Rede, emotie, hersenchips en klonen

Rede en emotie gaan altijd samen. Met de rede kun je nadenken over de potentiële gevolgen van je onderzoek. Vanuit je emotie kun je de effecten ervan op iemand inschatten. [...]

Sommige mensen hebben een minder goed geheugen. Stel dat we ooit de genetica en biologie van het geheugen echt zouden kennen. Dan zou je het geheugen misschien kunnen ondersteunen door een chip in te planten. Een chip die prikkels die belangrijk zijn voor leerprocessen kan versnellen of ondersteunen. Zulke microchips bestaan al. De vraag is: is dat aanvaardbaar? Ja, absoluut. Maar als je eenmaal zo'n chip hebt, krijg je de discussie of je dan ook iemands gedachten kunt lezen. Of een stap vroeger, kun je die chip opladen via een netwerk? Krijg je dan een soort elektronische communicatie? Dat is allemaal nog zeer utopisch, maar ik zie ontwikkelingen in die richting. [...]

Elke mens is uniek, een unieke combinatie. Zelfs als je het erfelijk materiaal neemt van een cel van een volwassen mens en je maakt daar weer een mens uit. Er zullen natuurlijk sterke gelijkenissen zijn maar je krijgt nooit helemaal dezelfde mens want die gekloonde mens leeft in een andere context. Heel wat genetische variatie in de mens komt pas tot uiting door prikkels in de omgeving. En de omgeving is helemaal anders. Jezelf laten klonen vind ik echt ziekelijk. [...] Ik vind niet dat je aan het proces van de voortplanting moet raken om jezelf te verheerlijken. [...] Klonen betekent evolutionair gezien sowieso een nadeel. Wij leven niet lang genoeg om dat te kunnen waarnemen, maar evolutionaire biologen weten dat geslachtelijke voortplanting positieve genetische variaties geeft die de mens voordelen heeft geboden.

Christine Van Broeckhoven, geïnterviewd door Nathalie Carpentier in De Morgen van 30 april 2005