Europees extreem-rechts is niet ondemocratisch
Toen de nakomelingen van arbeiders uit landen als Turkije en Marokko grote moslim-gemeenschappen begonnen te vormen in de jaren '60, veroorzaakte dit spanningen in arbeiderswijken. Klachten over criminaliteit en rare gewoonten werden door de linkse elites weggewuifd als racisme. De mensen moesten maar tolerant leren zijn.
Dat advies was niet noodzakelijk verkeerd. Tolerantie, Europese eenheid, wantrouwen tegen nationalisme en waakzaamheid tegen racisme zijn toe te juichen doelstellingen. Maar deze doelstellingen promoten zonder discussie of kritiek toe te laten, heeft een terugslag veroorzaakt. (...)
De retoriek van xenofobie en chauvinisme is zeker onaangenaam, en in een land met een verleden als dat van Oostenrijk, zelfs hatelijk. Maar het nieuwe populisme is niet ondemocratisch noch antidemocratisch. (...) Zolang mensen hun ongenoegen, hoe smakeloos dat ook mag klinken in linkse oren, uiten via hun stemgedrag in plaats van via geweld, zal de democratie geen ernstige schade oplopen.
Opkomen tegen de politieke elite is uiteraard overal de essentie van populisme. De presidentskandidaten in de VS beweren op te komen tegen "Washington", ook al zijn ze zonen van voormalige presidenten. Echte schade komt er pas als mensen niet alleen hun vertrouwen verliezen in de elites, maar in het systeem zelf. Dat is in Europa nog niet gebeurd, zelfs niet in Oostenrijk.
Ian Buruma in een opiniestuk in de Los Angeles Times, 3 oktober 2008


