Kleine landen zijn welvarender
Tot voor kort werd er in het principe van de schaaleconomoe van uitgegaan dat hoe groter een land - en zijn thuismarkt - is, hoe economisch voordeliger dat zou zijn ten opzichte van de kleine landen. Vandaag stelt men met de globalisering en het wegvallen van de grenzen vast dat kleine landen zich veel performanter kunnen opstellen in een globale markt.
Ten tweede, hoe groter een land is, hoe moeilijker het wordt om een algemene politiek te definiëren, rekening houdend met de particuliere voorkeuren die vaak sterk uiteenlopend zijn. Het adagium "small is beautiful" blijkt uit de lijst van de welvarendste landen in termen van inkomen per hoofd van de bevolking. In de top 10 vindt men niet weinig landen die kleiner zijn dan België: Denemarken, Ierland, Finland, Noorwegen, enz.
In België maakt de aanwezigheid van twee culturen het sluiten van compromissen vaak erg moeilijk. Dat is het geval in het werkgelegenheidsbeleid, maar ook op het vlak van het economisch herstel. [...]
Ik vrees dat [het Marshall-plan voor Wallonië] geen enkel resultaat zal hebben. Het gaat om oude recepten die al lang bewezen hebben dat ze niet werken. Het is niet door subsidies uit te delen aan bedrijven dat men een economie opnieuw lanceert. Subsidiëren is een puur politiek proces. We hebben het tot onze eigen schade en schande ondervonden in de jaren '70. Maar goed, als de Walen erin geloven, laat ze maar doen. Iedereen moet zijn weg vinden. Hoe meer Europa een reële meerwaarde biedt, hoe minder België volgens mij nog te betekenen heeft.
Paul De Grauwe, geïnterviewd door Jean-Paul Bombaerts in L'Echo van 13 mei 2006


