Raciale kenmerken (1)

Soms wou ik dat ik racist was. Ik zou dan eindelijk kunnen koketteren met de uitdrukking “politiek incorrect”, of voor insiders “PI”. Op feestjes zouden vrienden mij bij het vrouwvolk zo introduceren: “Dit is KE. Let op, hij is PI.” – “Ooh, wat spánnend!”

Maar helaas, ik kan het beter vinden met antiracisten. Die kunnen zo origineel uit de hoek komen met een frisse nieuwe kijk op de dingen. Zo predikte de Britse Commission for Racial Equality lange tijd dat alle minderheden “zwart” zijn. Niks geen “regenboognatie”, de diversiteitswaaier bestaat enkel uit afzichtelijk wit en mooi zwart. Wat doodernstig samengevat werd in de leuze: “Chinezen zijn zwart.” Zo had u het toch nog nooit bekeken, wel? Ja, wát uw liegende ogen ook mogen beweren, Chinezen zijn zwart. Dat levert ons een tip op voor de werkzoekende lezer. De dag dat er raciale quota ingesteld worden, zoals het CGKR wil, kan je gewoon bij een werkgever binnenstappen, jezelf als neger voorstellen, en een job opeisen. Hij zal je toesnauwen: “Maar jij bént helemaal niet zwart!” Dat is het moment waarop jij de spelregels verandert: “Dit is toch wel het toppunt van blanke superioriteitswaan, dat jullie aan ons zwarten onze huidskleur willen voorschrijven! Wat een bevooroordeelde veralgemening, zoals jij daar de diversiteit van het zwart-zijn ontkent!” Als neger mag je toch wel zelf bepalen waaruit de negeridentiteit bestaat, niet?

Koenraad Elst in The Brussels Jounal, 1 maart 2007