Zelfverdediging is een mensenrecht
Op het verkiezingscongres van het Vlaams Belang eiste Filip Dewinter, in de hem gekende stijl, een uitbreiding van de wettelijke mogelijkheden van zelfverdediging en zelfs straffeloosheid voor slachtoffers die in hun zelfverweer verkrachters of inbrekers fysiek treffen. Zijn uitspraken werden door de politiek-correcte goegemeente op algemene verontwaardiging onthaald. Andere morele leiders zoals kardinaal Danneels waren dan weer verontwaardigd over de 'lafheid' van het publiek dat in het Brusselse Centraal Station zou hebben toegekeken op de moord van Joe Vanholsbeeck. Plots was zelfverweer geen verwerpelijke daad meer uit de 'cowboy-maatschappij', maar was de niet-participatie eraan een verwerpelijke houding uit de 'ik-maatschappij'.
De controverse over de zelfverdediging gaat in ons land vooral over de vraag of en in welke mate men geweld mag gebruiken om zijn eigendommen te verdedigen. Iedereen is het er wel over eens dat dat mag om het eigen leven te beschermen. Bij de criminologen en de strafrechtsspecialisten die onze universiteiten bevolken, is de visie hierover uitgesproken negatief. Voor de bescherming van eigendom moet men uitsluitend berusten op de bescherming door de overheidspolitie. Stel dat een dief overdag uw winkel binnenstapt en uitdrukkelijk zegt dat hij het niet gemunt heeft op uw leven en rustig uw winkelwaren begint in te pakken. Het enige wat u volgens deze visie kan doen, is bellen naar de politie. Tenminste wanneer de politie of het parket de winkeldiefstallen nog op haar prioriteitenlijstje heeft staan. Is dat niet het geval dan is zelfs dat telefoongesprek nutteloze kosten.
Voor de meeste criminologen en strafrechtspecialisten is bescherming van de eigendom een van de laagste prioriteiten. Dat is consistent met de dominante ideologische visie in deze beroepsgroep. De dief kan altijd rekenen op vergoelijking daar hij wordt gezien als een freelance herverdeler, die op eigen houtje wel een of ander hem aangedaan sociaal onrecht wil rechtzetten. Het is typisch voor de door links gedomineerde criminologen dat in misdrijven inzake de eigendom de dader-slachtoffer-relatie bestendig wordt omgedraaid. De 'kruidenier' die zijn have en goed verdedigt tegen een dief, is zo goed als op voorhand veroordeeld door deze intellectuelen, over het algemeen niet geconfronteerd met enig probleem van economische onzekerheid.
Het eigendomsrecht is een mensenrecht en wordt aldus beschermd door het Europees Verdrag van de Rechten van de Mens. Wie dat ernstig neemt, kan de afdwingbaarheid van het respect ervoor niet afhankelijk maken van de toevallige beschikbaarheid of bereidwilligheid van de overheidspolitie.
De burgers hebben de verdediging van lijf en leden, have en goed aan de overheid en haar politie gedelegeerd omdat zuivere private bescherming tot chaos en spiralen van geweld kan leiden. Deze delegatie kan redelijkerwijs niet betekenen dat men de bescherming van zijn eigendommen volledig afhankelijk maakt van de goodwill van de overheidspolitie. Institutionele verdediging en zelfverdediging moeten, in een rechtstaat, die de rechten van zijn burgers ernstig neemt, in een complementaire verhouding blijven staan.
De weigering van de meeste regeringspartijen om het zelfverdedigingsrecht uit te breiden naar de eigendommen getuigt daarom van een aftands, ideologisch geïnspireerd sectarisme dat alleen maar de kloof tussen de hardwerkende burger, inzonderheid de zelfstandigen, en de intellectueel-politieke elite kan doen toenemen.
De linkse criminologen en strafrechtsspecialisten stellen het voor alsof door de uitbreiding van het recht op zelfverdediging tot de bescherming van de eigendom de kogels rond onze oren zullen vliegen en winkeliers voor een appel jeugdige dieven zullen afknallen. Steeds wordt het cliché van de 'cowboy'-maatschappij bovengehaald. Duitsland en Nederland, waar de zelfverdediging voor de eigendom geldt, behoren tot nader order niet tot de 'Far West'.
Zelfverdediging vormt geen vrijbrief voor om het even welke actie. De daad van zelfverweer moet in verhouding staan met de dreigende inbreuk. Wordt die proportie doorbroken dan slaat zelfverdediging om in agressie. Het is juist dat rechters in sommige gevallen moeilijke grenslijnen moeten trekken. Dit is geen argument tegen de uitbreiding. Ook bij de zelfverdediging van het eigen leven moeten rechters soms tot moeilijke afwegingen overgaan, zonder dat iemand dat een argument vindt om ook deze vorm van zelfverdediging te verbieden.
Aan burgers een recht op zelfverdediging van hun eigendommen verlenen, betekent bovendien ook niet dat het opportuun zou zijn daar in alle omstandigheden gebruik van te maken. Soms is het verstandiger de dief te laten begaan omdat een ongepaste reactie de situatie kan doen escaleren. Hier is een belangrijke rol weggelegd voor het middenveld, vooral voor de organisaties van zogenaamde risicoberoepen. Zij kunnen hun leden aanleren hoe zij op een verstandige wijze met de zelfverdediging, inclusief het gebruik van wapens kunnen omgaan.
Ook het argument dat de uitbreiding van de zelfverdediging het wapenbezit, en dus het gebruik van geweld zal doen toenemen is een drogreden. Tussen wapenbezit en geweld bestaat geen automatische relatie. Israël en Zwitserland zijn landen met veel wapenbezit maar hebben een lage geweldcriminaliteit. In Zuid-Afrika en Mexico bestaan er strenge wetten tegen het wapenbezit, maar deze landen behoren tot de gewelddadigste van de wereld. De Verenigde Staten worden meestal aangehaald als bewijs van een noodzakelijke band tussen zelfverdediging, wapenbezit en geweldcriminaliteit. Het is juist dat in dat land zowel het wapenbezit als de geweldcriminaliteit aan de hoge kant zijn. Toch is dat geen bewijs voor een absoluut causaal verband. Integendeel. De laatste jaren is het individueel wapenbezit in de Verenigde Staten sterk gestegen terwijl de geweldcriminialiteit sinds jaren een dalende trend vertoont.
In België bestaan er wetsvoorstellen van parlementsleden van CD&V, de VLD en het Vlaams Belang om de burger het recht te geven zijn zuur verdiend patrimonium te verdedigen. Hopelijk trekt de hardwerkende Vlaming, Waal en Brusselaar daar zijn electorale conclusies uit.
Boudewijn Bouckaert in De Tijd, 27 april 2006



Reacties
Eddy B.
vrijdag, 28 april, 2006 - 19:31Ik ben waarschijnlijk een "reactionair" maar ik vind dat als men in uw huis binnenbreekt, elke "post factum" revue door een rechter flauwe kul is. Wie binnenbreekt moet er rekening mee houden gedood te worden door de eigenaar. Zelfs al wordt hij in het achterhoofd geschoten door de eigenaar op zijn weg naar buiten... "De daad van zelfverweer moet in verhouding staan met de dreigende inbreuk." Wat een onzin. Het is zelfverweer, of het is er geen. Dat is het enige dat telt. Anders zal men dezelfde problemen blijven hebben met eigenaars die door de rechter worden gedaagd omdat ze zich niet "ingehouden" hebben in hun zelfverdediging.
Eddy
Cogito
vrijdag, 28 april, 2006 - 21:49Een inbreker mag trouwens altijd geacht worden levensbedreigend te zijn als U hem in het donker op weg naar uw ijskast per ongeluk stoort, niet?
Tip voor de brandstofdief: koop een aftandse Lada en ga daarmee tanken. Met een heveltje kan U daarna thuis het juiste voertuig bijtanken. Het staat zo stom om in Uw Cayenne weg te scheuren zonder te betalen.
Jöe
zaterdag, 29 april, 2006 - 18:21lees misschien ook eens:
http://pages.prodigy.net/va...
Eric Jans
zondag, 30 april, 2006 - 08:47@ Cogito:
Tenzij die 'cayenne' gepikt is, natuurlijk... dan is het een 'herverdeelde Cayenne', niet?