Zonder kernenergie zal het niet lukken

Begin deze eeuw besliste de federale regering te stoppen met kernenergie. Dat was een sprong in het duister, omdat er geen alternatief werd voorzien. Het was een louter politieke beslissing, om de groenen te paaien. Die waren toen nodig om de regering zonder de CVP in het zadel te houden en de socialisten toe te laten zich in een groen kleedje te hullen. Met een verzekerde bevoorrading van voldoende en betaalbare energie op langere termijn, gediversifieerd en niet afhankelijk van enkele leveranciers, had het niets, maar dan ook niets te maken. Jaren later is er van enig energiebeleidsplan nog steeds geen sprake.

Verder dan de bestelling van een studie is minister Verwilghen niet geraakt. Aan de top van de regering werd er ook nooit in geloofd. Iedereen weet immers dat het zonder kernenergie in 2015 niet zal lukken. Er staat daarom ook een hypocriet zinnetje in de uitstapwet, dat de operatie kan uitgesteld worden als dat noodzakelijk blijkt voor onze energiebevoorrading. Van meet af aan is het de bedoeling geweest die clausule te gebruiken. Dat moment zal er wellicht komen in 2009 of 2010, na de volgende federale verkiezingen: dan moet het uitstapscenario immers in gang worden gezet.

Inmiddels is het duidelijk aan het worden dat Europa niet zonder kerncentrales zal kunnen. Scandinavië komt nu al terug op de uitstap, zeker nu de prijzen van olie en gas exploderen. De Belgische regering blijft de kop in het zand steken en voert de hypocrisie intussen op tot ongekende hoogten. Ze heeft de weg vrijgemaakt om meer stroom in te voeren uit Frankrijk en zo het monopolie van Electrabel terug te dringen. En waar wordt die stroom in Frankrijk geproduceerd? Juist, in de kerncentrales van Grevelingen en Chooz op een steenworp van de Belgische grens.

Luc Van der Kelen in Het Laatste Nieuws van 20 augustus 2005