA | JA | JA |
| Inge Vervotte | JA | NEEN | NEEN |
| Dirk Van Mechelen | JA | JA | NEEN |
| Bert Anciaux | JA | JA | NEEN |
| Geert Bourgeois | NEEN | NEEN | NEEN |
| Kris Peeters | NEEN | NEEN | NEEN |
| Marino Keulen | JA | NEEN | NEEN |
| Kathleen Van Brempt | JA | JA | NEEN |



NoName.
Alvast valt het op dat zo weinig politiekers het medium praktisch toepassen terwijl het toch uiterst geschikt is om uitdrukking te geven aan hun persoonlijk karakter, of de eigen zienswijzen, en alzo naambekendheid te verwerven bij de burger of om de burger te overtuigen dat je van vlees en bloed bent en geen marionet, maar vooral ook inpikken op recente gebeurtenissen en je standpunt daarover verduidelijken.
Maar ja, bij veel mensen begint het dat ze niet of maar slecht kunnen typen. Dus delegeren ze het opzetten van een site aan een derde, met veel Flash ... ? Alhoewel, iedereen kan het zeer kort verwoorden, één zin zegt veelal voldoende.
Nu, Luc, en hoe evalueer je de sites van de politieke partijen ? Maak daar nu eens een analyse van. De opmaak, de leesbaarheid, schikking, enz, dus alles wat jij met je kritisch oog opmerkt of volgens jou voor verbetering vatbaar is.