Genografie (4): de resultaten
De resultaten van mijn Genographic-test (zie de eerdere artikels 1, 2 en 3) zijn binnen. Ik behoor tot haplogroep R1b, wat me net als plusminus 25 procent van de West-Europeanen een rechtstreekse afstammeling (in mannelijke lijn) maakt van de Cro-Magnon, de eerste moderne mensen die 35.000 jaar geleden Europa koloniseerden.

Mijn Y-chromosoom werd onderzocht op twaalf markers. Die markers zijn makkelijk herkenbare herhaalpatronen, STRs genaamd of Short Tandem Repeats. Rechts op de figuur hierboven staan de twaalf STRs afgebeeld, met daarnaast het aantal keren dat het herhaalpatroon bij mij voorkomt. Zo is DYS19 een repeterende groep van TAGA (thymine, adenine, guanine, adenine), en bij mij wordt dat patroon 14 keer na elkaar herhaald.
Die STRs hebben betrekking op delen van het DNA die geen enkele nuttige functie vervullen. De genen, de delen die wel functies vervullen die tot uiting komen in fysieke eigenschappen, werden niet onderzocht en staan ter informatie links op de figuur aangeduid.

Op basis van de resultaten van het onderzoek van mijn Y-chromosoom ben ik een lid van haplogroep R1b, een afstamming gedefinieerd door een genetische marker M343. Deze haplogroep is de eindbestemming van een genetische reis die ongeveer 60.000 jaar geleden begon in Afrika met een oude Y-chromosoom marker die M168 wordt genoemd.
De wijd verspreide marker M168 kan teruggebracht worden naar één enkel individu, de Euraziatische Adam. Deze Afrikaanse man leefde rond 31.000 à 79.000 jaar geleden en is de gemeenschappelijke voorvader van elke niet-Afrikaanse persoon die vandaag leeft. Zijn nakomelingen verlieten Afrika en werden de enige afstammingslijn die deze reis uit het thuiscontinent van de mensheid overleefde. De bevolkingsgroei tijdens de Oude Steentijd kan ervoor gezorgd hebben dat de M168-lijn nieuwe jachtgronden opzocht die cruciaal waren voor zijn overleving. Een periode met een vochtig en gunstig klimaat had de woongebieden van vlaktedieren uitgebreid, zodat deze nomadische volkeren wellicht eenvoudigweg hun voedingsbron zijn gevolgd. Verbeterde werktuigen en rudimentaire kunst dook tijdens hetzelfde tijdperk op, wat wijst op veranderingen in denkpatronen en gedrag. Deze verschuivingen kunnen versneld zijn door een genetische mutatie die de nakomelingen van de Euraziatische Adam een cognitief voordeel gaven over andere menselijke afstammingslijnen die toen leefden, maar nu zijn uitgestorven.
Zo'n 90 tot 95 percent van alle niet-Afrikanen zijn afstammelingen van een afsplitsing van deze migratie uit Afrika, die gedefinieerd wordt door marker M89.
M89 verscheen 45.000 jaar gelden voor het eerst in Noord-Afrika of het Midden-Oosten. Het ontsprong uit de oorspronkelijke M168 afstammingslijn van de Euraziatische Adam, en definieert een grote inlandse migratie van jagers die de uitdijende grasland en het wild volgden naar het Midden-Oosten.
Veel mensen van deze afstammingslijn bleven in het Midden-Oosten, maar anderen gingen verder en volgden de grasvlakten via Iran naar de uitgestrekte steppen van Centraal-Azië. Kudden van buffels, antilopen, mammoeten en ander wild zetten hen er vermoedelijk toe aan om nieuwe grasvlakten te verkennen.
Omdat een deel van het water op aarde bevroren was in massieve ijsvlakten, strekten de steppes zich uit van oostelijk Frankrijk tot aan Korea. De grasland-jagers van de M89-afstammingslijn reisden zowel naar het westen als naar het oosten over deze steppe-supersnelweg en bevolkten uiteindelijk een groot deel van het Euraziatische continent.
Een groep van de M89-nakomelingen trok vanuit het Midden-Oosten naar het noorden, naar Anatolië en de Balkan, en ruilden hun vertrouwde grasvlakte voor bossen en heuvels. Hun aantallen waren vermoedelijk erg klein, maar de genetische sporen zijn vandaag nog terug te vinden.
Zowat 40.000 jaar geleden werd er in Iran of zuidelijk Centraal-Azië een man geboren met een unieke genetische marker, bekend als M9, die ontsprong vanuit de M89-groep. Zijn nakomelingen zouden de volgende 30.000 jaar een groot deel van de planeet gaan bevolken. De meeste bewoners van het noordelijk halfrond kunnen hun wortels terugbrengen naar dit ene individu. Zowat alle Noord-Amerikanen en Oost-Aziaten hebben de M9-marker, net als de meeste Europeanen en veel Indiërs. De haplogroep die door de M9-marker gedefinieerd wordt, K, is bekend als de Euraziatische Clan.
Deze grote afstammingslijn verspreidde zich gradueel. Seizoensjagers volgden de kuddes oostwaarts langs de uitgestrekte gorder van Euraziatische steppes, tot de massieve gebergten van zuidelijk Centraal-Azië hun weg blokkeerden.
De Hindu Kush, de Tian San, en de Himalaya, die tijdens die ijstijd nog groter waren, splitsten de oostelijke migratie. Deze migraties doorheen de streek van de "Pamir-knoop" zouden later duidelijk blijken uit bijkomende genetische markers.
Marker M45 verscheen 35.000 jaar geleden voor het eerst in een man die de gemeenschappelijke voorouder van de meeste Europeanen en bijna alle Amerikaanse Indianen zou worden. Dit unieke individu maakte deel uit van de M9-afstammingslijn, die ten noorden van de Hindu Kush in de steppes van Kazakhstan, Uzbekistan en zuidelijk Siberië aan het reizen was.
De M45-afstammingslijn overleefde op deze noordelijke steppes zelfs het ijskoude ijstijdklimaat. Groot wild was er in overvloed, maar de jagers moesten zich aanpassen aan een omgeving die steeds vijandiger werd. Ze bouwden schuilplaatsen van dierenhuiden en maakten waterdichte kleren. Ze verfijnden ook de stenen pijlpunten die ze als wapens gebruikten.
De intelligentie die deze groep in staat stelde om te overleven in barre omstandigheden was van essentieel belang om te overleven in een streek waar geen enkele andere mensensoort heeft overleefd.
Leden van haplogroep R zijn afstammelingen van de eerste mensen die Europa op grootschalige wijze koloniseerden. Hun afstammingslijn wordt gedefinieerd door marker M173, afkomstig van M45-voerende centraal-aziatische steppejagers die naar het westen trokken.
De nakomelingen van M173 kwamen zo'n 35.000 jaar geleden in Europa aan en begonnen onmiddellijk hun dramatische sporen achter te laten. Beroemde grotschilderijen zoals die van Lascaux en Chauvet wijzen op de plotse komst van mensen met artistieke gaven. Er zijn geen andere artistieke precedenten of voorlopers voor hun aankomst.
Kort na de aankomst van M173 in Europa stierf de Neanderthaler uit. Genetisch materiaal bewijst dat de Neanderthaler geen voorouder was van de huidige mensen, maar een evolutionair dood spoor. De slimmere mensen van M173 overtroffen wellicht de Neanderthalers in de zoektocht naar schaars voedsel, en leidden zo tot het uitsterven van deze laatsten.
De lange reis van deze afstammingslijn werd verder vormgegeven door de aanwezigheid van ijskappen tijdens de ijstijd. Mensen werden gedwongen om te vluchten naar Spanje, Italië en de Balkan. Jaren later, toen het ijs zich terugtrok, trokken ze terug naar het noorden en verspreidden een duurzaam spoor van M173-markers op hun reis.
Vandaag komt de M173-marker nog steeds in hoge concentraties voor in Noord-Frankrijk en de Britse eilanden. Het werd daar gebracht door M173-nakomelingen die de ijstijd in Spanje hadden doorgebracht.
Leden van haplogroep R1b, gedefinieerd door marker M343, zijn de rechtstreekse afstammelingen van Europa's eerste moderne mensen, bekend als de Cro-Magnon. Cro-Magnons kwamen 35.000 jaar geleden in Europa aan. Ze gebruikten geavanceerde werktuigen van steen, been en ivoor. Juwelen, inkervingen en kleurrijke rotsschilderijen wijzen op hun verrassend vergevorderde cultuur tijdens de laatste ijstijd. Toen het ijs zich terugtrok herkoloniseerden ze het noorden, waar ze vandaag nog steeds leven. Zeventig procent van alle mannen in Zuid-Engeland zijn R1b; in delen van Spanje en Ierland is dat zelfs meer dan 90%.
R1b heeft meerdere sublijnen die nog moeten worden bepaald. Het Genographic project hoopt om in de toekomst meer duidelijkheid te brengen in de onderverdeling van deze duidelijk Europese lijn.

Wie deelgenomen heeft aan het Genographic-onderzoek, kan zijn resultaten ook inbrengen in de databank van FamilyTreeDNA. Daarmee kan je dan mensen zoeken die niet alleen in dezelfde haplogroep zitten, maar ook precies dezelfde waarden hebben voor de 12 STRs. In mijn geval zitten er 14 personen in met exact dezelfde waarden als ik. Met uitzondering van 1 Pool en 1 Duitser zijn die allen afkomstig uit de Britse eilanden (Engeland, Schotland, Ierland). Van de 56 Belgen in de databank zijn er 5 die twee mutaties van mij verwijderd zijn. Van de 265 Nederlanders zijn er 7 die één mutatie van mij verwijderd zijn en 19 die twee mutaties van mij verwijderd zijn.
Als twee personen identieke waarden hebben voor de 12 STRs, wat kan men daaruit afleiden over gemeenschappelijke voorouders? Dat wordt weergegeven in deze tabel:

Er zou dus 95% kans dat ik met die 14 personen een gemeenschappelijke voorouder deel die ten hoogste 29 generaties geleden leefde. Genetici gebruiken 20 jaar als duur van een generatie, 29 generaties is dus 580 jaar. Dergelijke beschouwingen zijn vooral interessant voor personen met dezelfde familienaam, die willen nagaan of ze met elkaar verwant zijn. Twaalf jaar geleden heb ik mijn stamboom in vaderlijke lijn kunnen reconstrueren tot 450 jaar terug, en die voorvaders woonden allemaal in de regio tussen Schelde en Leie.

In Baskenland loopt het percentage aan R1b op tot meer dan 50 procent, en ook in Ierland ligt het relatief hoog. Dat is te verklaren door de migratiebewegingen naar het noorden bij het einde van de recentste ijstijd. Bij Scandinaven (Vikings) en Saksen overheerst dan weer haplogroep I, hetgeen hen tot afstammelingen (in mannelijke lijn) maakt van de eerste landbouwers die Europa 22.000 jaar geleden binnenkwamen vanuit het Midden-Oosten en Anatoli&etrema;. In Rusland vind je dan weer meer R1a, die de afstammelingen (in mannelijke lijn) zouden zijn van het Kurgan-volk, de eerste paardrijders.

De test was anoniem, maar via de webinterface kon ik toch een certificaat genereren met mijn naam erop.
Zie ook: andere bloggers die hun Genographics-resultaten bespreken.

Mijn Y-chromosoom werd onderzocht op twaalf markers. Die markers zijn makkelijk herkenbare herhaalpatronen, STRs genaamd of Short Tandem Repeats. Rechts op de figuur hierboven staan de twaalf STRs afgebeeld, met daarnaast het aantal keren dat het herhaalpatroon bij mij voorkomt. Zo is DYS19 een repeterende groep van TAGA (thymine, adenine, guanine, adenine), en bij mij wordt dat patroon 14 keer na elkaar herhaald.
Die STRs hebben betrekking op delen van het DNA die geen enkele nuttige functie vervullen. De genen, de delen die wel functies vervullen die tot uiting komen in fysieke eigenschappen, werden niet onderzocht en staan ter informatie links op de figuur aangeduid.

Op basis van de resultaten van het onderzoek van mijn Y-chromosoom ben ik een lid van haplogroep R1b, een afstamming gedefinieerd door een genetische marker M343. Deze haplogroep is de eindbestemming van een genetische reis die ongeveer 60.000 jaar geleden begon in Afrika met een oude Y-chromosoom marker die M168 wordt genoemd.


M89 verscheen 45.000 jaar gelden voor het eerst in Noord-Afrika of het Midden-Oosten. Het ontsprong uit de oorspronkelijke M168 afstammingslijn van de Euraziatische Adam, en definieert een grote inlandse migratie van jagers die de uitdijende grasland en het wild volgden naar het Midden-Oosten.
Veel mensen van deze afstammingslijn bleven in het Midden-Oosten, maar anderen gingen verder en volgden de grasvlakten via Iran naar de uitgestrekte steppen van Centraal-Azië. Kudden van buffels, antilopen, mammoeten en ander wild zetten hen er vermoedelijk toe aan om nieuwe grasvlakten te verkennen.
Omdat een deel van het water op aarde bevroren was in massieve ijsvlakten, strekten de steppes zich uit van oostelijk Frankrijk tot aan Korea. De grasland-jagers van de M89-afstammingslijn reisden zowel naar het westen als naar het oosten over deze steppe-supersnelweg en bevolkten uiteindelijk een groot deel van het Euraziatische continent.
Een groep van de M89-nakomelingen trok vanuit het Midden-Oosten naar het noorden, naar Anatolië en de Balkan, en ruilden hun vertrouwde grasvlakte voor bossen en heuvels. Hun aantallen waren vermoedelijk erg klein, maar de genetische sporen zijn vandaag nog terug te vinden.

Deze grote afstammingslijn verspreidde zich gradueel. Seizoensjagers volgden de kuddes oostwaarts langs de uitgestrekte gorder van Euraziatische steppes, tot de massieve gebergten van zuidelijk Centraal-Azië hun weg blokkeerden.
De Hindu Kush, de Tian San, en de Himalaya, die tijdens die ijstijd nog groter waren, splitsten de oostelijke migratie. Deze migraties doorheen de streek van de "Pamir-knoop" zouden later duidelijk blijken uit bijkomende genetische markers.

De M45-afstammingslijn overleefde op deze noordelijke steppes zelfs het ijskoude ijstijdklimaat. Groot wild was er in overvloed, maar de jagers moesten zich aanpassen aan een omgeving die steeds vijandiger werd. Ze bouwden schuilplaatsen van dierenhuiden en maakten waterdichte kleren. Ze verfijnden ook de stenen pijlpunten die ze als wapens gebruikten.
De intelligentie die deze groep in staat stelde om te overleven in barre omstandigheden was van essentieel belang om te overleven in een streek waar geen enkele andere mensensoort heeft overleefd.

De nakomelingen van M173 kwamen zo'n 35.000 jaar geleden in Europa aan en begonnen onmiddellijk hun dramatische sporen achter te laten. Beroemde grotschilderijen zoals die van Lascaux en Chauvet wijzen op de plotse komst van mensen met artistieke gaven. Er zijn geen andere artistieke precedenten of voorlopers voor hun aankomst.
Kort na de aankomst van M173 in Europa stierf de Neanderthaler uit. Genetisch materiaal bewijst dat de Neanderthaler geen voorouder was van de huidige mensen, maar een evolutionair dood spoor. De slimmere mensen van M173 overtroffen wellicht de Neanderthalers in de zoektocht naar schaars voedsel, en leidden zo tot het uitsterven van deze laatsten.
De lange reis van deze afstammingslijn werd verder vormgegeven door de aanwezigheid van ijskappen tijdens de ijstijd. Mensen werden gedwongen om te vluchten naar Spanje, Italië en de Balkan. Jaren later, toen het ijs zich terugtrok, trokken ze terug naar het noorden en verspreidden een duurzaam spoor van M173-markers op hun reis.
Vandaag komt de M173-marker nog steeds in hoge concentraties voor in Noord-Frankrijk en de Britse eilanden. Het werd daar gebracht door M173-nakomelingen die de ijstijd in Spanje hadden doorgebracht.

R1b heeft meerdere sublijnen die nog moeten worden bepaald. Het Genographic project hoopt om in de toekomst meer duidelijkheid te brengen in de onderverdeling van deze duidelijk Europese lijn.

Wie deelgenomen heeft aan het Genographic-onderzoek, kan zijn resultaten ook inbrengen in de databank van FamilyTreeDNA. Daarmee kan je dan mensen zoeken die niet alleen in dezelfde haplogroep zitten, maar ook precies dezelfde waarden hebben voor de 12 STRs. In mijn geval zitten er 14 personen in met exact dezelfde waarden als ik. Met uitzondering van 1 Pool en 1 Duitser zijn die allen afkomstig uit de Britse eilanden (Engeland, Schotland, Ierland). Van de 56 Belgen in de databank zijn er 5 die twee mutaties van mij verwijderd zijn. Van de 265 Nederlanders zijn er 7 die één mutatie van mij verwijderd zijn en 19 die twee mutaties van mij verwijderd zijn.
Als twee personen identieke waarden hebben voor de 12 STRs, wat kan men daaruit afleiden over gemeenschappelijke voorouders? Dat wordt weergegeven in deze tabel:

Er zou dus 95% kans dat ik met die 14 personen een gemeenschappelijke voorouder deel die ten hoogste 29 generaties geleden leefde. Genetici gebruiken 20 jaar als duur van een generatie, 29 generaties is dus 580 jaar. Dergelijke beschouwingen zijn vooral interessant voor personen met dezelfde familienaam, die willen nagaan of ze met elkaar verwant zijn. Twaalf jaar geleden heb ik mijn stamboom in vaderlijke lijn kunnen reconstrueren tot 450 jaar terug, en die voorvaders woonden allemaal in de regio tussen Schelde en Leie.

In Baskenland loopt het percentage aan R1b op tot meer dan 50 procent, en ook in Ierland ligt het relatief hoog. Dat is te verklaren door de migratiebewegingen naar het noorden bij het einde van de recentste ijstijd. Bij Scandinaven (Vikings) en Saksen overheerst dan weer haplogroep I, hetgeen hen tot afstammelingen (in mannelijke lijn) maakt van de eerste landbouwers die Europa 22.000 jaar geleden binnenkwamen vanuit het Midden-Oosten en Anatoli&etrema;. In Rusland vind je dan weer meer R1a, die de afstammelingen (in mannelijke lijn) zouden zijn van het Kurgan-volk, de eerste paardrijders.

De test was anoniem, maar via de webinterface kon ik toch een certificaat genereren met mijn naam erop.
Zie ook: andere bloggers die hun Genographics-resultaten bespreken.



Rick
Die 5 Belgen die 2 mutaties van jou verwijderd zijn, zullen wel Waalse socialisten zijn...
Een haplogroep apart...
:)